Conferentie voor medewerkers van de kerkelijke onderwijsinstellingen
Discipelen van Jezus Christus voor het leven


34:34

Discipelen van Jezus Christus voor het leven

Devotional conferentie voor medewerkers van de kerkelijke onderwijsinstellingen, 12 juni 2025

Introductie: De kerk beklemtoont de ontwikkeling van levenslang discipelschap

Ik ben heel dankbaar om bij jullie te zijn. Ik wil Gaye (Strathearn) bedanken voor dat mooie openingsgebed; zuster Ellen Amatangelo, die altijd zo mooi piano speelt; en broeder Kevin Oviatt voor zijn hulp met de muziek en dit geweldige koor. Ik wil jullie allemaal bedanken voor jullie deelname.

Ik hoorde dat deze bijeenkomst in verschillende talen wordt vertolkt, dus ik kan het niet laten om een grappig verhaaltje te vertellen. Dat hoeft niet in de heruitzending te worden opgenomen, omdat het moeilijk te vertalen is. Jaren geleden was ik in Tempe (Arizona) voor een ringconferentie die in het Spaans werd vertolkt. Ik neem aan dat de tolk in een andere ruimte met een koptelefoon zat. Maar hij had een briefje voor me op het podium achtergelaten. Toen ik opstond zag ik op het briefje staan: ‘Spreek alsjeblieft langzaam. Je wordt vertolkt [ook: opgenomen].’ [Gelach] Dat heeft niet gewerkt. Je moet vanavond dus naar me luisteren.

Ik wil allereerst zeggen dat het Eerste Presidium en het Quorum der Twaalf Apostelen – en ook de hele kerk – dankbaar zijn voor jullie werk met onze cursisten over de hele wereld. Jullie gaan voorop in het opbouwen en verdedigen van het fundament van deze kerk, het koninkrijk van God op aarde, voor de toekomst. Bedankt voor jullie toewijding. Ik ben er vast van overtuigd dat jullie werk een enorm goede impact heeft.

Kerkleiders hebben beklemtoond hoe belangrijk het is om levenslange discipelen van Jezus Christus op te voeden. En we beklemtonen dat bijvoorbeeld als we instructies geven aan de zendingsleiders en plaatselijke leidinggevenden van onze jongemannen en jongevrouwen overal in de kerk. We beklemtonen dat als we algemene autoriteiten en algemene functionarissen vragen bepaalde thema’s te bespreken als ze van plek naar plek reizen.

Uiteraard is levenslang discipelschap van de Heiland stimuleren ook de kern van ons kerkelijk onderwijs. In de CES-leidraad ‘Strengthening Religious Education’ staat:

‘Het doel van godsdienstonderwijs is het herstelde evangelie van Jezus Christus uit de Schriften en leringen van hedendaagse profeten onderwijzen zodat elke cursist:

  1. geloof in en een getuigenis ontwikkelt van onze hemelse Vader en zijn “grote plan” […];

  2. een discipel van Jezus Christus voor het leven wordt, en verbonden sluit en nakomt, […];

  3. zijn of haar vermogen versterkt om antwoorden te vinden, met twijfels om te gaan, met geloof te reageren, en hoop ontvangt om met moeilijkheden om te gaan.’1

Het doel van het seminarie en instituut voor godsdienstonderwijs is vergelijkbaar: ‘Ons doel is dat jongeren en jongvolwassenen hun bekering tot Jezus Christus en zijn herstelde evangelie verdiepen; in aanmerking komen voor de zegeningen van de tempel; en zichzelf, hun familie en anderen voorbereiden op het eeuwige leven bij hun Vader in de hemel.’

