‘Genesis 15–18; 21: “De Heere deed […] zoals Hij gesproken had”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Genesis 15–18; 21: “De Heere deed […] zoals Hij gesproken had”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Genesis 18–23: Les 25
Genesis 15–18; 21
‘De Heere deed […] zoals Hij gesproken had’
De Heer heeft de getrouwen prachtige beloften gedaan, maar soms vragen we ons door onze omstandigheden misschien af hoe die beloften ooit in vervulling kunnen gaan. Abraham en Sara voelden zich misschien zo toen de Heer ze op hun oude dag beloofde dat Sara een kind zou krijgen. Deze les kan de cursisten meer vertrouwen geven dat de Heer zijn beloften nakomt.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten de eerste zin in Genesis 18:14 uit het hoofd leren en overdenken: ‘Zou er iets voor de Heere te wonderlijk zijn?’ Moedig ze aan om te denken aan momenten dat ze de Heer in de Schriften, hun eigen leven of dat van anderen schijnbaar onmogelijke dingen hebben zien doen.
Mogelijke leeractiviteiten
De beloften van de Heer aan ons
Toon de volgende scenario’s om te illustreren waarom iemand zich misschien afvraagt of God zijn beloften wel nakomt. Voor een ander scenario kunt u ‘Ga voort in geduld’ (2:41) vanaf tijdcode 1:07 tot 1:55 bekijken. Deze video staat op ChurchofJesusChrist.org. U kunt de cursisten ook vragen om zelf een vergelijkbaar scenario te bedenken.
-
Een jongevrouw heeft ervoor gekozen om eerlijk te zijn tijdens proefwerken op school en gelooft dat de Heer haar daarvoor zal zegenen. Ze merkt dat haar cijfers slechter zijn dan andere leerlingen die spieken.
-
Een jongeman ontvangt zijn patriarchale zegen, waarin staat dat hij op zending zal gaan. Bij een medisch onderzoek stellen de artsen vast dat hij lichamelijke problemen heeft waardoor hij niet op zending kan.
-
Een jongevrouw heeft Moroni’s belofte op de proef gesteld door het Boek van Mormon te lezen en te bidden om te weten dat het waar is. Ze heeft het gevoel dat ze geen antwoord heeft gekregen. Wat zijn enkele vragen die deze jonge mensen over God en zijn beloften zouden kunnen hebben?
-
Wat zijn enkele vragen die deze jonge mensen over God en zijn beloften zouden kunnen hebben?
-
Laat de cursisten aan situaties denken waarin zij of mensen die ze kennen moeilijk kunnen zien hoe de Heer de beloofde zegeningen zal vervullen. Laat ze daar in hun studiedagboek over schrijven. Ze kunnen ook eventuele vragen opschrijven.
Moedig de cursisten aan moeite te doen om de Heilige Geest bij hun leerproces te betrekken. Getuig dat de Heilige Geest ze dan kan helpen om antwoorden op hun vragen te vinden en hun vertrouwen kan vergroten dat de Heer zijn beloften zal nakomen.
De beloften van de Heer aan Abraham en Sara
U kunt de cursisten bij hun studie van het verhaal over Sara en Abraham laten oefenen om de Schriften in de juiste context te lezen. U kunt deze vaardigheid aan uw cursisten introduceren met de volgende alinea:
Als we de Schriften bestuderen, kan het nuttig zijn om de context (omstandigheden of achtergrond van een bepaalde passage) te begrijpen. De context kan de verhalen of leringen in de Schriften verduidelijken en meer diepgang geven. Bij het bestuderen van het verhaal van Abraham en Sara kan het bijvoorbeeld nuttig zijn om te weten dat Abraham al bijna zijn hele leven vader wilde zijn (zie Abraham 1:2). Maar toen hij en zijn vrouw Sara te oud leken te zijn om nog kinderen te krijgen, leek het erop dat ze de beloofde zegeningen van eigen kinderen niet in dit leven zouden krijgen.
Met de hand-out ‘De beloften van de Heer aan Abraham en Sara’ kunnen de cursisten oefenen om aan de hand van de context de Schriften beter te begrijpen. U kunt als voorbeeld Genesis 15:1–6 met de klas bestuderen. U kunt de cursisten dan in groepjes de andere verzen laten bestuderen.
