‘Conferentienotities’, Vriend, mei 2025, 4–5.
Conferentienotities
Hemelse hulp
President Oaks sprak over de dingen die onze hemelse Vader ons geeft om ons te helpen het goede te kiezen. Onze sterkste hulp is onze Heiland, Jezus Christus. Dankzij Hem kunnen we vergeving krijgen en na de dood weer leven. Onze hemelse Vader geeft ons ook geboden, verordeningen en verbonden, en de Heilige Geest om ons te helpen en te leiden.
Teken een manier waarop je hemelse Vader jou helpt!
Dicht bij de Heiland
President Eyring zei dat toen hij jong was, de avondmaalsdienst ’s avonds plaatsvond. Op een donkere, koude avond voelde hij licht en warmte in de kapel terwijl hij van het avondmaal nam. Toen ze de woorden ‘O Heiland, houd de wacht bij mij’* zongen, voelde hij de liefde en nabijheid van de Heiland door de Heilige Geest.
Teken een manier waarop je dichter tot Jezus Christus kunt komen.
Geloven, erbij horen, worden
Zuster Wright vertelde hoe we levenslange volgelingen van Jezus Christus kunnen worden. We kunnen in Hem geloven door over Hem te leren en de Heilige Geest te voelen. We kunnen bij Jezus Christus en zijn kerk horen door verbonden te sluiten en na te komen. En we kunnen zoals Hij worden door zijn voorbeeld te volgen.
Een bijzonder geschenk
Ouderling Kearon sprak over de wereldwijde traditie van geschenken geven. We geven en krijgen geschenken. Zelfs pinguïns geven elkaar glimmende kiezelsteentjes! Een belangrijk geschenk van onze hemelse Vader is weten dat we echt zijn geliefde dochters en dierbare zonen zijn. Als we dit geschenk echt ontvangen, kunnen we weten wie we zijn en hoeveel Hij van ons houdt.
Een hemel vol sterren
Ouderling Tai en zijn gezin kampeerden eens onder de sterren. Zijn kinderen vroegen waarom ze thuis geen sterren konden zien. Hij legde uit dat het door vervuiling moeilijk was om de sterren te zien. Afleidingen en verleidingen kunnen ons geestelijk zicht vertroebelen. Maar door ons geloof kunnen we weten dat onze hemelse Vader en Jezus Christus er altijd voor ons zijn.
Hij leeft, schilderij van Simon Dewey; illustraties, Josh Talbot