‘Het wonder voor de deur’, Vriend, januari 2026, 18–19.
Het wonder voor de deur
Zou het goed komen met Gracies moeder?
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
Gracie at haar laatste pannenkoek op, legde haar bord in de gootsteen en pakte haar rugzak.
‘Tijd om te bidden’, zei papa.
Iedereen knielde in de woonkamer. Gracies tweelingbroer, George, sprak het gebed uit. ‘Help ons alstublieft om een fijne dag op school te hebben’, zei hij. ‘En zegen mama alstublieft dat alles goed komt. Zegen alstublieft de dokters zodat ze weten hoe ze haar kunnen helpen.’
Gracies mama had een hersentumor. Ze moest geopereerd worden. De dokters dachten wel dat alles goed zou komen, maar helemaal zeker wisten ze het niet.
Na het gebed gaf mama iedereen een knuffel. ‘Ik ga vandaag weer naar de dokter. Hopelijk weten we dan meer.’
Wat als mama doodgaat en ik niet meer met haar kan praten? vroeg Gracie zich af. Ze was heel bang. Ze kon zich niet voorstellen dat ze mama niet kon knuffelen of na school zien.
Die dag had Gracie zoals gewoonlijk les, pauze en lunch op school. Maar ze bleef aan mama denken. Telkens als ze bang was, dacht ze aan haar favoriete jeugdwerkliedje. Ja, ons gezin kan altijd zo blijven door Vaders mooie plan, zong ze in gedachten.
Toen ze van school thuiskwamen, renden Gracie en George naar binnen en gaven mama een dikke knuffel. ‘Hoe ging het bij de dokter?’ vroeg Gracie.
‘Goed’, zei mama. ‘We weten nog niet veel meer. Volgende week heb ik nog een paar afspraken voordat ze gaan opereren.’
Gracie was blij om haar mama te zien. Maar ze maakte zich nog steeds zorgen.
Een paar dagen later ging de deurbel. Toen mama opendeed, hoorde Gracie mensen zingen.
Ze ging bij mama in de deuropening kijken en zag een hoop vrienden van de kerk en van school. Ze waren jeugdwerkliedjes aan het zingen. ‘We denken aan jullie en wilden jullie troosten’, zei een van hen. Toen gingen ze door met zingen.
George ging ook bij de deur kijken. Hij keek naar Gracie. ‘Laten we meezingen!’
Gracie en George pakten hun jas en renden naar buiten om mee te gaan zingen. Ze zongen zo hard als ze konden:
Gracie zag dat mama haar tranen wegveegde. Haar zusje, Rosie, klampte zich vast aan mama’s been en luisterde ook.
Gracie kreeg een vredig gevoel. Ze maakte zich nog steeds zorgen om mama. Maar ze wist dat Jezus van hen hield. Hij is een God van wonderen. En Gracie wist dat alles op de een of andere manier goed zou komen.
Illustraties, Bethany Stancliffe