‘2. Servicezending: organisatie en activiteiten’, Zendingsnormen voor discipelen van Jezus Christus – servicezendelingen (2025)
‘Servicezending: organisatie en activiteiten’, Zendingsnormen – servicezendelingen
2
Servicezending: organisatie en activiteiten
2.0
Inleiding
De Heer heeft geboden: ‘U [zult] zich organiseren en eenieder zijn [of haar] rentmeesterschap toewijzen’ (Leer en Verbonden 104:11). In dit gedeelte wordt de zendingsorganisatie beschreven. Ook wordt uitgelegd hoe je anderen, terwijl je de serviceopdrachten en activiteiten van een servicezending doet, het beste met de reine liefde van Christus kunt dienen (zie Moroni 7:44–47).
NB In dit handboek zijn de termen ringpresident, bisschop, ring en wijk ook van toepassing op respectievelijk districtspresidenten, gemeentepresidenten, districten en gemeenten.
2.1
Zendingsleiding
Als zendeling is je belangrijkste taak om een trouwe discipel van Jezus Christus te zijn. Je zult gezegend worden als je de raad van je leiders opvolgt en een liefdevolle werkrelatie met hen ontwikkelt.
2.1.1
Zendingsleiders
Je zendingspresident en zijn vrouw zijn samen je zendingsleiders. Ze zijn door God geroepen, en aangesteld om het zendingsgebied te leiden. Ze houden van je en dienen je, helpen je om je doel als zendeling te vervullen, en veilig en gelukkig te zijn.
Je zendingspresident stelt de verwachtingen op geestelijk en gedragsmatig vlak voor je zending vast. Hij keurt ook een zending op maat voor je goed. Hij werkt daarbij nauw samen met de servicezendingsadviseurs.
Je zendingsleiders en servicezendingsadviseurs dragen veel gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het zendingsgebied. Ze werken samen om:
-
je te steunen en bemoedigen;
-
naar je zorgen te luisteren;
-
je vragen te beantwoorden;
-
je vooruitgang te evalueren;
-
je raad te geven;
-
je te helpen geestelijk te groeien.
Wanneer je een gesprek met je zendingspresident of een van zijn raadgevers hebt, mag je je ouders, voogden of servicezendingsadviseurs vragen om daarbij aanwezig te zijn.
2.1.2
Servicezendingsadviseurs
Je servicezendingsadviseurs dienen samen als co-leiders op aanwijzing van je zendingspresident. Ze zijn door God geroepen en aangesteld om leiding te geven aan de servicezendelingen in het gebied waaraan je bent toegewezen. Samen hebben ze je lief, dienen je en helpen je om je doel als zendeling te vervullen. Servicezendingsadviseurs, in nauwe samenwerking met de zendingspresident:
-
helpen je gelegenheden te vinden om christelijk dienstbetoon te verrichten;
-
helpen je je zendingsschema en serviceopdrachten op maat uit te werken;
-
hebben wekelijks een gesprek met je;
-
beoordelen en bevorderen je vooruitgang in je dienstbetoon en als discipel van Christus;
-
steunen en bemoedigen je;
-
luisteren naar je zorgen, beantwoorden je vragen en geven je raad;
-
gebruiken inspiratie en openbaring om je als zendeling te helpen slagen.
Kortom, servicezendingsadviseurs hebben de dagelijkse taak om met je samen te werken zodat jij een levensveranderende zendingsbeleving kunt hebben. Deze leiders kunnen je helpen om als levenslange discipel van Jezus Christus te groeien.
Je mag je ouders of een toezichthouder op je servicelocatie vragen om bij je wekelijkse gesprek met je servicezendingsadviseurs aanwezig te zijn.
2.1.3
Ringpresident en bisschop
Omdat je lid van een wijk of gemeente bent, zijn je bisschop en ringpresident verantwoordelijk voor jou.
Je bisschop en ringpresident houden normengesprekken met jou. Omdat je bisschop en je ringpresident priesterschapssleutels dragen, fungeren zij als rechter. Ernstige zonden (zoals seksuele overtredingen) belijd je aan je bisschop en zo nodig aan je ringpresident, niet aan je zendingspresident. Wees volkomen eerlijk tegen je bisschop. Hij houdt van je en zal je helpen de vreugde van bekering te ervaren (zie Mosiah 26:29–30).
Aan het eind van je zending ontheft je ringpresident je en bedankt hij je voor je zending.
2.1.4
Organisatie servicezendingsleiding
Je zendingspresident en servicezendingsadviseurs gebruiken inspiratie om het werk te organiseren. Ze kunnen zendelingen aanwijzen om andere servicezendelingen leiding te geven. Ze kunnen je ook vragen om leiding of instructie te geven in je opdracht voor een kerkinstantie of de gemeenschap.