Levenslang discipelschap is een essentieel onderdeel van de leer van Christus. Door de leer van Christus weten we hoe we tot Christus kunnen komen en de gave van zijn verzoenende genade kunnen ontvangen. We gebruiken onze keuzevrijheid om geloof in Hem te oefenen, ons te bekeren, ons te laten dopen en de gaven van de Heilige Geest te ontvangen. Maar als we willen dat de verzoening van Christus haar volledige, transformerende effect bereikt, moeten we ons leven lang op het verbondspad – het pad van discipelschap – blijven. Nephi heeft gezegd: ‘En ik hoorde een stem die van de Vader kwam, die zei: Ja, de woorden van mijn Geliefde zijn waar en betrouwbaar. Hij die tot het einde volhardt, die zal behouden worden. En nu, mijn geliefde broeders, hierdoor weet ik dat, tenzij een mens tot het einde volhardt in het volgen van het voorbeeld van de Zoon van de levende God, hij niet kan worden gered.’2

President Nelson heeft gezegd: ‘Ware discipelen van Jezus Christus zijn bereid om zich te laten zien en horen, en anders te zijn dan de mensen van de wereld. Ze zijn onverschrokken, toegewijd en moedig.’3 Hoe bereiken we die mate van discipelschap? Wat betekent het voor ons als godsdienstleerkrachten? En hoe kunnen we doeltreffender onderwijzen zodat onze jongeren en jongvolwassenen discipelen van Jezus Christus voor het leven worden?

Vanavond bespreek ik eerst hoe het uitoefenen van onze keuzevrijheid onze bekering verdiept en tot levenslang discipelschap leidt. Daarna zullen we overdenken hoe deze concepten ons onderwijs als godsdienstleerkrachten kunnen beïnvloeden. Daarbij kijken we hoe de Heiland Zelf zijn discipelen onderwees. En tot slot leg ik uit hoe we cursisten meer gelegenheden kunnen geven om de verantwoordelijkheid voor hun eigen leerproces te nemen, zodat ze kunnen ingaan op de uitnodiging van president Nelson om het heft van hun getuigenis in eigen hand te nemen.

De rol van keuzevrijheid in discipelschap

Allereerst de rol van keuzevrijheid in discipelschap. Een van de belangrijkste geschenken van God aan zijn kinderen is morele keuzevrijheid. Deze macht en dit voorrecht – en de verantwoordelijkheid – om zelf te handelen is van essentieel belang om ons volledig potentieel als kinderen van God te bereiken. Het staat centraal in onze vooruitgang op het verbondspad. Zoals jullie weten, was het niet Gods plan om alles voor ons te doen, maar ons een kader te geven waarbinnen wij onze eigen keuzes kunnen maken om als individu te groeien. Keuzevrijheid stond centraal in onze eerdere vooruitgang als geest en staat centraal in wat we nu en in de eeuwigheid door Gods plan van geluk kunnen worden.

De tegenstander weet dat en probeert onze keuzevrijheid te beknotten. In het boek Mozes staat:

‘Omdat Satan tegen Mij opstond en trachtte de keuzevrijheid van de mens te vernietigen, die Ik, de Here […], hem had gegeven, en ook omdat Ik hem mijn eigen macht moest geven, liet Ik hem door de macht van mijn Eniggeborene neerwerpen;

‘en hij werd Satan, ja, namelijk de duivel, de vader van alle leugen, om de mensen te misleiden en te verblinden en om hen gevankelijk weg te voeren naar zijn wil, ja, allen die weigerden naar mijn stem te luisteren.’4

We kunnen de oorlog in de hemel vooral zien als de strijd om de keuzevrijheid van de mens. En die strijd wordt in deze sterfelijke sfeer voortgezet. Satan valt onze keuzevrijheid in elk geval op twee fronten aan. Enerzijds inspireert hij politieke denkbeelden en bewegingen die onze persoonlijke verantwoordelijkheid proberen te beperken met dwang en onderdrukking. De Heer zei bijvoorbeeld dat Hij de grondwet van de Verenigde Staten vooral heeft laten opstellen en in stand heeft gelaten ‘omwille van de rechten en bescherming van alle vlees […] opdat eenieder in leer en beginsel […] zal kunnen handelen volgens de morele keuzevrijheid die Ik hem heb gegeven, opdat eenieder op de dag van het oordeel rekenschap verschuldigd zal zijn van zijn eigen zonden.’5 Daarna noemt hij een bijzonder flagrante schending van onze keuzevrijheid: ‘Daarom is het niet juist dat enig mens andermans slaaf is.’6 Lucifer is altijd van plan geweest ons op de een of andere wijze in slavernij te brengen.

