2024
Te groot voor het jeugdwerk
November 2024


‘Te groot voor het jeugdwerk?’, Vriend, november 2024, 40–41.

Te groot voor het jeugdwerk?

Gift wilde dat ze naar de jongevrouwen kon gaan.

Dit verhaal speelt zich af in Nigeria.

meisje met kleinere kinderen

‘Welkom in het jeugdwerk!’ Zuster Agbor, de jeugdwerkleidster van Gift, stond vooraan in de klas. ‘Vandaag gaan we het liedje “Houd van elkander” leren.’

De muziek begon en de kleinere kinderen maakten zich klaar om te zingen. Maar Gift kende dit liedje al. Ze had het al honderd keer gezongen! Ze had vandaag geen zin om het te zingen.

Gift was het jeugdwerk zat. Ze was ouder, langer en groter dan alle andere kinderen. Haar vriendinnen in de kerk zaten nu allemaal bij de jongevrouwen. Zijzelf had nog bijna een heel jaar te gaan voordat ze met hen naar jongevrouwenklassen en -activiteiten kon gaan.

Gift was stil terwijl iedereen zong. Ze mompelde een paar woorden van de liedjes, maar ze was druk aan het nadenken.

Toen kreeg ze een idee. Als ze met de bisschop praatte, zou hij haar misschien eerder naar de jongevrouwen laten gaan, zodat ze bij haar vriendinnen kon zijn.

Na de kerk zocht Gift bisschop Achombi op. ‘Hoi, bisschop’, zei ze. ‘Ik heb niet meer het gevoel dat ik in het jeugdwerk thuishoor. Ik ben groter en ouder dan alle andere kinderen. Kan ik in plaats daarvan naar de jongevrouwen gaan?’

Bisschop Achombi glimlachte. ‘Ik weet dat de overstap naar de jongevrouwen leuk is’, zegt hij. ‘Maar je kunt daar pas naartoe gaan vanaf het jaar dat je 12 wordt. Sorry.’

Gift keek naar de grond. ‘Oké.’

‘Iedereen in het jeugdwerk is blij dat je er bent’, zei de bisschop. ‘Ik denk dat de kleinere kinderen erg naar je opkijken. Jij kunt veel voor hen betekenen.’

De rest van de dag was Gift verdrietig. Een jaar was een lange tijd om eenzaam naar het jeugdwerk te gaan.

Maar toen dacht Gift meer na over wat bisschop Achombi had gezegd. Zouden de andere kinderen echt naar haar opkijken? Dat had ze nog nooit gemerkt.

De week daarop zwaaide Gift haar vriendinnen die naar de jongevrouwen gingen gedag. Ze zuchtte en liep naar het jeugdwerklokaal.

‘Gift’, zei zuster Agbor, ‘wil je me helpen om de anderen het liedje van deze week aan te leren?’

‘Eh, ja hoor’, zei Gift. ‘Welk liedje gaan we leren?’

‘“Ik ben een kind van God”’, zei zuster Agbor. ‘Bedankt voor je hulp! Ik denk dat de kinderen het leuk zullen vinden om van jou te leren.’

Toen de zangperiode begon, stond Gift voor de klas. ‘Vandaag ga ik jullie een van mijn lievelingsliedjes leren’, zei ze. Ze leerde de kinderen de tekst. Daarna zong ze het lied met hen. Terwijl ze zongen, voelde Gift zich warm en gelukkig vanbinnen. Ze wist dat ze de Heilige Geest voelde.

Al gauw was de jeugdwerkles weer bijna voorbij! Na het slotgebed liep Gift naar de hal. Ze wilde haar vriendinnen na hun jongevrouwenklas opzoeken.

Maar een van de kleine meisjes kwam naar haar toe. ‘Dankjewel dat je met ons hebt gezongen.’ Ze gaf Gift een knuffel. ‘Ik wil later net als jij zijn.’

Gift glimlachte. Ze kon nog steeds niet wachten om naar de jongevrouwen te gaan, en ze hoopte dat dit komende jaar snel voorbij zou gaan. Maar ze wist dat ze in het jeugdwerk nog steeds goede dingen kon leren en doen.

En misschien had bisschop Achombi gelijk. Zij kon iets betekenen.

PDF

Illustraties, Simini Blocker

  1. Kinderliedjes, p. 74.

  2. Kinderliedjes, p. 2–3.