‘Maja’s zonnige Schrifttekst’, Vriend, november 2024, 14–15.
Maja’s zonnige Schrifttekst
‘Ik weet niet of ik een lievelingstekst heb’, zei Maja.
Dit verhaal speelt zich af in Slovenië.
Maja zat op de trap voor haar huis met haar kin op haar handen. Er schenen heldere, warme zonnestralen door de hoge bomen. De lucht rook naar verse dennennaalden.
Mami kwam naar buiten en ging naast Maja zitten. ‘Waar denk je aan?’
‘Ik moet in het jeugdwerk mijn favoriete Schrifttekst delen’, zei Maja. Maar ik heb geen favoriete tekst. En ik weet niet welke ik moet kiezen.’
Mami knikte. ‘Het is moeilijk om een lievelingstekst uit te kiezen.’ Ze keek naar de bomen en stond toen op. ‘Ik heb een idee.’
Mami ging weer naar binnen. Ze kwam met de Schriften terug. ‘Laten we met een verhaal beginnen. Wat is je lievelingsverhaal uit de Schriften?’
Maja dacht na. ‘Ik vind het bezoek van Jezus aan de Nephieten mooi.’
Mami bladerde door het Boek van Mormon. ‘Dat verhaal begint in 3 Nephi.’ Ze wees naar de bladzijde. ‘Laten we om de beurt voorlezen en verzen uitkiezen die we mooi vinden.’
Maja knikte en luisterde terwijl mami voorlas. Ze las hoe Jezus Christus zijn discipelen riep. Ze las over vredestichters en gebed.
Toen was Maja aan de beurt. Nadat ze een van de verzen had gelezen, pauzeerde ze. Het voelde alsof de zon fel genoeg scheen om haar hart met zonneschijn te vullen.
Ze keek mami aan. ‘Die is mooi.’
‘Ja, hè? Wat vind je er mooi aan?’ vroeg mami.
Maja haalde haar schouders op en er verscheen een glimlach op haar gezicht. ‘Het gaat over Jezus. En het geeft me een fijn gevoel.’
Mami glimlachte terug. ‘Dat is een goede manier om te weten dat je een lievelingstekst gevonden hebt. Wil je deze in het jeugdwerk delen?’
Maja knikte opgewonden. ‘Kun je me helpen om hem uit het hoofd te leren?’
‘Tuurlijk!’ zei mami.
Mami en Maja oefenden de tekst woord voor woord. Terwijl ze bezig waren, tjilpten de vogels in de bomen alsof zij ook aan het leren waren.
Maja oefende haar nieuwe lievelingstekst de hele week. Op zondagochtend was ze een beetje zenuwachtig. Tijdens de lange rit naar de kerk oefende ze met het opzeggen van haar Schrifttekst.
Er zaten maar een paar kinderen met Maja in het jeugdwerk. Maar toen ze het lokaal binnenkwam, had Maja het gevoel dat er vlinders in haar buik rondfladderden.
Toen het haar beurt was om iets te zeggen, stond Maja op en haalde diep adem. ‘Zie, Ik ben de wet en het licht’, zei ze. ‘Vertrouw op Mij en volhard tot het einde, en u zult leven; want aan hem die tot het einde volhardt, zal Ik het eeuwige leven geven.’
Toen Maja klaar was, ging ze zitten en glimlachte. Het was haar gelukt! Het zenuwachtige gefladder was verdwenen en het warme, zonnige gevoel was terug. Ze wist dat haar lievelingstekst haar dat gevoel zou geven wanneer ze dat nodig had.
Illustraties, Chloe Dominique