‘Test je kennis 10: Amos–Maleachi’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Test je kennis 10: Amos–Maleachi’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Maleachi: Les 160
Test je kennis 10
Amos–Maleachi
Als we onze geestelijke leercurve overdenken en toetsen, kunnen we dichter tot onze hemelse Vader en Jezus Christus komen. In deze les kunnen de cursisten nadenken over de doelen die ze hebben gesteld en de groei die ze dankzij hun recente studie van het Oude Testament hebben doorgemaakt.
Voorbereiding van de cursist: Vraag de cursisten zich voor te bereiden om in de les een foto te laten zien van talenten of vaardigheden die ze hebben ontwikkeld, hoe ze zijn gegroeid of ervaringen die ze het afgelopen jaar hebben opgedaan. Als ze geen afbeelding kunnen vinden, kunnen ze gewoon ergens over vertellen.
Mogelijke leeractiviteiten
Uw cursisten hebben zich in Amos tot Maleachi wellicht op andere resultaten gericht dan die in deze les worden beoordeeld. Pas de activiteiten in dat geval aan om de groei van de cursisten op grond van die resultaten te beoordelen. U hoeft ook niet alle activiteiten te doen. Kies bijvoorbeeld de activiteiten die u relevant of nuttig voor uw cursisten vindt.
In deze les krijgen de cursisten de gelegenheid om hun vooruitgang op de volgende gebieden te beoordelen:
-
De rol van profeten uitleggen. (NB Deze activiteit is gebaseerd op leringen uit les 138: ‘Ezechiël 3’ en les 149: ‘Amos 3; 7’.)
-
De titels, rollen, eigenschappen en symbolen van Jezus Christus uitleggen. (NB Deze activiteit borduurt voort op de algemene studie van de cursisten van het Oude Testament.)
-
Het gebod onderhouden om het woord van wijsheid te gehoorzamen. (NB Deze activiteit is gebaseerd op leringen uit les 142: ‘Daniël 1’.)
U kunt elk van deze activiteiten vervangen door een toetsactiviteit voor de lessen Levensvoorbereiding. Toetsen voor lessen Levensvoorbereiding staan in het aanhangsel.
Je groei
Laat de cursisten aan het begin van de les afbeeldingen tonen van talenten of vaardigheden die ze hebben ontwikkeld, hoe ze zijn gegroeid of ervaringen die ze het afgelopen jaar hebben opgedaan. Als de cursisten geen afbeelding hebben, kunnen ze gewoon een voorbeeld geven. U kunt een afbeelding laten zien die illustreert hoe u gegroeid bent.
-
Waarom is het goed om soms stil te staan bij wat we hebben geleerd of hoe we zijn gegroeid?
Laat de cursisten zich afvragen hoe ze het afgelopen jaar geestelijk zijn gegroeid en dichter tot onze hemelse Vader en Jezus Christus zijn gekomen. Laat de cursisten twee vakjes als de volgende in hun studiedagboek tekenen:
Teken of noteer in elk vakje één manier waarop je dit jaar bent gegroeid of dichter tot je hemelse Vader en Jezus Christus bent gekomen. Dit kan een soort ‘afbeelding’ van jouw ervaring zijn. Je kunt de volgende dingen erin opnemen:
-
Op welke manieren je probeert meer als je hemelse Vader en Jezus Christus te worden. Denk bijvoorbeeld aan doelen die je dit jaar hebt gesteld en plannen die je hebt gemaakt. Als je bij je Schriftstudie een plan hebt gemaakt, kun je de betreffende teksten noemen.
-
Schriftteksten of leringen die je hebben geholpen of gesterkt. Je kunt verzen of hoofdstukken noemen die je met anderen kunt delen.
-
Groei-ervaringen die je hebt gehad, zoals antwoord op je gebeden, dienstbaarheid aan anderen, de hulp van de Heer bij een beproeving, of inspiratie door een voorbeeld uit de Schriften of van een klasgenoot.
Laat enkele cursisten vertellen wat ze hebben genoteerd of getekend. Omdat dit het einde van deze cursus is, kan het nuttig zijn om meerdere cursisten aan het woord te laten.
Laat de cursisten weten dat u hun inbreng waardeert. Voordat de cursisten iets vertellen, kunt u iets zeggen als ‘We horen graag van Olivia’ of ‘Ik hoor graag over de gedachten en ervaringen van Joseph’. Het is goed om de cursisten aan te kijken en oogcontact te maken als ze iets vertellen. Het kan ook nuttig zijn om oprecht ‘dank je wel’ of ‘ik hoor graag over jouw gedachten’ te zeggen. Zie voor aanvullende instructie ‘Schep een omgeving waarin alle cursisten zich gerespecteerd voelen en weten dat hun inbreng wordt gewaardeerd’ in Verbetering van onderwijsvaardigheden.
Als u denkt dat het nuttig is om het merendeel van de les aan deze activiteit te besteden, kunt u elke cursist de gelegenheid geven om te vertellen wat ze hebben getekend of genoteerd. U kunt de tafels bijvoorbeeld in een kring plaatsen en een vrijwilliger vragen om te beginnen. Ga vervolgens de kring rond en nodig andere cursisten uit om iets te vertellen. Laat de cursisten hun beurt overslaan als ze niets willen vertellen. Zoek naar manieren om de inbreng van de cursisten te erkennen, van de Heiland te getuigen en de kracht van de Schriften te benadrukken.
