‘Hoe leid ik een gespreksgroep?’, EnglishConnect voor leerkrachten (2023)
‘Hoe leid ik een gespreksgroep?’, EnglishConnect voor leerkrachten
Hoe leid ik een gespreksgroep?
U leidt de groep aan de hand van EnglishConnect 1 voor cursisten of EnglishConnect 2 voor cursisten. Elke les heeft dezelfde opzet:
Welkom: Geef de cursisten een warm welkom en introduceer nieuwe deelnemers. Zeg dat u Engels zult spreken en vraag iedereen om dat ook zo veel mogelijk te doen. Introduceer kort het onderwerp van de les.
Gebed: Nodig een cursist uit om hardop te bidden. Probeer een cursist te kiezen die zich op zijn of haar gemak voelt om in het Engels te bidden. U kunt de cursist vragen zich voor te bereiden door ‘In het Engels bidden’ in het aanhangsel van de cursistenboeken te bestuderen.
Leerbeginsel: Lees en bespreek het leerbeginsel in ‘Personal Study’ (Persoonlijke studie) in het cursistenboek. Het doel van het leerbeginsel is om de Geest uit te nodigen als u samen spreekt en leert ‘door studie en ook door geloof’ (Leer en Verbonden 88:118).
Laat zien hoe de cursisten het beginsel kunnen bespreken door kort antwoord te geven op een van de discussievragen. Gebruik eenvoudige woorden en zinnen.
Vraag de cursisten om hun gedachten en ervaringen met elkaar te delen. De cursisten kunnen in hun moedertaal met elkaar spreken. Als ze zich op hun gemak voelen, kunnen de cursisten Engelse woorden en zinnen gebruiken.
Activiteit 1: Begeleid de cursisten door de activiteiten in ‘Conversation Group’ (Gespreksgroep) van het cursistenboek. Elke activiteit bereidt de cursisten op de volgende activiteit voor. Met behulp van de activiteiten leren de cursisten eerst herhalingsoefeningen te doen en vervolgens hun eigen gesprekken te voeren.
Help de cursisten in activiteit 1 de woordenschat en de patronen in de sectie ‘Persoonlijke studie’ van het cursistenboek door te nemen. Het doel is om de cursisten op activiteit 2 en 3 voor te bereiden door ze een aantal sleutelwoorden en patronen te leren.
Activiteit 2: In activiteit 2 oefenen de cursisten met de woorden en patronen door met een medecursist te oefenen op het stellen en beantwoorden van vragen, aan de hand van informatie die hun wordt gegeven. Het doel is dat de cursisten zo veel mogelijk Engelse zinnen bedenken.
Vraag de cursisten om van partner te wisselen om meer te oefenen. Luister naar de cursisten en kijk of iemand extra hulp nodig heeft. Wees bemoedigend en opbouwend.
Activiteit 3: In activiteit 3 krijgen de cursisten de kans om een realistisch scenario na te spelen met behulp van de woorden en patronen. Het doel is dat de cursisten zinvolle gesprekken in het Engels voeren.
Vraag de cursisten om vaak van partner te wisselen om meer te oefenen. Aan het einde van activiteit 3 is het de bedoeling dat alle cursisten Engels spreken zonder in hun lesboek te kijken. De cursisten moeten energiek met elkaar spreken en oefenen, en niet zomaar stilzitten. In uw interactie met de cursisten ziet u misschien dat sommige het goed begrijpen en deze activiteit heel goed doen. U kunt deze cursisten uitdagen om meer details toe te voegen of dezelfde activiteit in een andere context te doen. Als de cursisten bijvoorbeeld een ontmoeting oefenen, kunt u ze vragen om verschillende scenario’s te oefenen, zoals een ontmoeting met een nieuwe vriend(in) of een nieuwe baas.
Bij elke activiteit:
-
laat u zien hoe de activiteit werkt;
-
laat u de cursisten met een medecursist of in kleine groepjes oefenen;
-
houdt u elke groep in de gaten en biedt u hulp.
Evalueren: Help de cursisten hun vooruitgang en inspanningen te evalueren. Geef ze het gevoel dat ze het goed doen en vertel hoe ze zich nog kunnen verbeteren. Help de cursisten gebruik te maken van de ‘Personal Study Tracker’ (Persoonlijke studiemeter) om doelen voor dagelijks oefenen te stellen.
In geloof handelen om dagelijks Engels te oefenen: Lees het citaat hardop met uw groep. Spreek uw geloof uit dat de Heer hen kan helpen om Engels te leren. Nodig ze uit om dagelijks met Engels te oefenen en zich op de volgende les voor te bereiden door de activiteiten onder ‘Personal Study’ (Persoonlijke studie) te doen.
Gebed: Vraag een cursist om in het Engels een slotgebed uit te spreken. Kies een cursist uit die zelfvertrouwen heeft of vraag iemand voorafgaand aan de les.
De lessen van EnglishConnect zijn opgesteld op basis van bewezen beginselen van taalverwerving. U zult succes hebben als u de lessen volgt en een sfeer van geloof, vriendschap en groei schept.
Virtuele groepen
Indien nodig, kunnen groepen virtueel bijeenkomen via een online platform. Onthoud dat EnglishConnect het succesvolst is als alle cursisten met elkaar spreken en oefenen. Zorg ervoor dat er voortdurend interactie tussen de cursisten plaatsvindt. De beste manier om voor interactie te zorgen is de cursisten met een of meerdere cursisten te laten samenwerken. Gebruik breakout rooms en andere hulpmiddelen om de cursisten zo veel mogelijk met elkaar te laten spreken. Verdeel ze bijvoorbeeld in groepjes van twee of meer om met elkaar te spreken, in plaats van één cursist de hele groep te laten toespreken. Kom vervolgens weer bijeen voor de volgende activiteit. Vraag iedereen om zo mogelijk hun videoverbinding in te schakelen.
Maak tijdens de online EnglishConnect-groepen en uw voorbereiding gebruik van de ‘Guide to Leading Virtual Groups’.
Deel de ‘Virtual Group Participant Guide’ met uw cursisten door de link tijdens de bijeenkomsten in de chat te plaatsen. Verwijs er indien nodig naar.
Gebruik de goedgekeurde ‘Presentatie gespreksgroep’ voor EnglishConnect 1 en 2 op EnglishConnect.org/resources/teaching-materials. U kunt de presentatie tonen om de cursisten door de activiteiten in elke les te begeleiden.