‘Zonneschijn verspreiden’, Vriend, mei 2025, 30–31.
Pioniers in elk land
Zonneschijn verspreiden
‘Het is een liedje van mijn kerk’, zei Ángel.
Een waargebeurd verhaal uit Argentinië.
Ángel klom naast Papá op de wagen. De glazen melkflessen achterin rinkelden zachtjes terwijl hun paard naar voren draafde. De zon scheen, en dat deed hem aan zijn lievelingsliedje denken.
‘Wees steeds een zonnestraaltje’, zong Ángel.
Ángel had zich een paar maanden eerder laten dopen. Mamá en zijn broertje, Oscar, hadden zich ook laten dopen. Papá was geen lid van de kerk geworden, maar hij was blij voor hen. Ángel herinnerde zich nog hoe het voelde toen hij uit het water omhoog kwam. Het voelde net als de warme zon op zijn rug, maar dan vanbinnen.
Ángel bleef zingen terwijl Papá de wagen voor het huis van Señora Perez stopte. Ángel sprong eraf en pakte een melkfles. Señora Perez was een van de klanten van zijn familie.
‘Uw bestelling!’ zei hij.
Señora Perez was in haar tuin aan het werk. ‘Dank je wel’, zei ze, en ze nam de fles aan. Ze gaf hem wat muntgeld. ‘Wat voor liedje was je net aan het zingen?’
Ángels wangen begonnen te gloeien. Hij had niet door dat ze hem gehoord had!
‘Het is een liedje van mijn kerk’, zei Ángel. ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.’
Señora Perez glimlachte. ‘Vertel eens wat meer over je kerk.’
Even wist Ángel niet wat hij moest zeggen. Toen zei hij: ‘Wij geloven dat dezelfde kerk die Jezus Christus stichtte toen Hij op aarde was, nu weer bestaat.’
‘Interessant’, zei Señora Perez. ‘Ik heb nog nooit gehoord van een kerk die dat gelooft.’
‘Misschien kunt u een keer naar de kerk komen’, zei Ángel. ‘Fijne dag!’ Toen rende hij terug naar Papá om de rest van de melk af te leveren.
Zondagochtend vroeg werd Ángel wakker. Hij hoorde Mamá in de keuken het ontbijt klaarmaken.
‘Oscar,’ zei Ángel, ‘het is tijd om ons voor de kerk klaar te maken!’
Ángel en Oscar trokken hun zondagse kleren aan en maakten zich klaar om te vertrekken. Het kerkgebouw was ruim drie kilometer verderop. Het was ver lopen, dus ze moesten op tijd vertrekken.
‘Veel plezier’, zei Papá toen ze weggingen.
Onder het lopen neuriede Ángel zijn lievelingsliedje weer. Hij was aan het neuriën toen ze langs de huizen kwamen waar hij melk bezorgde. Hij was aan het neuriën toen ze langs de fruitkramen op de markt wandelden. En hij was aan het neuriën toen ze de straat van het kerkgebouw insloegen.
Toen ze naar binnen stapten, was Ángel verbaasd. Señora Perez was er! Ze had haar hele familie meegenomen.
‘U bent naar de kerk gekomen!’ zei Ángel.
Señora Perez knikte. ‘Ik werd geïnspireerd door je liedje’, zei ze. ‘Ik heb je moeder gebeld om het adres te vragen. Ik wilde meer over deze kerk te weten komen.’
Ángel glimlachte. Hij had het evangelie gedeeld door alleen maar een liedje te zingen. Hij hoopte dat Señora Perez vandaag ook wat zonneschijn in haar hart zou voelen.
Illustraties, Jomike Tejido