De tegenstander valt onze keuzevrijheid ook aan op een manier die voor ons als leerkrachten bijzonder relevant is. In de Schriftpassage die ik net heb geciteerd, staat dat Satan, ‘de vader van alle leugen’, probeert ‘de mensen te misleiden en te verblinden’.7 Onze keuzevrijheid is zonder betekenis als we niet weten wat wel en niet waar is en dus geen weloverwogen, intelligente keuzes kunnen maken. Het tegengif tegen misleiding is de waarheid. De Heiland zei: ‘Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken.’8 Ik denk dat Hij bedoelde dat we vrij zullen zijn van de slavernij van zonde en dwaling, maar ook vrij om onze keuzevrijheid naar ons begrip uit te oefenen – vrij en in staat om wijze keuzes te maken. En daarin hebben wij als leerkrachten van het woord van God een rol. Satan heeft alleen macht als iemand weigert ‘naar [de] stem [van de Heer] te luisteren.’ God zond zijn Zoon als ‘de Weg, de Waarheid en het Leven.’9 Hij geeft ons profeten om ons te onderwijzen in, en te leiden naar, de waarheid. Hij heeft ons de gave van de Heilige Geest gegeven om die waarheid te bevestigen. Onze rol is de cursisten de waarheid te laten horen en ervoor te laten kiezen die te omarmen.

Maar in de context van godsdienstonderwijs betekent keuzevrijheid dat we een stap verder moeten gaan dan alleen evangeliewaarheden overbrengen. Het is van essentieel belang dat we de cursisten in ons onderwijs uitnodigen om hun keuzevrijheid bij het leerproces aan te wenden. We willen dat ze actief deelnemen aan het proces en hun leerproces in eigen hand nemen. De cursisten persoonlijke verantwoordelijkheid voor hun leerproces laten nemen, heeft blijvende gevolgen voor de ontwikkeling van hun geloof en getuigenis. Op die manier kunnen ze actieve discipelen van Jezus Christus voor het leven worden. Ik kom hier later nog op terug, maar eerst wil ik iets over verbonden zeggen.

Zelf kiezen, is een van de redenen dat president Nelson zich zo op verbonden richt. Als we ervoor kiezen verbonden te sluiten en na te komen, maken we unieke persoonlijke keuzes om de Heiland te volgen. President Nelson heeft gezegd:

‘In dit leven kiezen we welke wetten we willen gehoorzamen – die van het celestiale koninkrijk, het terrestriale, of het telestiale – en daarmee in welk koninkrijk van heerlijkheid we voor eeuwig zullen wonen. Elke deugdelijke keuze die je hier maakt, levert je nu veel voordelen op. Maar elke deugdelijke keuze in de sterfelijkheid levert je onvoorstelbare voordelen in de eeuwigheid op. Als je ervoor kiest om verbonden met God te sluiten en je aan die verbonden te houden, heb je de belofte dat “op [jouw hoofd] heerlijkheid [zal] worden toegevoegd voor eeuwig en altijd”.’10

Als we verantwoordelijkheid voor onze keuzes nemen, neemt onze persoonlijke toewijding dus toe. Als we niet zelf handelen, komen we er misschien onverhoopt achter dat ons geloof niet sterk genoeg is om de vragen en moeilijkheden van het leven te doorstaan en discipelen van Jezus Christus voor het leven te zijn. De Heer heeft Zelf gezegd:

‘Want zij die wijs zijn en de waarheid hebben ontvangen en de Heilige Geest tot hun gids hebben genomen en niet zijn misleid – voorwaar, Ik zeg u: Zij zullen niet worden omgehakt en in het vuur geworpen, maar zullen de dag verdragen.’11

Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland

Die fundamentele rol van keuzevrijheid in onze persoonlijke ontwikkeling bepaalt ook hoe wij als godsdienstleerkrachten onderwijzen. Wij vragen zendingsleiders om hieraan te denken als ze zendelingen de gelegenheid geven om het zendingswerk te leiden en richting te geven. We vragen jongerenleiders de jongeren de gelegenheid te geven om samen met hun volwassen mentors het ‘juk’ van het leiderschap te dragen. En we vragen jullie als godsdienstleerkrachten om persoonlijke betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor het leerproces te stimuleren. Onder al deze omstandigheden zien we de meeste groei als jonge mensen de kans krijgen om zelf te handelen en niet met zich laten handelen.

Ik denk graag terug aan mijn tijd als ochtendseminarieleerkracht. Ik heb zelf ervaren dat dit een begerenswaardige roeping is. Tijdens twee van mijn jaren als seminarieleerkracht studeerde ik ook rechten. Ik wilde mijn cursisten laten ervaren hoe het is om de moed te hebben in geloof te leven. Daarom nodigde ik een studiegenoot, die geen lid van de kerk maar wel een gelovig man was, uit om op een ochtend mijn klas toe te spreken. Mijn vriend Richard had een ernstige oogaandoening, waarvoor hij regelmatig pijnlijke behandelingen moest ondergaan waarbij – je kunt het je niet voorstellen – zijn oogballen uit hun kas werden gehaald. Voor zijn rechtenstudie moest hij veel lezen, maar hij kon niet goed genoeg zien. Hij huurde daarom een aantal bachelorstudenten in om elke dag, buiten de colleges om, aan hem voor te lezen. Ondanks deze grote moeilijkheden was hij altijd opgewekt en geliefd door zijn medestudenten. Zijn voorbeeld inspireerde ons allemaal.

Richard vertelde in mijn seminarieklas over zijn geloof in God en hoe God zijn gebeden had beantwoord. En de cursisten konden hem zien, naar hem luisteren en hem vragen stellen. Dat opende hun ogen voor de werkelijke macht van geloof en wat dat voor hen kon betekenen. En Richards ogen werden figuurlijk geopend zodat hij de goedheid van mijn dierbare seminariecursisten kon zien. (Hij was bijvoorbeeld onder de indruk dat deze tieners om 6.00 uur in de klas zaten.)

Bedenk eens hoe de Heiland onderwees. Jezus vertelde zijn discipelen niet zomaar wat ze moesten doen en deed ook niet alles voor ze. Hij onderwees op een manier waarbij ze moesten nadenken, meedoen, bespreken en zijn leringen moesten toepassen. Daarom waren ze, toen de Heiland niet meer fysiek bij zijn discipelen was, beter voorbereid om zelf de Heilige Geest te ontvangen en zich erdoor te laten leiden.12 In Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland staat: ‘Het was vast en zeker ontzagwekkend om de Heiland over het water te zien lopen. Maar dat was niet genoeg voor Petrus. Hij wilde [en moest] doen wat de Heiland deed, zijn waar Hij was en dezelfde ervaring hebben.’13 Dat betekende natuurlijk ook dat Petrus fouten zou maken, maar de Heiland gaf hem herhaaldelijk de kans – net als ons allemaal – om te handelen en door zijn inspanningen, waaronder zijn falen, gesterkt te worden.14

De Heiland bood zijn discipelen dat soort leerervaringen door ze te helpen hun leerproces in eigen hand te nemen. Laten we stilstaan bij drie manieren waarop de Heiland zijn discipelen bij het leerproces betrok: (1) gebruikmaken van gelijkenissen, (2) geïnspireerde vragen stellen en (3) persoonlijke uitnodigingen geven.

