‘Adam en Eva’, Vriend, januari 2026, 46–48.
Kom dan en volg Mij
Adam en Eva
Adam en Eva waren de eerste kinderen van onze hemelse Vader op aarde. Ze woonden in de hof van Eden.
Ze mochten van God de vruchten van iedere boom eten, op één boom na. Als ze van de boom van de kennis van goed en kwaad aten, zouden ze de hof moeten verlaten en uiteindelijk sterven. Maar Satan loog tegen hen. Hij zei dat ze de vrucht wel konden eten. Dan zouden ze weten wat goed en kwaad was, maar niet sterven.
Eva besloot om van de vrucht te eten.
Daarna gaf ze Adam de vrucht. Hij besloot er ook van te eten.
God en Jezus Christus kwamen Adam en Eva bezoeken. Maar die waren bang en verborgen zich. God vroeg of ze vruchten van de boom hadden gegeten.
Adam en Eva zeiden dat ze van de vrucht hadden gegeten. Nu moesten ze de hof van Eden verlaten. Maar God had een plan voor hen. Nu wisten ze wat goed en kwaad was. Ook konden ze kinderen krijgen.
Adam en Eva beloofden de geboden van God te gehoorzamen. Ze kwamen meer over Gods Zoon, Jezus Christus, te weten. Ze waren gelukkig omdat Hij hun familie zou helpen naar God terug te keren.