Seminarie
Deuteronomium 15: ‘Uw hand wijd voor hem opendoen’


‘Deuteronomium 15: “Uw hand wijd voor hem opendoen”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)

‘Deuteronomium 15: “Uw hand wijd voor hem opendoen”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht

Deuteronomium 6–8; 15; 18; 29–30; 34: Les 60

Deuteronomium 15

‘Uw hand wijd voor hem opendoen’

Jezus opent zijn hand

De geboden van de Heiland aan de Israëlieten in Deuteronomium waren onder meer: vergeven van schuldenaren, bevrijden van slaven, en verlichten van de lasten van de armen. Als zijn volk hebben wij ook de verbondsplicht om vrijelijk te delen wat de Heiland ons heeft gegeven, zodat we de lasten van de armen kunnen verlichten. In deze les kunnen de cursisten een groter verlangen krijgen om het gebod van de Heiland te gehoorzamen en te delen wat Hij hun heeft gegeven.

Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten de woorden van de lofzang ‘Daar Gij mij veel gegeven hebt’ (Lofzangen, nr. 151) onder gebed zingen of lezen, of Mattheüs 25:31–40 bestuderen. De cursisten kunnen hun hemelse Vader vragen om ze te laten zien hoe ze met anderen kunnen delen wat Hij ze heeft gegeven.

Mogelijke leeractiviteiten

Ware volgelingen van Jezus Christus

Laat aan het begin van de les uw lievelingsafbeelding van Jezus Christus zien. Zet de volgende onvolledige uitspraak van president Nelson op het bord. U kunt erop wijzen dat er veel juiste manieren kunnen zijn om de zin af te maken.

President Russell M. Nelson heeft gezegd:

Foto van president Nelson

Een van de dingen waaraan je vrij eenvoudig een ware volgeling van Jezus Christus herkent, is . (‘Vredestichters gezocht’, Liahona, mei 2023, 98.)

  • Hoe kunnen we de uitspraak van president Nelson aanvullen?

Vraag de cursisten na hun antwoorden waarom ze vinden dat hun antwoord de zin afmaakt. U kunt complimenten geven en bekrachtigen wat de cursisten delen. Laat vervolgens het volledige citaat van president Nelson zien.

Foto van president Nelson

Een van de dingen waaraan je vrij eenvoudig een ware volgeling van Jezus Christus herkent, is hoe barmhartig die persoon anderen bejegent. (‘Vredestichters gezocht’, Liahona, mei 2023, 98.)

  • Waarom is dit een goede manier om ware volgelingen van Jezus Christus te herkennen?

  • Hoe kunnen discipelen van Jezus Christus mensen barmhartig bejegenen?

    Om de cursisten te helpen beoordelen hoe goed ze anderen momenteel behandelen, kunt u (enkele van) de volgende uitspraken voorlezen en de cursisten laten overdenken in hoeverre die uitspraak op hen van toepassing is.

  • Uit de manier waarop ik anderen behandel, blijkt dat ik een volgeling van Jezus Christus ben.

  • Ik leef met anderen mee en wil doen wat ik kan om ze te helpen.

  • Ik ben bereid om met anderen te delen wat de Heer mij heeft gegeven.

Zoek bij je studie vandaag naar de leiding van de Heilige Geest om in te zien hoe belangrijk het is dat je het gebod van de Heiland volgt in de manier waarop je andere mensen behandelt.

Voor behoeftigen zorgen

Voordat de cursisten de volgende tekst lezen, kunt u uitleggen dat de Heer als onderdeel van de instructies in Deuteronomium gebood dat alle schulden elk zevende jaar moesten worden kwijtgescholden.

Lees Deuteronomium 15:7–11 en ga na hoe we de mensen om ons heen volgens de Heer moeten behandelen.

  • Wat heb je gevonden?

    Help de cursisten een waarheid te herkennen zoals: De Heer gebiedt ons om de zegeningen te delen die Hij ons heeft gegeven.

    Het kan nuttig zijn om aan de hand van aanschouwelijk onderwijs duidelijk te maken wat het betekent om onze handen wijd voor andere mensen open te doen (zie vers 8 en 11). Zet hiervoor een kom met droge cornflakes, bonen of kleine snoepjes vooraan in de ruimte. Laat twee cursisten deze zinsnede demonstreren. Eén cursist kan een handvol uit de kom pakken en zijn of haar hand boven de handen van de andere cursist houden. Laat de cursist zijn of haar hand een beetje opendoen en daarna iets meer, zodat kleine hoeveelheden eten in de handen van de andere cursist vallen. Laat de cursisten uiteindelijk vers 8 nog een keer doorlezen en laat de cursist die het aanschouwelijk onderwijs doet zijn ‘hand wijd voor hem opendoen’.