Gebruikmaken van gelijkenissen. Ik wil over elk iets zeggen. Allereerst gelijkenissen. Sta eens stil bij de gelijkenissen van Christus. De Heiland gaf niet meteen een uitleg of directe verklaring, maar vroeg zijn volgelingen stil te staan bij de diepere betekenis van zijn leringen. Ze moesten daar zelf iets voor doen. Mijn begrip van gehoorzaamheid is zeker versterkt door de gelijkenis van de zaaier te bestuderen.15 Ik begrijp vergeving beter dankzij mijn studie van de verloren zoon.16 Ik heb een groter verlangen om naastenliefde voor iedereen te hebben en te tonen dankzij de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.17

Ik ben ook een betere discipel en leider geworden door stil te staan bij de lessen over rentmeesterschap in de gelijkenis van de talenten.18 Toen ik over deze gelijkenis nadacht, merkte ik op dat de eerste twee dienaren – die vijf en twee talenten hadden en elk hun talenten hadden vermenigvuldigd – dezelfde lof en beloning kregen ondanks de verschillen tussen het aantal talenten. De eerste dienaar, met vijf talenten, verdubbelde dit aantal tot tien. De tweede, die twee talenten had, gaf er vier terug. Maar ze kregen allebei dezelfde reactie van hun heer: ‘Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.’19 Ik denk dat dit betekent dat we niet allemaal hetzelfde hoeven te bereiken of even snel vooruitgang hoeven te maken om de zegen van de Heer en uiteindelijk de gave van het eeuwige leven te ontvangen. We moeten enkel ijverig omgaan met de gaven, vaardigheden en kansen die we hebben. Ik denk dat zelfs de dienaar met één talent dezelfde beloning als zijn twee broeders zou hebben ontvangen, als hij zich had ingezet en had gediend om een tweede talent te verkrijgen, in plaats van zijn talent te verbergen. Ik leer leidinggevenden en anderen dat als zij gewoon doen wat ze kunnen, de Heer hun inspanningen zal grootmaken en belonen, en dat ze uiteindelijk de volheid van zijn zegeningen zullen ontvangen.

Geïnspireerde vragen stellen. Wat betreft geïnspireerde vragen stellen, zo onderwees de Heiland ook. Hij vroeg zijn discipelen bijvoorbeeld: ‘Wie zegt u dat Ik ben?’ Hij had uiteraard een duidelijker en dieper begrip van het antwoord dan zijn discipelen, maar Hij gunde Petrus de kans om erover na te denken en de vraag zelf te beantwoorden. Ik denk dat Petrus zelf een sterker getuigenis kreeg door het antwoord in zijn eigen woorden uit te drukken: ‘U [bent] de Christus, de Zoon van de levende God.’20 Na zijn opstanding stelde de Heiland Petrus een andere vraag, die Hij drie keer bijna hetzelfde formuleerde: ‘Simon, zoon van Jona, hebt u Mij lief?’ Petrus antwoordde iedere keer: ‘Ja Heere, U weet dat ik van U houd.’ En de Heiland kon Petrus deze keer onderwijzen met varianten op de reactie: ‘Weid mijn lammeren.’21

Uitnodigingen geven. Tot slot uitnodigingen geven. Er waren ook momenten dat de Heiland de vraag die Hij had gesteld beantwoordde, maar in de vorm van een uitnodiging. De Heiland vroeg zijn discipelen op het westelijk halfrond: ‘Wat voor mannen behoort u daarom te zijn?’ Hij gaf meteen Zelf het antwoord: ‘Voorwaar, Ik zeg u, zoals Ik ben.’22 We kunnen aan andere belangrijke uitnodigingen van de Heiland denken. Denk bijvoorbeeld aan zijn uitnodiging: ‘Kom dan en volg mij.’ En soms gingen zijn uitnodigingen gepaard met beloften, en dat is nog steeds het geval. In de Leer en Verbonden geeft de Heer ons bijvoorbeeld deze uitnodiging: ‘Nader tot Mij en Ik zal tot u naderen; zoek Mij naarstig en u zult Mij vinden; vraag en u zult ontvangen; klop en u zal worden opengedaan.’23 Met al zijn uitnodigingen biedt de Heiland zijn discipelen de gelegenheid om te handelen, na te denken en de verantwoordelijkheid voor hun leerproces en groei te nemen.