Voordat de cursisten de verzen gaan bestuderen, kunt u uitleggen dat de Heer als onderdeel van zijn verbond met Abram en Sarai hun namen veranderde in Abraham en Sara (zie Genesis 17:5, 15). U kunt ook uitleggen dat het woord lachen in Genesis 17:17; 18:12 en 21:6 is afgeleid van de Hebreeuwse woordstam tzachak, wat ook ‘zich verheugen’ kan betekenen (zie ook Bijbelvertaling van Joseph Smith, Genesis 17:23).
Als de cursisten de verzen met hun groepje hebben bestudeerd en besproken, vraagt u enkele vrijwilligers om hun inzichten met de klas te delen. Stel daarna de volgende vragen:
-
Hoe ben je door de context beter gaan begrijpen wat je bestudeerd hebt?
-
Hoe zou je je gevoeld hebben als je had meegemaakt wat Abraham en Sara in deze verzen hadden meegemaakt?
De Heer komt zijn beloften na
Lees Genesis 21:1–6 en ga na hoe de Heer zijn beloften aan Abraham en Sara nakwam.
-
Wat komen we door dit verhaal over de Heer te weten?
Als de cursisten de beginselen van bekering zelf verwoorden, kan dat hun begrip van de Schriften en de woorden van de profeten vergroten. Soms vinden cursisten het moeilijk om waarheden uit een Schrifttekst te verwoorden. Een profetische uitspraak als de volgende kan verduidelijken wat ze leren en ze helpen om waarheden beter te verwoorden. (Zie ‘Concentreer u op de waarheden die tot bekering leiden en geloof in Jezus Christus versterken’ in Verbetering van onderwijsvaardigheden voor aanvullende instructie over het verwoorden van beginselen van bekering.)
President Dieter F. Uchtdorf, destijds lid van het Eerste Presidium, heeft een les genoemd die hij over Gods beloften had geleerd:
Gods beloften [worden] niet altijd zo snel vervuld als we willen, of niet op de manier waar we op hopen; ze worden vervuld in zijn tijd en op zijn wijze. (‘Ga voort in geduld’, Liahona, mei 2010, 58.)
Een waarheid die de cursisten kunnen benoemen, is dat de Heer zijn beloften op zijn tijd en wijze vervult.
-
Hoe kunnen we er baat bij hebben dat de beloften van de Heer niet onmiddellijk worden vervuld?
-
Wat weet je over de Heer dat je kan helpen terwijl je wacht op de vervulling van zijn beloften?
De cursisten kunnen baat hebben bij het opzoeken van Schriftteksten over de Heer waarmee ze de vorige vraag kunnen beantwoorden. De volgende passages kunnen nuttig zijn: Johannes 14:18; 1 Nephi 9:6; Mosiah 24:14; Leer en Verbonden 24:8; 68:6.
Ervaringen en getuigenissen
Om de cursisten te laten nadenken over wat ze hebben geleerd, kunt u het volgende citaat tonen of ‘Good Things to Come’ (4:55) bekijken op ChurchofJesusChrist.org. Laat de cursisten nadenken over persoonlijke ervaringen die met het citaat of de video te maken hebben.
President Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft het volgende over de beloofde zegeningen van de Heer gezegd:
Sommige zegeningen komen vroeg, andere komen laat, andere komen pas in de hemel, maar voor hen die het evangelie van Jezus Christus omarmen komen ze. (‘An High Priest of Good Things to Come’, Ensign, november 1999, 38.)
-
Welke ervaringen heb jij of hebben anderen gehad waardoor je bent gaan geloven dat de Heer zijn beloften op zijn tijd en wijze nakomt?
Bereid de cursisten voor om te getuigen van de waarheden die ze hebben geleerd of gevoeld. U kunt daarvoor de volgende instructies tonen:
Doe een van de volgende activiteiten in je studiedagboek:
-
Denk na over de scenario’s aan het begin van de les. Schrijf een brief aan een van die personen en vermeld waarom je gelooft dat de Heer zijn beloften nakomt.
-
Schrijf een korte alinea in je dagboek. Vermeld ook wat je vandaag hebt geleerd en gevoeld waar je iets aan hebt als je op de Heer wacht om zijn beloften te vervullen.
Vraag wie hun gevoelens met de klas willen delen. U kunt tot slot getuigen dat de Heer zich aan zijn beloften zal houden.