‘5. Priesterschapsgezag en -verordeningen’, Zendingsnormen voor discipelen van Jezus Christus – servicezendelingen (2025)
‘Priesterschapsgezag en -verordeningen’, Zendingsnormen – servicezendelingen
5
Priesterschapsgezag en -verordeningen
5.0
Inleiding
Het priesterschap is het gezag en de macht die God zijn kinderen geeft om iedereen te zegenen en eeuwig heil te brengen. Dit gezag is noodzakelijk om in de verordeningen van het evangelie te onderwijzen en ze te bedienen. Priesterschapsleiders die priesterschapssleutels ontvangen en gebruiken, hebben priesterschapsgezag en kunnen het aan anderen verlenen.
‘Al het priesterschapsgezag wordt uitgeoefend op aanwijzing van hen die priesterschapssleutels dragen. […] Alle kerkleden kunnen gedelegeerd gezag uitoefenen als ze aangesteld of aangewezen zijn om aan Gods werk deel te nemen.’ (Algemeen handboek, 3.4.)
Als een vrouw als zendelinge wordt aangesteld, handelt zij onder het priesterschapsgezag om een priesterschapstaak uit te voeren. Iedereen die in een roeping werkzaam is, die hij of zij heeft gekregen van iemand die priesterschapssleutels draagt, oefent gedelegeerd priesterschapsgezag uit in de taak die hem of haar is toegewezen.
Als je het Melchizedeks priesterschap draagt, zul je de kans krijgen om aan priesterschapsverordeningen en -zegens deel te nemen.
Volg de richtlijnen in hoofdstuk 18 van het Algemeen handboek wanneer je priesterschapsverordeningen verricht en zegens geeft. Zie ook Algemeen handboek, 3.4 en 3.5, over priesterschapsgezag en -macht.