Wat betekent dit voor godsdienstonderwijs?

Eerder dit jaar nodigde ouderling Clark Gilbert onze seminarie- en instituutsleerkrachten uit om de cursisten bewust de gelegenheid te geven te handelen en hun leerproces in eigen hand te nemen. Hij deed dat aan de hand van ‘Zet aan tot actieve studie’ in Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland.24 Ik vind het opvallend dat de titel van dit onderdeel gericht is op studie en niet op onderwijs. Dit herinnert mij eraan dat doeltreffende leerkrachten de cursisten uitnodigen om hun leerproces in eigen hand te nemen. En als we verwachten dat de cursisten alleen luisteren en we ze er niet actief bij betrekken, lopen we het risico dat de cursisten denken dat we ons onderwijs belangrijker vinden dan hun leerproces.

In Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland staat dat we onze cursisten alleen kunnen aanzetten tot actieve studie als we ze helpen hun leerproces in eigen hand te nemen. We kunnen dat op verschillende manieren doen, maar ik wil er drie uit die bron benadrukken.

  • We kunnen allereerst leerervaringen scheppen om ‘de leerlingen uit [te nodigen] zich op leren voor te bereiden.’ Dat kunnen we doen door ze vooraf leesopdrachten, studievragen of persoonlijke uitnodigingen te geven.

  • Ten tweede ‘moedig[en we] de leerlingen aan om te vertellen over de waarheden die ze leren.’ We kunnen dat op veel manieren doen, en jullie kunnen allemaal zelf manieren bedenken die voor jou en je cursisten werken. Tijdens mijn rechtenstudie heb ik veel geleerd van de socratische methode, waarbij leerkrachten de studenten een juridische casus lieten bestuderen door middel van een aantal doordachte vragen. Wij moesten voorbereid naar het college komen om onze eigen inzichten uit te leggen en naar anderen te luisteren. Ik heb instituutsleerkrachten cursisten de gelegenheid zien geven om te vertellen wat ze leren door middel van gestructureerde klassikale besprekingen. Dit vergt goed voorbereide leerkrachten die met goed voorbereide cursisten een onderzoek en dialoog aangaan. Ik weet dat dit altijd het geval is in jullie lessen. Alle cursisten zijn goed voorbereid. Alle leerkrachten zijn goed voorbereid. Maar dat is de uitnodiging.

  • En ten derde ‘nodig[en we] de leerlingen uit om na te leven wat ze leren’ (cursivering toegevoegd).25 We moeten altijd op zoek gaan naar manieren om de cursisten het geleerde op zichzelf te laten toepassen. We kunnen dat doen door middel van persoonlijke uitnodigingen, denkoefeningen en veel andere manieren waarop we de cursisten helpen veranderen en groeien in Christus.

De leerkracht moet bedachtzaam zijn en soms meer tijd besteden om de cursisten te helpen bij het voorbereiden, vertellen en toepassen. Dat kan vooral zo zijn als je de cursisten laat vertellen wat ze leren, en ze elkaar laat onderwijzen. Dat betekent niet dat we ze nooit direct en eenzijdig toespreken, vooral als we een belangrijke boodschap of fundamenteel beginsel benadrukken. Vanavond benoemen we bijvoorbeeld een fundamentele boodschap. Maar die boodschap moet worden gevolgd door regelmatige gelegenheden waarbij we allemaal kunnen deelnemen aan het leerproces door te vertellen wat we leren en dat in ons eigen onderwijs toe te passen.

Ik hoop dat je inziet hoe jij je op vanavond hebt kunnen voorbereiden, met studievragen en leesmateriaal dat vooraf was opgegeven. We vragen je om morgen en de komende weken met je collega’s en medeleerkrachten te bespreken wat je leert over onderwijzen volgens het voorbeeld van de Heiland. We vragen je ook te bedenken wat je op basis van de boodschap van vanavond, en andere onderwijsmiddelen die morgen worden besproken, aan je eigen onderwijs kunt verbeteren.

