‘De schaduwen wegzingen’, Vriend, maart 2025, 16–17.
De schaduwen wegzingen
Opeens moest hij aan de woorden van zijn favoriete jeugdwerkliedje denken.
Een waargebeurd verhaal uit Mexico.
‘Bedtijd’, zei mama met een glimlach.
Logan ging naar zijn kamer. Hij sprak een gebed uit en kroop in bed. Toen las mama hem een verhaaltje voor. Langzaam deed hij zijn ogen dicht. Al gauw viel hij in slaap.
Maar Logan had een enge droom. Hij was alleen op een donkere plek. Hij zag een groot, stekelig monster met enorme tanden. Het gromde naar hem. Toen kwam het op hem af!
Logan probeerde weg te rennen. Maar hij gleed uit en viel! Het monster kwam dichterbij en werd steeds groter totdat …
Logan werd wakker en zat rechtop in bed. Hij veegde zijn tranen weg en zag dat het buiten nog donker was.
Hij wilde met zijn ouders over de droom praten. Maar hij wilde zijn bed niet uit. Het donker gaf hem het gevoel dat er ergens een monster verstopt zat. Elke schaduw zag er eng uit. Een blaffende hond buiten klonk als een grommend monster.
Logan trok de lakens op tot aan zijn neus. Hij durfde zich niet te bewegen.
Hij wilde weer in slaap vallen. Maar elke keer dat hij zijn ogen sloot, zag hij het boze gezicht en de scherpe tanden van het monster. Hij bleef maar naar de enge schaduwen kijken.
Toen zag hij een foto op het nachtkastje naast zijn bed. Het was een foto van hem met zijn twee broers, papa en mama bij de tempel in Monterrey (Mexico). Ze zagen er zo gelukkig uit.
Opeens moest hij aan de woorden van zijn favoriete jeugdwerkliedje denken. ‘Ik kijk graag naar de tempel’, begon Logan zachtjes te zingen. ‘Eens zal ik er ook zijn. Hoe mooi zal ’t zijn daar binnen, dan voel ik mij heel fijn.’*
Terwijl hij zong, dacht Logan aan die dag met zijn familie bij de tempel. Hij had zich zo rustig gevoeld. Door de tempel kon hij voor eeuwig met zijn familie samenzijn.
Door het geluid van zijn stem kon Logan de hond niet meer horen blaffen. Hij sloot zijn ogen en bleef zingen. ‘Want als kind van God heb ik geleerd: Hij zal ons eeuwig zeeg’nen.’ Hij voelde een vredig gevoel in zijn hart waardoor hij glimlachte. Hij wist dat er geen monster was.
De kamer was donker en eng geweest. Maar nu was het een rustige, veilige plek. Logan leunde achterover op zijn kussen en viel vredig in slaap.
Toen hij wakker werd, scheen de zon al. Hij stond op en keek naar de zonnestralen die op zijn foto van de tempel schenen. Hij neuriede zijn lievelingslied toen hij zich klaarmaakte om naar de kerk te gaan.
Op weg naar de kerk vertelde hij over zijn nachtmerrie en het liedje dat hij zong. In de kapel luisterde hij naar toespraken en zong hij lofzangen. Toen was het tijd om naar het jeugdwerk te gaan.
Logan luisterde graag naar de piano. En nu wist hij dat sommige liedjes krachtig genoeg zijn om zelfs enge monsters weg te jagen.
‘Welkom bij de zangperiode’, zei de jeugdwerkleidster. ‘Welk lied zullen we eerst zingen?’
‘Ik weet het!’ zei Logan, terwijl hij zijn hand hoog opstak. ‘Laten we “Ik kijk graag naar de tempel” zingen.’
Illustraties, Carolina Farías