2.1.5
Taken van jonge zendeling-leiders
Afhankelijk van de omstandigheden in je zendingsgebied kun je jonge zendeling-leiders hebben, zoals zoneleiders, zustertrainingsleidsters en districtsleiders. Net zoals alle zendelingen volgen zij de raad van Jezus Christus op om God ‘met geheel [hun] hart, macht, verstand en kracht’ te dienen. Deze leiders houden ‘geloof, deugd, kennis, matigheid, geduld, broederlijkheid, godsvrucht, naastenliefde, ootmoed en ijver in gedachte’ (Leer en Verbonden 4:2, 6).
Leidinggevende taken zijn geen beloning of promotie. Ze zeggen niets over de waarde van een zendeling.
Zendeling-leiders hebben de volgende taken:
-
Een goed voorbeeld van een volgeling van Jezus Christus zijn.
-
Een goed voorbeeld van de zendingsnormen zijn (zie hoofdstuk 3).
-
Andere zendelingen op aanwijzing van de zendingspresident of servicezendingsadviseurs trainen.
-
Van de andere zendelingen houden en hun vriend zijn.
-
De andere zendelingen laten inzien dat hun inspanningen van waarde zijn.
-
Naar de zorgen van de andere zendelingen luisteren en hun behoeften met de servicezendingsadviseurs bespreken.
-
Aan de servicezendingsadviseurs verantwoording van hun leidinggevende taken afleggen.
-
Op aanwijzing van de zendingspresident of servicezendingsadviseurs conferenties, bijeenkomsten en activiteiten helpen organiseren en leiden.
Ouderlingen en zusters met een leidinggevende taak moeten leiden zoals de Heiland zou leiden. Als het gedrag van een zendeling, met inbegrip van jonge zendeling-leiders, in strijd is met de geboden en de zendingsnormen, bespreek deze kwestie dan alleen met je servicezendingsadviseurs. Spreek hier niet over met andere zendelingen, ouders of voogden, of vrienden.
2.1.6
Eigen verantwoordelijkheid
‘[Maak je] ambt groot voor de Heer’ (Jakob 1:19). Leer geestelijk zelfredzaam te worden en ‘zelfstandig te handelen’ (2 Nephi 2:16) door op de Heer te vertrouwen en naar de Geest te luisteren.
-
Als je vragen of zorgen hebt, pas dan de lering toe dat je ‘het in [je] gedachten moet uitvorsen; daarna moet [je] Mij vragen of het juist is’ (Leer en Verbonden 9:8).
-
Streef naar leiding door persoonlijke openbaring, gebed en door de Schriften (vooral het Boek van Mormon), Predik mijn evangelie, de leringen van de hedendaagse profeten en deze normen te bestuderen.
Bespreek eventuele waardigheidskwesties met je bisschop of ringpresident. Praat met je servicezendingsadviseurs over onmiddellijke veiligheidsproblemen, zoals geweldpleging, mishandeling of andere kwesties.
Het kan gebeuren dat je je moeilijk op je serviceopdracht kunt concentreren vanwege zorgen die je op dat moment hebt, van persoonlijke of familiale aard, of zaken uit het verleden. Aarzel niet om je zorgen met je servicezendingsadviseurs, ringpresident of zendingspresident te bespreken.
Denk aan wat de Heiland ons voorhoudt: ‘Vertrouw op Mij bij iedere gedachte; twijfel niet, vrees niet. Zie de wonden waar mijn zij werd doorstoken, en ook de tekenen van de nagels in mijn handen en voeten; wees getrouw, onderhoud mijn geboden en u zult het koninkrijk van de hemel beërven’ (Leer en Verbonden 6:36–37).
2.2
Samen dienen
Zo nu en dan kun je met andere servicezendelingen aan dezelfde locatie worden toegewezen. Je kunt ook worden toegewezen om onderwijszendelingen naar hun onderwijsafspraken te vergezellen. Als zendelingen samen dienen, doe je er goed aan:
-
eensgezind samen te werken en te dienen zoals de Heiland dat zou doen;
-
elkaar te steunen in jullie geestelijk, emotioneel en lichamelijk welzijn;
-
op elkaars veiligheid te letten;
-
elkaar bewust te helpen de zendingsnormen na te leven.
2.2.1
Collega’s
Je zendingspresident of servicezendingsadviseurs kunnen koppels aanwijzen om de gestructureerde evangeliestudie en sociale interactie op zending te verbeteren. Collega’s kunnen aan verschillende servicezendingsgebieden, onderwijsafspraken, servicelocaties of speciale serviceactiviteiten worden toegewezen.
Denk altijd aan het volgende als je met andere zendelingen omgaat:
-
Houd van elkaar, en respecteer en versterk elkaar.
-
Wees nederig en heb oog voor elkaars sterke kanten.
-
Behandel elkaar zoals je zelf behandeld wilt worden.
