‘Te voet naar de kerk’, Vriend, februari 2025, 16–18.
Te voet naar de kerk
Kupa hield van de zondag.
Een waargebeurd verhaal uit Zimbabwe.
‘Mama, word wakker’, fluisterde Kupa.
‘De zon is nog niet op.’ Mama gaapte. ‘Kun je niet wat langer slapen?’
‘Ik ben te opgewonden’, zei Kupa. ‘Het is zondag en dan gaan we naar de kerk!’
‘Oké. Vooruit dan maar’, zei mama. ‘Maar ik heb je hulp nodig met je zusjes.’
Kupa hielp mama graag. Ze kookte wat maïsmeel om pap voor haar zusjes, Agnes en Sheila, te maken. Na het eten hielp Kupa met opruimen.
Kupa trok haar lievelingsjurk aan en koos kleren voor haar zusjes uit. Ze giechelden toen ze hen met aankleden hielp. Ze had er zo’n zin in!
‘Je bent een goede hulp, Kupa’, zei mama.
‘Bedankt!’, zei Kupa.
Toen ze de deur uitgingen, bond mama Sheila op haar rug met een doek. ‘Ik ben blij dat jullie groot genoeg zijn om te lopen’, zei ze tegen Kupa en Agnes.
Mama nam Kupa’s hand en ze wandelden over de zandweg. In de verte kon Kupa de tempel zien die in Harare werd gebouwd. ‘Ik kijk graag naar de tempel’, zei Kupa.
‘Ik ook’, zei Mama. ‘We zijn gezegend dat we ergens wonen waar een tempel wordt gebouwd.’
Ze namen een kortere weg door de maïsvelden. Soms stopten ze om uit te rusten en Sheila te laten bewegen en zich uit te rekken. Ze praatten, zongen liedjes en luisterden naar de vogels. Na een wandeling van anderhalf uur was Kupa blij om de kerk te zien.
Kupa las het bord: ‘De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen.’
‘We zijn er’, zei mama. Ze maakte de draagdoek om Sheila los.
‘En we zijn weer vroeg!’ zei Kupa enthousiast.
Al gauw begroetten Kupa en mama opgewekt de anderen die het gebouw binnenkwamen. Kupa was graag bij de mensen in de kerk. Ze voelde dat ze van haar hielden.
Kupa, mama en de anderen vonden een plek om te zitten. Het was fijn om haar benen te laten rusten. Toen ze van het avondmaal nam, dacht ze aan Jezus Christus. Ze luisterde aandachtig toen de bisschop uitlegde dat het vastenzondag was en de mensen uitnodigde om hun getuigenis te geven.
Kupa keek en luisterde terwijl anderen naar voren kwamen om te vertellen wat ze geloofden. Ze wilde iedereen laten weten dat zij ook een getuigenis had. Kupa ging naar voren. Ze was een beetje zenuwachtig, maar ze wist wat ze wilde zeggen.
Ze haalde diep adem, ging rechtop staan en zei: ‘Ik kijk graag naar de tempel. Ik weet dat het een bijzondere plek is om meer over het plan van onze hemelse Vader te leren. Ons leven is een bijzondere gave van God. Ik weet dat de Schriften waar zijn. Ik weet dat mijn hemelse Vader en Jezus van mij houden. Ik probeer aardig en behulpzaam te zijn, net als Jezus. Ik weet dat de kerk waar is. In de naam van Jezus Christus. Amen.’
Kupa keek naar de mensen in de zaal. Ze glimlachten naar haar. Kupa glimlachte breeduit en liep terug naar haar plaats. Mama gaf haar een knuffel toen ze ging zitten. Kupa was blij dat ze de moed had om haar getuigenis te geven. Kupa hield van de zondag.
Illustraties, Fotini Tikkou