De rol van de profeten van de Heer uitleggen
De cursisten hebben wellicht geleerd over de rol van profeten van de Heer in les 138: ‘Ezechiël 1–3; 33’ en les 149: ‘Amos 3; 7’. Geef de cursisten eventueel een paar minuten de tijd om door te nemen wat ze in deze lessen hebben geleerd. Dat kunnen ze doen door Ezechiël 3:10–11, 16–17; Amos 3:7, en eventuele aantekeningen in hun Schriften of dagboek over de rol van profeten door te nemen.
Om de volgende activiteit te introduceren, kunt u uitleggen dat de kerk informatiebronnen online zet voor mensen die meer over bepaalde onderwerpen willen weten. Een van die bronnen is Onderwerpen en vragen in de Evangeliebibliotheek.
Schrijf aan de hand van de volgende instructies een alinea van drie zinnen over profeten voor in de Evangeliebibliotheek:
-
Schrijf in je eerste zin wat je uit Ezechiël 3:10–11, 16–17 over de rol van profeten hebt geleerd.
-
Schrijf in de tweede zin op wat je uit Amos 3:7 over de rol van profeten hebt geleerd.
-
Schrijf de derde zin over iets anders wat je bij je studie van het Oude Testament over de rol van profeten hebt geleerd.
Als de cursisten hun alinea hebben geschreven, kunt u het volgende deel van het artikel over profeten uit Onderwerpen en vragen tonen. Laat de cursisten het lezen en kijken of ze iets aan hun alinea willen toevoegen.
Net als de profeten vanouds getuigen de hedendaagse profeten van Jezus Christus en zijn evangelie. Zij maken Gods wil en ware karakter bekend. Ze spreken zich krachtig en helder tegen zonde uit en waarschuwen voor de gevolgen ervan. Soms voelen ze zich geïnspireerd om voor ons welzijn over toekomende gebeurtenissen te profeteren. (Onderwerpen en vragen, ‘Profeten’, Evangeliebibliotheek.)
Laat de cursisten eventueel in groepjes vertellen wat ze hebben opgeschreven. U kunt enkele bereidwillige cursisten vragen om een of meer van hun zinnen aan de klas voor te lezen.
Titels, rollen en symbolen van Jezus Christus
Toon verschillende afbeeldingen van gebeurtenissen in het Oude Testament die de Heiland of zijn macht illustreren. De volgende afbeeldingen zijn daar voorbeelden van:
-
Wat leert elk van deze afbeeldingen ons over Jezus Christus?
Deze afbeeldingen laten zien hoe de Heiland de wereld heeft geschapen; het volk genas dat naar de slang op de staak keek; Sadrach, Mesach en Abed-Nego in de brandende vuuroven steunde; en de muil van de leeuwen sloot. Herinner de cursisten er zo nodig aan dat de slang op de staak een symbool van de Heiland aan het kruis was (zie Johannes 3:14).
Noteer in je studiedagboek een of twee belangrijke dingen die je dit jaar over de Heiland hebt geleerd. Die dingen kunnen uit een verhaal uit het Oude Testament komen, of een van de titels, symbolen of rollen van de Heiland zijn. Verwijs waar mogelijk naar een Schrifttekst. Leg uit waarom je dit belangrijk vindt.
Laat verschillende cursisten aan het woord. Zoek naar manieren om de cursisten te laten getuigen van de Heiland en de vele rollen die Hij in ons leven vervult.
Het woord van wijsheid van de Heer gehoorzamen
U kunt de volgende afbeelding laten zien en de cursisten vragen wat ze zich van het verhaal in Daniël 1 herinneren. U kunt de cursisten ook vragen om de posters over het woord van wijsheid door te nemen die ze in les 142: ‘Daniël 1’ hebben gemaakt, of om te bedenken wat ze erop hadden gezet.
-
Wat weet je nog van dit verhaal?
In les 142: ‘Daniël 1’ leerden de cursisten dat gehoorzaamheid aan het woord van wijsheid van de Heer stoffelijke en geestelijke zegeningen met zich meebrengt. Als onderdeel van die les hebben de cursisten misschien de volgende zin in hun studiedagboek afgemaakt: ‘Ik kan het woord van wijsheid gehoorzamen door …’
Om de cursisten hun inspanningen te laten evalueren, kunt u ze laten nagaan hoe ze die zin hebben aangevuld. Toon daarna een of meer van de volgende vragen.
Beantwoord een of meer van de volgende vragen in je studiedagboek:
-
Wat heb je gedaan om het woord van wijsheid na te leven?
-
Welke ervaringen heb je gehad toen je je best deed om het woord van wijsheid na te leven?
-
Heeft God jou of anderen stoffelijk of geestelijk gezegend voor gehoorzaamheid aan het woord van wijsheid?
Vraag enkele cursisten eventueel naar hun gedachten. U kunt de cursisten ook aanmoedigen om zo nodig hun inspanningen aan te passen of zich opnieuw voor te nemen het woord van wijsheid na te leven.