-
Zie het goede in andere zendelingen.
-
Vermijd kritiek en ruzie.
-
Maak geen negatieve opmerkingen over elkaar tegen andere zendelingen, kerkleden, familie en vrienden.
Als je een ongepaste situatie of ongepast gedrag ziet, praat daar dan met je servicezendingsadviseurs over.
2.3
Bijeenkomsten, conferenties en raden
Bijeenkomsten, conferenties en raden dienen de Geest van de Heer uit te nodigen en een tijd voor openbaring te zijn (zie Leer en Verbonden 6:32). Als zendelingen bij elkaar komen, krijg je de kans om elkaar op te bouwen en je samen te verheugen (zie Leer en Verbonden 43:8; 50:22).
Zendelingen overleggen met elkaar wanneer ze instructies geven of krijgen. Je overlegt ook met leiders en andere zendelingen wanneer je je werkzaamheden plant en coördineert.
Zendingsbijeenkomsten worden op aanwijzing van de zendingspresident of servicezendingsadviseurs gehouden. Enkele bijeenkomsten die je regelmatig kunt bijwonen, zijn:
-
zoneconferenties;
-
districtsbijeenkomsten;
-
wekelijkse of maandelijkse bijeenkomsten;
-
zendingsleidingsraden.
2.4
Opdrachten en schema
Houd je getrouw en ijverig aan je zendingsopdrachten en -schema.
2.4.1
Opdrachten op maat
Je bent door de Heer als zendeling geroepen. Hij vraagt je om met geheel je hart, macht, verstand en kracht te dienen (zie Leer en Verbonden 4:2).
Je bent aan een zending op maat toegewezen die precies bij jouw talenten, mogelijkheden en gaven past. Je kunt verschillende zendingsopdrachten krijgen. Je kunt toegewezen worden aan goedgekeurde liefdadigheidsinstellingen, kerkinstanties, tempels, onderwijsafspraken, en dienstbetoonmogelijkheden van de ring.
Je kunt in een week op meer dan één plek dienen. Op elke locatie rapporteer je aan een toezichthouder die je de training, hulpmiddelen en ondersteuning geeft die je nodig hebt om je taken uit te voeren.
Wees op tijd op je servicelocatie en dien zo goed mogelijk. Wees eerlijk en betrouwbaar. Volg de aanwijzingen van je toezichthouder zorgvuldig en volledig op.
Doe je best om op zinvolle manieren aan het werk van de Heer bij te dragen. Zorg dat je een positieve, opbouwende invloed hebt op de mensen met wie je dient en met wie je omgaat. Werk veilig en probeer je altijd te verbeteren.
2.4.2
Wijzigingen in opdrachten
In nauw overleg met elkaar kunnen je zendingspresident en servicezendingsadviseurs je serviceopdrachten in de loop van je zending aanpassen.
2.4.3
Dagschema
In nauw overleg met elkaar stellen je servicezendingsadviseurs, met inbreng van jou, een dagschema voor je op. Je zendingspresident keurt het schema goed. Het schema kan opdrachten en activiteiten met betrekking tot de volgende ontwikkelingsgebieden bevatten:
-
geestelijk
-
sociaal
-
lichamelijk
-
verstandelijk
Wees consequent en zorgvuldig in het volgen van je dagschema. Dan zul je tijdens je zending meer groei, vreugde en geestelijke zegeningen ontvangen.
Je dagschema kan bestaan uit:
-
doelen als servicezendeling stellen en evalueren;
-
elke dag je opdrachten voorbereiden en uitvoeren;
-
studie van de Schriften (in het bijzonder het Boek van Mormon), de leringen van de hedendaagse profeten en apostelen, Wennen aan het servicezendingsleven, relevante afdelingen van Predik mijn evangelie en andere goedgekeurde leermiddelen (zie 2.4.5).
2.4.4
Voorbeeld dagschema
Werk samen met je servicezendingsadviseurs om een algemeen schema op te stellen. Noteer de tijd die je aan je opdrachten besteedt, en de tijd waarin je je keuzevrijheid gebruikt om te bepalen hoe je zult dienen, je verbeteren en groeien (de ‘keuzevrijheidsuren’). Wijs elke week één dag als voorbereidingsdag aan. Neem je plan elke dag door en houd je eraan.
