2025
Wiegjes voor Kerstmis
Vriend december 2025


‘Wiegjes voor Kerstmis’, Vriend, december 2025, 30–31.

Wiegjes voor Kerstmis

‘Wat vind je het leukste aan Kerstmis?’ vroeg papa.

Een waargebeurd verhaal uit Canada.

Een meisje kijkt naar een handgemaakt houten poppenwiegje

Krak, krak, krak.

Katies schoenen kraakten zachtjes in de sneeuw terwijl ze naar de werkplaats liep. Toen ze de deur opendeed, rook ze de vertrouwde geur van olie en vet uit de tractor die haar vader aan het repareren was.

‘Hoe gaat het met mijn Katie?’ vroeg papa toen ze binnenkwam.

‘Ik heb het ijskoud!’ Ze stampte de sneeuw van haar laarzen. ‘Wat ben je aan het doen?’

Hij draaide zich om naar zijn werkbank. Er lagen stukjes hout verspreid rond een poppenwiegje. Katie haalde diep adem. Zou het voor haar zijn? Of voor haar zusje, Jane.

‘Zo schattig’, zei Katie. ‘Is het voor Jane?’

Papa schudde zijn hoofd. ‘Herinner je je meneer Roy nog, de man die tijdens de oogsttijd bij ons werkte?’

Katie knikte.

‘Hij heeft met zijn gezin een huurhuis gevonden, maar ze hebben het moeilijk’, zei papa. ‘Hij is bang dat zijn drie dochtertjes dit jaar geen goede kerst zullen hebben. Maar mama en ik hebben een paar speciale cadeautjes voor ze.’

Katie liep naar het wiegje en wiegde het heen en weer.

Papa glimlachte. ‘Als jij een klein meisje was, zou je dan zo’n wiegje willen hebben?’

Ze lachte. ‘Ik ben een klein meisje!’

Toen besefte Katie voor wie het wiegje was. Het was voor de dochters van meneer Roy!

‘Kan ik helpen?’

‘Je kunt me helpen met schilderen’, zei papa. Zijn ogen fonkelden.

Papa had drie wiegjes gemaakt, één voor elk meisje. Hij opende wat verfblikken en Katie ging aan de slag. Ze schilderde ze zachtroze, babyblauw en lichtgeel. Met elke penseelstreek werd ze enthousiaster.

Ze keek naar haar vader. ‘Toen ik het eerste wiegje zag, hoopte ik dat het voor mij zou zijn. Maar helpen is zo leuk. Ik hoop dat de meisjes net zoveel van de wiegjes houden als ik van schilderen.’

Op kerstavond gingen Katie en haar familie naar het huis van de familie Roy.

Klop, klop, klop. Katie klopte op de deur en wachtte. Toen de deur openging, zag ze een meisje van ongeveer haar leeftijd met witblond haar en een dunne gele jurk. Twee kleine meisjes gluurden om haar heen.

Even later verscheen mevrouw Roy in de deuropening.

‘Vrolijk kerstfeest!’ zei mama.

Katie en haar familie droegen de wiegjes, drie ingepakte poppen en een grote doos vol kerstlekkernijen naar binnen. Mevrouw Roy keek met tranen in haar ogen toe terwijl de meisjes een wiegje kozen. Langzaam overwonnen de meisjes hun verlegenheid. Met gezichten vol verwondering wikkelden ze hun nieuwe babypoppen in de knusse dekentjes die Katies moeder had gemaakt.

Katie zat naast het oudste meisje. ‘Hoe heet jij?’

‘Flossie’, zei het meisje.

‘Ik ben Katie. Vind je het wiegje leuk?’ vroeg ze.

Er verscheen een grote glimlach op Flossies gezicht. ‘Het is het mooiste wat ik ooit heb gehad.’

‘Ik ben blij dat je het leuk vindt. Ik heb geholpen met schilderen!’

‘Dank je wel’, fluisterde het meisje terwijl ze haar armpjes om Katie heen sloeg.

Papa deed de deur dicht toen ze het huis van de familie Roy verlieten. Hij kneep in Katies schouder. ‘Wat vind je het leukste aan Kerstmis?’

Katie keek glimlachend naar haar papa. ‘Vroeger dacht ik dat het cadeautjes krijgen was, maar nu denk ik dat het misschien cadeautjes geven is.’

Pagina (pdf)

Illustratie, Melissa Manwill Kashiwagi