‘Test je kennis 4: Numeri–Richteren’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Test je kennis 4: Numeri–Richteren’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Richteren 2–4; 6–8; 13–16: Les 67
Test je kennis 4
Numeri–Richteren
Als we onze geestelijke leercurve overdenken en toetsen, kunnen we dichter tot onze hemelse Vader en Jezus Christus komen. In deze les kunnen de cursisten nadenken over de doelen die ze hebben gesteld en de groei die ze bij hun recente studie van het Oude Testament hebben doorgemaakt.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten tijdens de les vertellen wat ze door hun studie van het Oude Testament dit jaar hebben geleerd of hoe ze geestelijk zijn gegroeid. Laat ze eventueel hun studiedagboek of notities in hun Schriften doornemen zodat ze hun groei en kennis zien.
Mogelijke leeractiviteiten
In uw lessen over het Oude Testament hebt u zich wellicht op andere resultaten gericht dan die in deze les worden getoetst. Pas de activiteiten in dat geval aan om de groei van de cursisten op grond van die resultaten te beoordelen.
In deze les krijgen de cursisten de gelegenheid om hun vooruitgang te beoordelen wat betreft:
-
Zinnebeelden of symbolen van Jezus Christus uit het Oude Testament uitleggen. (NB Deze activiteit heeft betrekking op verschillende lessen over het Oude Testament, waaronder les 57: ‘Numeri 21’.)
-
Een groter verlangen om de Heer met heel hun hart lief te hebben. (NB Deze activiteit heeft betrekking op les 58: ‘Deuteronomium 6:1–6’.)
-
De geboden van de Heer onderhouden. (NB Deze activiteit heeft betrekking op les 49: ‘Exodus 20:1–11’; les 58: ‘Deuteronomium 6:1–6’; les 59: ‘Deuteronomium 6:6–25; 7:1–26; 8:1–20’ en les 60: ‘Deuteronomium 15’.)
Richting is belangrijker dan snelheid
Bereid de cursisten voor op een bespreking over het belang van geestelijke groei door ze de volgende vraag klassikaal of in groepjes te laten bespreken:
-
Wat zijn enkele voorbeelden in de sportwereld of het leven waarbij de richting die je opgaat belangrijker is dan je snelheid?
Toon het volgende citaat en laat de cursisten letten op het belang van richting in geestelijke groei.
Ouderling Larry R. Lawrence van de Zeventig heeft over onze geestelijke groei gesproken.
Onze hemelse Vader [kent] onze goddelijke mogelijkheden. Hij verheugt Zich als wij een stap in de goede richting zetten. Hij vindt onze richting veel belangrijker dan onze snelheid.
Wees standvastig, broeders en zusters, maar wees nooit ontmoedigd. (‘Wat ontbreekt mij nog?’, Liahona, november 2015, 35.)
-
Waarom zou onze hemelse Vader de richting van onze geestelijke groei belangrijker vinden dan onze snelheid?
Het kan voor sommige cursisten moeilijk zijn om hun geestelijke groei in te zien. Leg uit dat stilstaan bij hoe we er in vergelijking met vroeger voorstaan – ook als we weinig vooruitgang hebben gemaakt – ons kan helpen om onze geestelijke groei in te zien. De cursisten kunnen bedenken wat ze over de Heiland hebben geleerd, welke rechtschapen gewoonten ze ontwikkelen of hoe ze ernaar streven om zoals Jezus Christus te leven.
Geef de cursisten enkele minuten de tijd om hun studiedagboek of aantekeningen in hun Schriften door te nemen. Laat ze opzoeken wat ze hebben opgeschreven over de Heiland, geestelijke indrukken of inzichten, of plannen die ze wilden uitvoeren.
Vraag de cursisten naar hun bevindingen. Laat ze vervolgens vragen zoals de volgende in hun studiedagboek beantwoorden:
-
Welke groei of vooruitgang heb je sinds het begin van het schooljaar opgemerkt in je inspanningen om Jezus Christus te volgen?
-
Wat heb je door je studie van het Oude Testament geleerd of toegepast?
Laat wie dat wil zijn of haar antwoorden aan de klas vertellen.
Sta bij de evaluatie van je leerproces vandaag open voor ingevingen van de Heilige Geest zodat je kunt inzien hoe je geestelijk bent gegroeid in het volgen van Jezus Christus – ook al ben je maar één stap vooruitgegaan.
Zinnebeelden of symbolen van Jezus Christus uit het Oude Testament uitleggen
Laat de cursisten uitleggen hoe bepaalde zinnebeelden of symbolen die ze onlangs in het Oude Testament hebben bestudeerd, ons op Jezus Christus wijzen (zie Mozes 6:63).
U kunt dit bijvoorbeeld doen door de volgende afbeelding te tonen en de cursisten te vragen wat ze zich nog van dit verhaal in de Schriften kunnen herinneren. Als de cursisten hulp nodig hebben, kunt u ze Numeri 21:4–9 laten lezen. De cursisten kunnen dan uitleggen hoe dit symbool ons op de rol en zending van Jezus Christus richt door de volgende twee vragen te beantwoorden:
-
Wat komen we door het symbool van de koperen slang op een staak over Jezus Christus te weten?
-
Hoe vervult Christus deze rol voor ons?
De cursisten kunnen erop wijzen dat de Heiland de macht heeft om ons niet alleen van lichamelijke ziekten te genezen, maar ook van geestelijke problemen, zoals ongeloof of een verstokt hart. Herinner de cursisten er zo nodig aan dat ze in les 57: ‘Numeri 21’ hebben geleerd dat we van het symbool van de koperen slang leren dat De Heiland ons zal genezen als we in geloof naar Hem opzien.
