Seminarie
2 Koningen 17; 24–25: De verstrooiing van Israël


‘2 Koningen 17; 24–25: De verstrooiing van Israël’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)

‘2 Koningen 17; 24–25: De verstrooiing van Israël’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht

2 Koningen 16–25: Les 88

2 Koningen 17; 24–25

De verstrooiing van Israël

A group of youth reading scriptures together in Florida.

Profeten en anderen spreken vaak over de vergadering van Israël. Om de vergadering te begrijpen, kan het nuttig zijn om te begrijpen waarom Israël werd verstrooid. Deze les kan de cursisten helpen om aan de hand van de verstrooiing van Israël eigenschappen van onze hemelse Vader en Jezus Christus te benoemen.

Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten ‘Goed om in gedachten te houden: “Jezus zal tegen heel Israël zeggen: ‘Kom naar huis’”’ uit Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 lezen. Vraag ze zich voor te bereiden om hun gedachten of vragen over de verstrooiing van Israël te bespreken.

Mogelijke leeractiviteiten

De verstrooiing van Israël

Vóór de les kunt u verschillende plekken in het klaslokaal aanduiden als Noordelijk koninkrijk (Israël), Zuidelijk koninkrijk (Juda), Assyrië, Amerika en Babylon/Perzië.

  • Hoe en wanneer kan het corrigeren van een kind een teken van liefde van zijn of haar ouders zijn?

Lees Leer en Verbonden 95:1 en ga na wat onze hemelse Vader en Jezus Christus vinden van mensen die Ze moeten corrigeren of kastijden.

In het Oude Testament kwam Israël meermaals tegen onze hemelse Vader en Jezus Christus in opstand, waardoor het volk gecorrigeerd moest worden. Dat leidde tot de zogenoemde verstrooiing van Israël. Ga bij je studie van de verstrooiing van Israël na hoe onze hemelse Vader en Jezus Christus hun liefde toonden.

In de volgende twee onderdelen van de les lopen de cursisten door het klaslokaal om te ontdekken hoe Israël werd verstrooid.

Deel de cursisten op in twee gelijke groepen. Laat één groep naar de plek gaan die als Noordelijk koninkrijk (Israël) is aangeduid en de andere groep naar het Zuidelijk koninkrijk (Juda).

In plaats van de cursisten door de klas te laten lopen, kunt u ook de ‘Tijdlijn van de koninkrijken Israël en Juda’ tonen. De cursisten kunnen met behulp van deze tijdlijn dezelfde verzen uit de les lezen en dezelfde vragen bespreken.

Noordelijk koninkrijk Israël

Rond 975 v.C., na de dood van Salomo, werd zijn zoon Rehabeam koning. Rehabeam legde het volk zware lasten op. Tien van de stammen kwamen tegen Rehabeam in opstand en volgden Jerobeam (zie 1 Koningen 12:6–11, 19–20). Door deze scheiding ontstonden het noordelijk en zuidelijk koninkrijk.

Lees 2 Koningen 17:7–18, 22–23 en ga na wat er met het noordelijk koninkrijk Israël gebeurde.

  • Wat gebeurde er met dat koninkrijk en waarom?

    Leg uit dat de verstrooiing van Israël werd ingeluid toen Assyrië het noordelijke koninkrijk Israël veroverde en veel Israëlieten terugvoerde naar Assyrië. Laat de meeste cursisten bij Noordelijk koninkrijk (Israël) naar de plek Assyrië in het lokaal gaan. Wijs erop dat we deze stammen vaak de verloren stammen van Israël noemen. U kunt de cursisten die naar Assyrië zijn gegaan het bordje Verloren stammen geven. U kunt de cursisten die in Israël blijven het bordje Samaritanen geven. Leg eventueel uit dat de Samaritanen deels Israëlitisch en deels van de andere volken afkomstig waren. (Zie Gids bij de Schriften, ‘Samaritanen’, Evangeliebibliotheek.)

  • Hoe zou je samenvatten waarom Israël werd verstrooid?

De cursisten noemen misschien een waarheid als: Omdat Israël de profeten verwierp en het verbond met de Heer verbrak, verstrooide Hij hen onder de volken.

Zuidelijk koninkrijk Juda

  • Wat ben je tot nu toe over het zuidelijke koninkrijk Juda te weten gekomen, inclusief de koningen die daar hebben geregeerd?

