Een nieuwe kerk voor Jamesi
Jamesi voelde zich hier anders dan in hun andere kerk.
Een waargebeurd verhaal uit Fiji.
Jamesi liep naar een omheinde plek waar zijn familie de varkens hield. ‘Alsjeblieft varkens!’ Hij gooide ze wat eten toe en de varkens knorden blij.
Toen droeg Jamesi schone waterflessen naar de buitenkraan. Koud water stroomde in de fles toen hij de kraan opendraaide. Hij hielp elke dag door water voor het gezin te halen en de varkens te voeren.
‘Jamesi!’ riep mama. ‘Ben je klaar voor de kerk?’
Jamesi draaide de kraan dicht en droeg de laatste zware fles naar binnen. ‘Ja, nu wel!’
Jamesi en zijn familie gingen elke zondag naar een christelijke kerk in hun dorp. Hij vond het leuk om over Jezus Christus te leren.
Al gauw liepen Jamesi en zijn jongere zusjes, Unaisi en Marama, met de rest van het gezin naar de kerk. Een paar zwerfkippen kakelden op straat.
Maar toen ze bij de kerk aankwamen, waren de deuren gesloten. ‘Ik was vergeten dat de kerk twee weken gesloten is omdat de pastoor er niet is’, zei papa.
‘Is er een andere kerk waar we naartoe kunnen gaan?’ vroeg Jamesi. Hij zou het jammer vinden als hij deze week niet naar de kerk kon gaan.
Papa dacht even na. ‘Ja’, zei hij. ‘Volgens mij weet ik er wel een.’
Jamesi en het gezin volgden papa terug naar huis. Ze stapten allemaal in hun houten bootje aan de oever van de rivier. Papa ging achterin zitten om de motor te bedienen.
De boot voer rustig op de rivier. Jamesi zocht naar vogels tussen de hoge groene bomen. Na een kwartier zagen ze een klein kerkgebouw. Er hing een bord waarop stond: ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen’.
‘Dit is de kerk waar ik aan dacht’, zei papa. Hij voer de boot naar de kant en iedereen stapte uit. Ze hoorden muziek uit de kapel komen.
Binnen ging Jamesi met zijn familie zitten. Ze luisterden naar de sprekers en de liederen. Jamesi had een warm, gelukkig gevoel.
Toen de dienst voorbij was, kwam er een aardige vrouw naar hen toe om met hen te praten. ‘We hebben een speciale klas voor kinderen’, zei ze. ‘Dat noemen we het jeugdwerk. Vinden jullie het leuk om te komen?’
Jamesi keek naar zijn zusjes. Hij vond het best spannend om naar een klas te gaan waar hij niemand kende! Maar zijn zusjes zouden er gelukkig ook zijn. Misschien zou het wel leuk zijn.
‘Prima’, zei Jamesi.
‘Laten we gaan!’ Marama had er veel zin in.
Jamesi en zijn zusjes volgden de vrouw naar een klaslokaal. Er zaten veel kinderen op kleine stoeltjes te praten en te lachen. Toen Jamesi ging zitten, glimlachten ze naar hem. Iedereen was zo aardig!
Ze zongen liedjes en de andere kinderen hielpen Jamesi en zijn zusjes met de tekst. Daarna kregen ze een les over Jezus Christus. Jamesi voelde zich hier anders dan in hun andere kerk. Maar op een goede manier.
Na de kerk stapten Jamesi en zijn gezin weer in de boot om naar huis te gaan. Jamesi keek nog eens naar het bord dat bij de kerk hing. De naam van Jezus Christus stond erop. Dan moest het wel de kerk van Jezus Christus zijn! Jamesi wilde Jezus volgen.
‘Kunnen we hier volgende week weer naartoe gaan?’ vroeg Jamesi.
Mama en papa glimlachten. ‘Wij dachten hetzelfde’, zei mama.
‘Joepie!’ Unaisi juichte.
Jamesi grijnsde. Hij wist dat ze iets bijzonders hadden gevonden. En hij kon niet wachten om meer te leren.
Illustraties, Bethany Stancliffe