Servicezendeling
6. Na je zending


‘6. Na je zending’, Zendingsnormen voor discipelen van Jezus Christus – servicezendelingen (2025)

‘Na je zending’, Zendingsnormen – servicezendelingen

Jezus loopt door een bos en leidt twee schapen

6

Na je zending

6.0

Inleiding

Neem jezelf voor om na je zending een discipel van Jezus Christus en trouw lid van De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen te blijven. Hoewel je zending voorbij is, zul je ernaar blijven streven om je levenszending te vervullen en bij je hemelse Vader terug te keren.

6.1

‘Mijn plan’

Vul tegen het einde van je zending met de hulp van je servicezendingsadviseurs ‘Mijn plan’ in. Bespreek dit met je servicezendingsadviseurs. Na je zending wordt er een mentor aan je toegewezen die je kan ondersteunen en helpen om je ‘Mijn plan’ te volgen.

6.2

Je zending afronden

Omdat je een zendeling bent totdat je door je ringpresident wordt ontheven, wordt er van je verwacht dat je tot die tijd alle zendingsnormen volgt.

6.3

Dienen en groeien na je zending

Blijf na je zending het evangelie naleven en rechtschapen gewoonten volhouden om dicht bij onze hemelse Vader en Jezus Christus te blijven. Gebruik je talenten en de vaardigheden die je hebt ontwikkeld om anderen te sterken en het koninkrijk van God op te bouwen. Zorg dat je:

  • anderen over je ervaring vertelt;

  • je ‘Mijn plan’ volgt en je hele leven lang doelen blijft stellen;

  • dagelijks bidt en de Schriften bestudeert;

  • actief bent in je wijk of een wijk voor jonge alleenstaande volwassenen (vraag je bisschop om een roeping);

  • de kans grijpt om naar de tempel te gaan als er een in de buurt is;

  • mogelijkheden blijft zoeken om anderen te dienen;

  • het instituut bezoekt of andere godsdienstlessen volgt;

  • een opleiding volgt en een baan vindt.

Leef zo dat je de vreugde zult ervaren die in het Boek van Mormon wordt beschreven, toen Alma de jonge zijn vrienden na lange tijd terugzag:

‘En zie, nu geschiedde het, terwijl Alma vanuit het land Gideon zuidwaarts naar het land Manti reisde, dat hij tot zijn verwondering de zonen van Mosiah tegenkwam, die op weg waren naar het land Zarahemla. […]

‘Daarom was Alma buitengewoon verheugd zijn broeders te zien; en wat nog meer tot zijn vreugde bijdroeg: het waren nog steeds zijn broeders in de Heer; ja, en zij waren sterk geworden in de kennis van de waarheid, want het waren mannen met een zuiver begrip en zij hadden de Schriften zorgvuldig onderzocht om het woord van God te leren kennen.

‘Maar dat was niet alles; zij hadden zich overgegeven aan veel gebed en aan vasten; daarom hadden zij de geest van profetie en de geest van openbaring, en wanneer zij leerden, leerden zij met kracht en met gezag van God’ (Alma 17:1–3).