  • Wat betekent het volgens jullie dat we onze handen wijd moeten opendoen om voor de armen te zorgen?

  • Wat leert dit gebod ons over de Heiland? Hoe doet Hij zijn hand wijd voor ons open?

  • In welke omstandigheden kunnen we in de verleiding komen om onze hand voor de armen te sluiten?

Voordat de cursisten de volgende tekst lezen, kunt u uitleggen dat de Heer ook gebood dat elke slaaf die vrijheid verlangde, elk zevende jaar uit slavernij moest worden bevrijd.

Lees Deuteronomium 15:12–15 en ga na hoe de Israëlieten volgens de Heer een slaaf moesten behandelen die uit slavernij bevrijd wilde worden.

  • Denk aan wat je over de Israëlieten hebt geleerd. Hoe waren zij lichamelijk en geestelijk in slavernij geweest? Hoe kan iemand zich tegenwoordig in geestelijke slavernij bevinden?

  • Hoe kan de gedachte dat de Heiland ons uit geestelijke en lichamelijke slavernij heeft bevrijd beïnvloeden hoe we anderen behandelen?

‘Zijn wij niet allen bedelaars?’

Laat de cursisten zich afvragen in welke opzichten een tiener niet alleen financieel, maar ook geestelijk, lichamelijk, emotioneel en sociaal ‘arm’ kan zijn.

  • Hoe kunnen we op al deze manieren onze hand wijd opendoen voor iemand die ons nodig heeft?

Zoek met de hulpmiddelen voor Schriftstudie naar een Schrifttekst of uitspraak van een kerkleider die iemand kan helpen gehoor te geven aan het gebod van de Heiland om voor de armen te zorgen.

Als de cursisten extra hulp nodig hebben, kunt u ze wijzen op teksten als Lukas 6:30–38; Mosiah 4:16–27; Leer en Verbonden 104:15–18; Mozes 7:18. De cursisten kunnen ook in de Evangeliebibliotheek naar woorden als ‘arm’ zoeken.

Als de cursisten voldoende tijd hebben gehad om een Schrifttekst of citaat op te zoeken, laat u ze er met een medecursist of in een groepje over vertellen. Ze kunnen ook de volgende vragen bespreken.

  • Hoe kan deze Schrifttekst of dit citaat van toepassing zijn op de manier waarop we zorgen voor iemand die financieel, geestelijk, lichamelijk, emotioneel of sociaal ‘arm’ is?

  • Wanneer ben je door de vrijgevigheid van anderen gezegend?

U kunt de video ‘The Coat’ (2:07) uit de Evangeliebibliotheek laten zien om de cursisten een groter verlangen te geven vrijelijk aan anderen te geven. U kunt de cursisten uitleggen dat dit verhaal over een jeugdervaring van president Heber J. Grant gaat. Zet de video eventueel stil nadat de jonge Heber het jongetje zonder jas voor het eerst heeft gezien. Laat de cursisten Deuteronomium 15:7–8 doornemen en vertellen hoe Heber zijn ‘hand wijd voor hem open [kan] doen’ en hoe de Heer hem voor zijn vrijgevigheid kan zegenen. Bekijk daarna de rest van de video.

2:8

Ons verlangen vergroten om met anderen te delen

Lees Mattheüs 25:31–40 en ga na wat de Heiland vindt van onze inspanningen om voor de behoeftigen te zorgen.

Laat de cursisten de lofzang ‘Daar Gij mij veel gegeven hebt’ (Lofzangen, nr. 151) lezen of zingen. Laat ze letten op woorden en zinsneden in de tekst waardoor ze het belang voelen van het gebod van de Heiland om vrijgevig met anderen te delen.

seminarie (pictogram) Voordat u de volgende vragen stelt, kunt u de cursisten herinneren aan het citaat van president Nelson aan het begin van de les. Door de cursisten aan dit citaat te herinneren, kunnen ze de waarheden die ze vandaag hebben geleerd en gevoeld met de woorden van profeten verbinden. (Zie voor meer instructie over uitnodigingen om de cursisten met de woorden van profeten te verbinden ‘Onderwijs uit de Schriften en de woorden van levende profeten’ in Verbetering van onderwijsvaardigheden.)

De cursisten kunnen de volgende vragen in hun studiedagboek beantwoorden.

  • Wat heb je vandaag geleerd of gevoeld waardoor je een groter verlangen hebt gekregen om een ware volgeling van Jezus Christus te zijn door vrijelijk aan anderen te geven?

  • Waartoe ben je geïnspireerd?

Vertel eventueel over een moment waarop u gezegend bent door de vrijgevigheid van anderen die probeerden ware volgelingen van Jezus Christus te zijn. U kunt de cursisten aanmoedigen om de leiding van onze hemelse Vader te zoeken bij het vinden van iemand die ze kunnen dienen, en hoe ze dat moeten doen.