Ik wil even de tijd nemen om een ander onderwijsmiddel aan te bevelen dat het bestuderen waard is, al is het voor een andere doelgroep geschreven. Ik heb het over hoofdstuk 10 van de handleiding voor zendelingen, Predik mijn evangelie. De titel van dat hoofdstuk is: ‘Mensen leren om geloof in Jezus Christus te ontwikkelen’. Het onderwijs van zendelingen is uiteraard de ultieme vorm van mensen helpen hun leven te veranderen door actief hun morele keuzevrijheid te gebruiken. Het doel is bekering door de invloed van de Heilige Geest en de genade van Christus, wat tot levenslang discipelschap leidt. Daar draait het bij ons in de kerkelijke onderwijsinstellingen natuurlijk ook om. Daarom zeg ik dat je ook uit deze bron inzichten kunt opdoen, net als uit Onderwijzen naar het voorbeeld van de Heiland. De twee handleidingen overlappen elkaar natuurlijk, maar soms kunnen we een nieuw perspectief of meer begrip opdoen door iets te lezen waarin een beginsel of idee iets anders wordt beschreven. De vragen die in hoofdstuk 10 van Predik mijn Evangelie worden beschreven, zijn bijvoorbeeld: ‘Hoe onderwijs ik met de Geest?’ ‘Hoe onderwijs ik uit de Schriften?’ ‘Hoe moet ik getuigen als ik iemand onderwijs?’ ‘Hoe plan ik en pas ik mijn lessen aan op basis van de behoeften van mensen?’ en ‘Hoe stel ik betere vragen en luister ik beter?’ En ik word heus niet betaald om hier reclame voor te maken.

Cursisten het heft van hun getuigenis in eigen hand laten nemen

Tot slot: cursisten het heft van hun getuigenis in eigen hand laten nemen. Aanzetten tot actieve studie is van fundamenteel belang om levenslange discipelen van Jezus Christus op te voeden, omdat het zoals gezegd de cursisten helpt hun leerproces in eigen hand te nemen. President Nelson heeft ons aangemoedigd de verantwoordelijkheid voor onze persoonlijke groei te nemen in zijn uitnodiging aan jongvolwassenen om het heft van hun getuigenis in eigen hand te nemen. In 2022 zei president Nelson in een wereldwijde devotional voor jongvolwassenen:

‘Ik smeek je het heft van je getuigenis in eigen hand te nemen. Werk eraan. Maak het deel van jezelf. Verzorg het. Voed het zodat het zal groeien. Voed het met waarheid. Verontreinig het niet met de filosofieën van niet-gelovige mannen en vrouwen, om je daarna af te vragen waarom je getuigenis aan het afbrokkelen is. Bid dagelijks oprecht en nederig. Voed jezelf met de woorden van oudtijdse en hedendaagse profeten. Vraag de Heer je te leren hoe je Hem beter kunt horen. Ga vaker naar de tempel en besteed meer tijd aan je familiegeschiedenis. Let op de wonderen die je zult zien gebeuren als je je getuigenis de hoogste prioriteit geeft.’26

President Nelson vroeg de hele kerk hetzelfde te doen in zijn toespraak ‘De wereld overwinnen en rust vinden’ in de algemene oktoberconferentie van 2022.27

President Nelson stelde de jongvolwassenen enkele vragen: ‘Wil je je vredig voelen over zaken die je nu zorgen baren? Wil je Jezus Christus beter leren kennen? Wil je leren hoe zijn goddelijke macht je wonden en zwaktes kan genezen? Wil je de aangename, troostende macht van de verzoening van Jezus Christus in je leven aan het werk zien? Het antwoord op deze vragen zal je energie vergen – veel energie.’28 Hij neemt de zorgen van de cursisten serieus: ‘Als je vragen hebt – en ik hoop dat je die hebt – ga dan op zoek naar antwoorden, maar wel met het vurige verlangen om te geloven. Leer zoveel mogelijk over het evangelie en wend je daarvoor tot waarheidsgetrouwe bronnen.’