Het dagschema van je zending kan er als volgt uitzien:
|
Ochtend | |
|
[begintijd] |
Opstaan en bidden. |
|
[begintijd] |
30 minuten lichaamsbeweging. (Overleg met je zorgverlener wat het beste voor je lichamelijke gezondheid en omstandigheden is.) |
|
[begintijd] |
Douchen, ontbijten en je startklaar maken. |
|
[begintijd] |
Aan devotional of evangeliestudie deelnemen. |
|
[begintijd] |
Je op tijd melden bij je opdracht. (Woon vóór je serviceopdracht een gebedsbijeenkomst of devotional bij als er een is gepland.) |
|
Middag | |
|
[begintijd] |
Lunchen. |
|
[begintijd] |
Dienen tot je werktijd erop zit. |
|
Avond | |
|
[begintijd] |
Avondmaaltijd gebruiken. |
|
[begintijd] |
Je persoonlijke activiteitenplan in je dagschema volgen. Dat hoort een uur persoonlijke evangeliestudie te omvatten. Het kan ook bestaan uit tempelbezoek, instituut, activiteiten voor jonge alleenstaande volwassenen, en karweitjes thuis. |
|
[begintijd] |
Je gevoelens en bijzondere ervaringen in je dagboek schrijven. |
|
[begintijd] |
Klaarmaken voor bed. Bidden en naar bed gaan. |
Zelfs als je niet op je toegewezen locatie werkzaam bent, ben je nog steeds zendeling. Je gedrag, gedachten en daden dienen je toewijding aan Jezus Christus te weerspiegelen.
2.4.5
Studiebijeenkomsten met andere servicezendelingen
Studeer zo mogelijk, als je servicezendingsadviseurs daar toestemming voor hebben gegeven, met een andere servicezendeling. Je zendingspresident of servicezendingsadviseurs kunnen iemand aan je toewijzen. De gezamenlijke studie met een andere zendeling wordt doorgaans online gehouden. Als de omstandigheden het toelaten kunnen jullie ook fysiek samenkomen.
Concentreer je op de Schriften (in het bijzonder het Boek van Mormon), de leringen van hedendaagse profeten, Wennen aan het servicezendingsleven, relevante afdelingen van Predik mijn evangelie en dit handboek. Deze goedgekeurde leermiddelen kunnen je kennis en getuigenis van het herstelde evangelie van Jezus Christus vergroten, en je helpen voorzien in de behoeften van de mensen die je dient.
2.5
Evenementen, activiteiten en voorbereiding buiten de serviceopdrachten
In je zendingsschema moet elke week een voorbereidingsdag worden opgenomen. Op de voorbereidingsdag heb je tijd voor je persoonlijke en familiebehoeften. Je kunt op deze dag tijd besteden aan karweitjes thuis, zorgafspraken, tijd met familie en gezonde, gepaste ontspanning. De voorbereidingsdag is een dag om je te ‘[organiseren]; alle nodige dingen voor [te bereiden]; en een huis, ja, […] een huis van orde [te vestigen]’ (Leer en Verbonden 109:8).
Houd de waarschuwingen van de Heer in gedachten: ‘Loop niet harder, of werk niet meer, dan u kracht [wordt] verschaft’ (Leer en Verbonden 10:4). ‘Ga vroeg naar bed, opdat u niet vermoeid zult zijn; sta vroeg op, opdat uw lichaam en uw geest versterkt zullen worden’ (Leer en Verbonden 88:124). Als je pauze neemt om uit te rusten en je voor te bereiden, zul je anderen beter kunnen dienen en je doel als zendeling beter kunnen verwezenlijken.
2.6
Activiteiten op de sabbat
Plan activiteiten op de sabbat waarmee je het doel van je zending kunt vervullen, namelijk om anderen door christelijk dienstbetoon tot Christus te brengen. Denk aan de leringen van de Heer over de sabbat in Leer en Verbonden 59:13–19.
Je plaatselijke priesterschapsleiders kunnen je in overleg met je servicezendingsadviseurs een wijk- of ringroeping geven die je zendingsbeleving ten goede zal komen. Je kunt ook je taak als dienende broeder of zuster vervullen.
2.7
Dienstverlening in de gemeenschap
‘U bent het licht van de wereld. […] Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken’ (Mattheüs 5:14, 16). Eén manier waarop je als discipel van Jezus Christus kunt groeien, is door te dienen zoals Hij dat deed. Je servicezendingsadviseurs zullen je helpen gelegenheden te vinden om anderen in de gemeenschap te dienen (zie Mosiah 2:17).
Dien met een oprecht verlangen om anderen te helpen zonder een bepaalde uitkomst te verwachten. Door je christelijke dienstbetoon toon je je liefde voor God en zijn kinderen.
Voor bepaalde opdrachten is extra instructie of supervisie vereist. Tenzij de liefdadigheidsorganisatie waarin je werkzaam bent een specifiek instructieplan heeft ingediend bij je servicezendingsadviseurs, mag je geen van de volgende werkzaamheden doen:
-
Met kinderen of kwetsbare volwassenen werken.
-
Machines, apparaten of voertuigen bedienen.
-
Geld of kostbare zaken beheren.
-
Een professionele mening geven.
Onthoud dat je geen zendingswerk mag doen terwijl je in liefdadigheidsorganisaties werkzaam bent.