‘Kerstmis in haar hart’, Vriend, december 2025, 36–37.
Kerstmis in haar hart
Zelfs als haar familie niet naar de kerk ging, kon ze die dag misschien toch aan Jezus denken.
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
‘Waarom gaan we niet meer naar de kerk?’
Sadie had haar ouders die vraag al vaker gesteld. Meestal schudde haar moeder alleen maar haar hoofd en ze keek dan bijna net zo verdrietig als Sadie zich voelde. ‘Er zijn veel redenen’, zei ze eindelijk. Dat begreep Sadie niet.
Vlak voordat het gezin niet meer naar de kerk ging, hadden haar ouders haar toestemming gegeven om zich te laten dopen. Daar was Sadie blij om, maar ze wilde dat haar ouders haar naar de kerk brachten, ook als zij niet wilden blijven. Ze miste het jeugdwerk heel erg.
Ze deden nog steeds leuke dingen als gezin. In de herfst gingen ze wandelen in de bergen. Ze picknickten in het park en speelden frisbee. Ze gingen naar het toneelstuk waar haar oudere broer in speelde.
In december brachten ze als gezin bordjes met lekkers naar vrienden en buren. Ze versierden samen de kerstboom. Ze gingen op een zaterdag sleeën in de sneeuw en kwamen thuis voor warme chocolademelk en zelfgemaakte donuts.
Dat vond Sadie allemaal wel leuk, maar ze miste de kerk meer dan ooit. Ze miste het zingen van kerstliedjes en het luisteren naar toespraken over de geboorte van Jezus Christus.
Dit jaar viel Kerstmis op zondag. Haar vriendin vertelde dat het jeugdwerk op kerstochtend in de avondmaalsdienst zou zingen. Sadie hield van zingen.
‘Zullen we zondag naar de kerk gaan?’ vroeg Sadie aan haar ouders. ‘Alsjeblieft? Het jeugdwerk zingt en ik wil erbij zijn.’
Haar ouders keken naar elkaar en toen weer naar Sadie. ‘Het spijt me,’ zei papa, ‘maar dat kan niet. Niet dit jaar.’
Sadie hield zich vast aan de hoop dat ze ooit weer als gezin naar de kerk zouden gaan, maar daar had ze deze kerst niets aan.
Op kerstochtend stond Sadie zoals elk jaar te popelen om rond de kerstboom samen te komen en cadeautjes open te maken. Ze dacht eraan hoeveel ze van haar ouders en grote broer hield en wist dat zij van haar hielden.
Mama maakte hun lievelingsontbijt klaar: een stapel pannenkoeken met chocoladestukjes en een toef slagroom. ‘Beste ontbijt ooit’, zei haar broer na twee volle borden. Iedereen was het daarmee eens.
Nadat ze had geholpen met opruimen, ging Sadie naar haar kamer. Ze dacht aan de jeugdwerkkinderen die in de kerk zongen en probeerde niet verdrietig te zijn omdat ze er niet was.
Sadie keek rond in haar kamer op zoek naar iets om te doen. Haar oog viel op een doos kleurpotloden. Toen kreeg ze een idee. Zelfs als ze nu niet naar de kerk kon gaan, kon ze die dag misschien toch aan Jezus denken.
Ze pakte een vel papier en begon een tekening van de kerststal te maken: het Kindje Jezus in de kribbe, Maria en Jozef die over Hem waakten, en de herders die om hen heen stonden. Ze zong onder het tekenen ‘Geen wieg voor een koning’.
Toen ze klaar was met haar tekening, hing ze die in de keuken met een magneet op de koelkast. Haar ouders en grote broer zeiden niets, maar ze glimlachten wel.
Sadie voelde zich goed. Ze kon niet veranderen hoe haar familie over de kerk dacht. Maar ze kon Christus en Kerstmis in haar hart houden.
Illustratie, Tracy Nishimura Bishop