Vraag de cursisten welke verhalen ze nog kennen. Ze kunnen bijvoorbeeld koning Hizkia of koning Josia noemen. U kunt dan een bordje voor elke koning maken en de cursisten die omhoog laten houden. Moedig de cursisten aan om te vertellen hoe de Heer deze koningen en het volk voor hun geloof in Hem zegende. Beide rechtschapen koningen regeerden nadat Assyrië het koninkrijk Israël had veroverd.

De cursisten kunnen ook Lehi en zijn gezin noemen. Vraag ze in dat geval wat ze daarover weten. Zo niet, dan kunt u ze het volgende laten doen. U kunt een bordje met het opschrift Lehi en zijn gezin maken dat enkele cursisten kunnen vasthouden.

Lees 1 Nephi 1:4 en ga na wie er nog meer in het koninkrijk Juda woonden.

Lees 1 Nephi 2:1–4; 18:22–23 en ga na wat er met dit gezin gebeurde.

  • Welke zegeningen hebben wij van onze hemelse Vader ontvangen omdat de Heer Lehi en zijn gezin als onderdeel van de verstrooiing uit Jeruzalem wegleidde?

Laat de cursisten met het bordje Lehi en zijn gezin van het Koninkrijk Juda naar de plek Amerika gaan.

Lees 2 Kronieken 36:17–20 en ga na wat Nebukadnezar, de koning van Babylon, kort na het vertrek van Lehi en zijn gezin met de inwoners van Jeruzalem deed.

Laat de overgebleven cursisten in het Koninkrijk Juda naar Babylon/Perzië in het lokaal gaan. Ongeveer tussen 605 en 587 v.C. voerden de Babyloniërs vele Joden weg naar Babylon. Zij belegerden Jeruzalem en verwoestten de stad uiteindelijk (zie 2 Koningen 24:8–16; 25:1–12, 21; Jeremia 52).

U kunt de cursisten vragen enkele personen te noemen die in Babylon terechtkwamen. Als ze hulp nodig hebben, kunt u enkele cursisten voorzien van de bordjes Daniël, Sadrach, Mesach, Abed-Nego (zie Daniël 1:1–7) en Ezechiël (zie Gids bij de Schriften, ‘Ezechiël’, Evangeliebibliotheek).

Lees de volgende samenvatting. Leg uit dat sommige Joden in Perzië bleven (zie Esther 2:5–7). Laat enkele cursisten uit Babylon/Perzië terugkeren naar het Koninkrijk Juda. U kunt enkele cursisten bordjes voor Ezra en Nehemia geven en hen naar het Koninkrijk Juda laten gaan. De cursisten komen later meer over Ezra en Nehemia te weten.

Onder koning Kores veroverden de Perzen Babylon. Rond 537 v.C. inspireerde de Heer koning Kores van Perzië om de Joden toe te staan naar Jeruzalem terug te keren en de tempel te herbouwen (zie 2 Kronieken 36:22–23; Jeremia 29:10–14; Ezra 1:1–3). In de daaropvolgende jaren keerden Ezra, Nehemia en anderen terug naar Jeruzalem om te helpen met de wederopbouw van de stad en de voltooiing van de tempel (zie Ezra 7:6–8; Nehemia 2:1–11).

Onze hemelse Vader verliest zijn kinderen nooit uit het oog

U kunt erop wijzen dat veel van die groepen niet wisten wat er met de andere groepen gebeurde. Vanuit hun perspectief waren de andere groepen verloren.

Lees 3 Nephi 17:4 en ga na wat de Heiland de Nephieten tijdens zijn bediening onder hen vertelde.

  • Wat valt je aan dit vers op?

U kunt erop wijzen dat hoewel Israël verstrooid was, de Heer de verstrooiing van zijn verbondsvolk gebruikte om de volken te zegenen waarnaar Israël verstrooid was. (Zie ‘De verstrooiing van Israël’ onder Gids bij de Schriften, ‘Israël’, Evangeliebibliotheek.) U kunt erop wijzen dat ‘goedertierenheid’ in Jesaja 54:8 een vertaling van hesed is. Zie voor meer informatie over de betekenis van hesed president Nelsons artikel ‘Het eeuwigdurend verbond’, Liahona, oktober 2022, 4–11.

Lees Deuteronomium 4:27–31 en Jesaja 54:7–10 en ga na wat de Heer beloofde te doen voor het verstrooide Israël.

  • Welke eigenschappen zie je in onze hemelse Vader en Jezus Christus naarmate je meer over de verstrooiing van Israël te weten komt?

Getuig desgewenst van de liefde van onze hemelse Vader voor al zijn kinderen en van zijn belofte om het verstrooide Israël te vergaderen.