‘Een bezoek aan opa, de koning’, Vriend, november 2025, 20–21.
Een bezoek aan opa, de koning
Opa vertelde Gift verhalen over haar voorouders.
Een waargebeurd verhaal uit Nigeria.
Gift leunde tegen de rand van de boot en keek vol verwondering toe hoe het water tegen de zijkant sloeg. Ze stak haar hand uit naar de golven en kleine druppeltjes kietelden haar arm zachtjes. Ze was altijd blij als ze deze reis maakten. Gift was met haar familie op weg naar het dorp van haar opa en ze kwam steeds dichter bij een wereld die natuurlijker en vrijer aanvoelde dan de stad waarin ze woonde.
In de stad viel Gift niet op. Ze was één van de miljoenen mensen. Soms voelde dat fijn. Dan kon ze gewoon zichzelf zijn zonder dat iemand erop lette welke kleren ze droeg of wat ze deed. Maar in het dorp van haar opa was dat anders. Daar was Gift uniek. Ze was een prinses, de kleindochter van een wijze koning.
Na twee uur meerde de boot aan. Ze moesten nog zes uur met de bus, het langste gedeelte van de reis. Ze wist dat ze moe zou zijn, maar ze zou snel weer bij haar opa zijn. Dat maakte het allemaal de moeite waard.
Het was een hobbelige rit. Gift probeerde zich bezig te houden door naar vormen in de wolken te zoeken en naar het prachtige landschap te kijken. De zon ging al onder toen de bus stopte. Eindelijk! Opa! Gift sprong uit de bus en rende naar het dorpshuis.
Ze zocht binnen naar haar opa. Ze zocht op de binnenplaats, waar haar moeder als kind geiten had gehouden. Ze zocht in de slaapkamers, waar ze ’s nachts de ramen moest sluiten om de muggen buiten te houden. Ze zocht in de tuin achter het huis, waar ze koninklijke kleding had gedragen – felgekleurde sjaals en een papieren kroon – om de dorpsraad bij te wonen.
Daar zag Gift haar opa rustig op een bankje zitten, genietend van de mooie tuin van de familie. Gift glimlachte.
‘Opa!’ riep ze.
Opa stond op en spreidde zijn armen. ‘Mijn lieve meid’, fluisterde hij terwijl hij haar een dikke knuffel gaf. ‘Kom bij me zitten en rust maar uit.’
‘Ik heb je gemist’, zei Gift.
‘Ik heb jou nog meer gemist. Ik ben blij dat je er bent.’ Opa was even stil en vroeg toen: ‘Wist je dat deze tuin heel bijzonder is?’
Gift schudde haar hoofd.
Opa wees naar de boom voor hen. ‘Dit is de familieboom’, zei hij. Gift zag dat hij er oud en sterk uitzag.
‘Op de tegels rond de boom staan de namen van onze voorouders. Het is belangrijk dat we altijd aan onze familieleden denken.’
Gift kende niet veel namen die op de tegels stonden. Hoe kon ze aan iemand denken die ze niet kende? ‘Wil je me over hen vertellen, opa?’ vroeg Gift.
Opa las de namen één voor één voor en vertelde Gift de verhalen van haar voorouders. Terwijl hij sprak, bedacht Gift dat dit ook verhalen over haar waren. Ze had veel overeenkomsten met deze familieleden die ze nog nooit had ontmoet.
Op dat moment begreep Gift iets belangrijks. Het kwam niet alleen door de golven en het land dat ze zich hier vrij voelde. Het kwam door de familieband die ze in dit dorp van haar opa voelde.
Opa vertelde verhalen tot de sterren hoog in de lucht stonden.
Opa zuchtte. ‘We kunnen nu beter naar binnen gaan.’
‘Nog één momentje’, zei Gift.
Gift liep naar de boom en raakte voorzichtig de bast aan. Toen keek ze naar de tegeltjes op de grond en dacht aan het verhaal van elke voorouder. Op een dag zou ze naar de tempel gaan en heilige verordeningen voor hen verrichten. Dankzij hen was zij nu hier. Ze zou haar deel doen om iets terug te doen voor het geschenk dat ze haar hadden gegeven.
Opa stak zijn hand naar haar uit en Gift pakte die vast. Ze keek achterom naar de familieboom en ging naar binnen om meer familieleden te begroeten.
Illustratie, Audrey Day