Dat is naar mijn mening aanzetten tot actieve studie, en dat is wat we moeten doen om onze cursisten het heft van hun getuigenis in eigen hand te laten nemen. Die verantwoordelijkheid voor het leerproces moet worden ondersteund in de manier waarop we lesgeven, zodat de cursisten de kans hebben om de diepgang en discipline van waar discipelschap te ontwikkelen. Sta nog eens stil bij deze uitnodiging van de profeet: ‘Werk eraan. Maak het deel van jezelf. Verzorg het. Voed het zodat het zal groeien.’ Wordt deze individuele betrokkenheid in onze klas gestimuleerd om het getuigenis en discipelschap van onze cursisten te bevorderen? Zijn er manieren waarop wij beter kunnen aanzetten tot actieve studie?

Tot besluit

Ik begon vanavond met het doel van godsdienstonderwijs in de kerk, waarbij elke cursist:

  1. ‘geloof in en een getuigenis ontwikkelt van onze hemelse Vader en zijn “grote plan” […];

  2. een discipel van Jezus Christus voor het leven wordt, en verbonden sluit en nakomt, […];

  3. zijn of haar vermogen versterkt om antwoorden te vinden, met twijfels om te gaan, met geloof te reageren, en hoop ontvangt om met moeilijkheden om te gaan.’29

Als we onze cursisten helpen hun persoonlijke keuzevrijheid uit te oefenen, zal dat hun bekering verdiepen en tot levenslang discipelschap leiden. In oktober 2024 zei president Nelson: ‘Dit is het moment om ons discipelschap onze hoogste prioriteit te maken.’30 Hij voegde daaraan toe: ‘Het is nooit te vroeg of te laat om een toegewijde discipel van Jezus Christus te worden.’31 Laten wij nu ijverig handelen voordat het te laat is. Hij zei dat dit het moment is. Ik word steeds meer ontroerd door de waarschuwing van mijn broeder Paulus aan de ouderlingen in Efeze:

‘Zie dan toe op uzelf en op heel de kudde, te midden waarvan de Heilige Geest u tot opzieners aangesteld heeft om de gemeente van God te weiden, die Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.

‘Want dit weet ik: dat na mijn vertrek wrede wolven bij u zullen binnenkomen, die de kudde niet sparen;

‘en dat uit uw eigen midden mannen zullen opstaan die de waarheid verdraaien om de discipelen weg te trekken achter zich aan.’32

De cursisten over wie wij, in de woorden van Paulus, ‘tot opzieners’ zijn aangesteld, hebben oneindige waarde, ze zijn gekocht met het bloed van de Heiland Zelf. Wij hebben de opdracht om een getrouw voorbeeld te geven en ze te voeden en sterken tegen de ‘wrede wolven’ die ze buiten de kerk en zelfs binnen de kerk – in de woorden van Paulus – in ons ‘eigen midden’ tegenkomen, die valse dingen verkondigen en willen dat ze hún discipelen worden in plaats van discipelen van de Meester. Wij moeten ze helpen waarheid te leren, wijs met hun keuzevrijheid om te gaan en bovenal de Vader en de Zoon diepgaand en blijvend lief te hebben.

Ik getuig van onze liefdevolle en geliefde hemelse Vader en zijn verlossingsplan. Ik getuig dat zijn eniggeboren Zoon, Jezus, de herrezen Verlosser, echt leeft en aan de rechterhand van de Vader zit, waar Hij de barmhartigheid over de mensenkinderen heeft verworven.33 Ik noem mijzelf net als Mormon een discipel van Jezus Christus34 en streef ernaar zijn discipel te zijn zolang ik leef. Mogen wij allemaal gesterkt worden in ons eigen discipelschap en in ons werk om zoveel mensen als we kunnen te helpen toegewijde, discipelen van Jezus Christus voor het leven te worden.

God zegene jullie. In de naam van Jezus Christus. Amen.