U kunt de cursisten andere symbolen in het Oude Testament laten uitleggen die ons op de rollen en zending van Jezus Christus richten. In de rest van dit lesonderdeel staat hoe u dit kunt doen.
-
Welke andere zinnebeelden of symbolen van Jezus Christus herinner je je van je studie van het Oude Testament?
Zet de antwoorden van de cursisten op het bord. De cursisten noemen mogelijk dierenoffers (zie Mozes 5:5–7; Leviticus 1), Abraham en Izak (zie Genesis 22:1–19), symbolen van het Pascha (zie Exodus 12), water (zie Exodus 15:23–26; 17:1–6), manna (zie Exodus 16), rechters of bevrijders (zie Richteren 3:9), of iets anders.
Laat de cursisten uitleggen hoe het ons in deze tijd kan helpen als we deze zinnebeelden en symbolen van de Heiland begrijpen. Toon daartoe de volgende instructies en laat de cursisten met een medecursist samenwerken.
Kies een zinnebeeld of symbool van Jezus Christus uit het Oude Testament en leg het volgende uit:
-
Wat je door dat zinnebeeld of symbool over Jezus Christus te weten bent gekomen.
-
Hoe Jezus Christus dezelfde rol voor ons vervult.
Vraag de cursisten na verloop van tijd hun antwoorden in groepjes of klassikaal te bespreken.
Een groter verlangen om de Heer met heel ons hart lief te hebben
Teken het volgende hart op het bord. Laat de cursisten nadenken over hun huidige verlangen om de Heer met heel hun hart lief te hebben. Teken nog geen lijn en kleur het hart nog niet in. Laat de cursisten aan het begin van dit onderdeel bedenken hoeveel ze van bepaalde dingen of mensen houden. U kunt dat bijvoorbeeld op de volgende manier doen:
-
Van wat of wie houd je? Hoe kun je zoal je liefde laten blijken?
Kies een cursist uit die heeft verteld over iets waar hij of zij van houdt. Vraag hem of haar een lijn in het hart op het bord te zetten om aan te geven hoeveel hij of zij daarvan houdt. Laat hem of haar niet vertellen hoeveel hij of zij van bepaalde mensen houdt.
Lees Deuteronomium 6:4–6 en ga na hoe we onze hemelse Vader en Jezus Christus dienen lief te hebben.
-
Hoe zou je dat in het hart aangeven?
Afhankelijk van wat de cursisten zeggen, kunt u de rest van het hart inkleuren.
In les 58: ‘Deuteronomium 6:1–6’ kregen de cursisten de opdracht om te bespreken hoe mensen in verschillende omstandigheden hun liefde voor God kunnen uiten. Herinner de cursisten zo nodig aan deze bespreking.
Wat hebben de volgende dingen onlangs betekend voor je liefde voor je hemelse Vader en Jezus Christus:
-
Je eigen ervaringen of die van anderen.
-
Schriftteksten die je onlangs zelf, met je familie, in de kerk of in het seminarie hebt bestudeerd.
U kunt enkele bereidwillige cursisten vragen om er iets over te vertellen. Om de cursisten hun huidige verlangen om de Heer met heel hun hart lief te hebben onder de loep te laten nemen, kunt u ze een hart in hun studiedagboek laten tekenen en in dat hart laten aangeven hoeveel ze God momenteel liefhebben. Ze kunnen daarbij over de volgende vragen nadenken.
Denk na over je huidige gevoelens voor je hemelse Vader en Jezus Christus aan de hand van deze vragen:
-
Heb je het gevoel dat je liefde voor je hemelse Vader en Jezus Christus de afgelopen weken is toegenomen, afgenomen of gelijk is gebleven?
-
Wat is van invloed op je huidige gevoelens voor Hen?
-
Hoe kun je ernaar streven om Hen met heel je hart, ziel en kracht lief te hebben?
De geboden van de Heer onderhouden
Tijdens hun recente studie van het Oude Testament hebben de cursisten wellicht over verschillende geboden van God geleerd. Zet een grote 1 op het bord om de cursisten te laten beoordelen in hoeverre zij de geboden van de Heer onderhouden. Deze 1 stelt hun verlangen voor om God op de eerste plaats te stellen door zijn geboden te onderhouden.
De cursisten hebben wellicht in les 49: ‘Exodus 20:1–11’ een 1 in hun studiedagboek getekend en daarbij een plan opgeschreven om een van Gods geboden te gehoorzamen. Als dat het geval is, laat u de cursisten hun plan doornemen.
Als de cursisten nog geen tekening of plan hebben gemaakt, kunt u ze dat nu laten doen.
Sta stil bij je vooruitgang door de volgende vragen in je studiedagboek te beantwoorden:
-
Hoe goed onderhoud je dit gebod? Welke zegeningen, groei, obstakels of moeilijkheden heb je opgemerkt?
-
Hoe voel je je dichter bij God door dit gebod na te leven? Of hoe zou je je dichter bij Hem kunnen voelen als je ernaar streeft om het te gehoorzamen?
Moedig de cursisten aan om God op de eerste plaats te blijven stellen. De cursisten kunnen ook nog een 1 tekenen en daarin of daarnaast een ander gebod opschrijven waarop ze zich willen richten.
Herinner de cursisten eraan dat onze hemelse Vader hun geestelijke richting belangrijker vindt dan hun snelheid. Getuig van zijn hulp en moedig ze aan om voorwaarts te blijven streven op het verbondspad, ook als ze naar hun gevoel niet snel vooruitgaan.