Kerstdevotionals
Ik ben thuis met Kerstmis


8:49

Ik ben thuis met Kerstmis

Kerstdevotional met het Eerste Presidium 2025

Zondag 7 december 2025

Jaren geleden, vele jaren geleden, was ik een jonge vader en wilde ik mijn lieve vrouw helpen met de voorbereiding op de geboorte van onze eerste baby, een zoontje. Ik was in alle staten door de zenuwen. Pat zei eens dat, toen de weeën begonnen, ik mijn hoofdkussen pakte en richting de deur liep, haar achterliet, en niet eens mijn pyjama verruilde voor een overhemd en een broek.

Misschien was het haar onweerstaanbare persoonlijkheid die me tegenhield. Wie weet? Misschien bleef het baby’tje dankzij haar liefdevolle geborgenheid nog enkele uren in zijn warme, comfortabele thuis.

Hoe dan ook, Kerstmis is de dag bij uitstek waarop we het liefst thuis zijn. Er is een populair kerstliedje getiteld ‘I’ll Be Home for Christmas’ [‘Ik ben thuis met Kerstmis’]. En als we daar niet kunnen zijn, krijgen we een brok in onze keel, zelfs als we volwassen zijn en het speelgoed en het engelenhaar uit onze kindertijd achter ons hebben gelaten.

Laten we niet vergeten dat op dit moment bijna 85.000 zendelingen ergens op zending zijn, meestal ver van huis.

De meeste studenten zullen wel regelen dat ze met Kerstmis naar huis kunnen gaan, maar niet iedereen kan zich dat veroorloven.

Er zijn zoveel tragische oorlogen over de hele wereld dat het moeilijk in te schatten is hoeveel van die militairen deze kerst niet thuis zullen zijn. Maar het zullen er honderdduizenden zijn.

Jezus, Maria en Jozef wisten wat het was om alleen en ver van huis te zijn op deze bijzondere avond. Twee millennia later zingen we nog steeds: ‘Hij lag in een kribbe, in een need’rige stal; bij de armsten der aarde, kwam de Heiland van ’t al.’

Slechts enkele jaren later zou die baby weer alleen zijn en verklaren dat Hij ‘de wijnpers alleen [had] getreden […] en niemand was bij [Hem]’. In het diepste van zijn lijden vreesde Hij dat Hij volledig verlaten was, zelfs door zijn Vader in de hemel, maar later werd duidelijk hoe het zat, en werd de kerstnacht er een van vreugde en beloften, een nacht van engelen, sterren en heil, een nacht om bij dierbaren te zijn, voor zover dat kan.

Ik wil ieder van jullie uitnodigen om deze kerst, hoe kort ook, een gezin te zijn voor iemand die anders alleen is. Eenzaamheid doet verschrikkelijk pijn. Ik weet dat veel mensen eenzamer zijn dan ik, maar de voorbije drie jaren is Kerstmis een pijnlijke tijd voor mij geweest, zonder het gezelschap van die volmaakte jonge moeder over wie ik eerder sprak.

Er is me in die tijd echter ook iets verlossends overkomen. Het is een tijd geweest voor meer bezinning, meer nederigheid en het tonen van meer waardering. Misschien kunnen we dit jaar iemand die nog tijdelijk alleen is zegenen op een manier die hem of haar gedurende een moment, een maaltijd of een middag het gevoel geeft dat hij of zij wel thuis is met Kerstmis.

Ik ben vaak, net als president Farnes, ver van huis geweest met Kerstmis, en de eerste keer was, geloof ik, tijdens mijn soms eenzame, altijd voldoening gevende tijd als voltijdzendeling.

Ik heb hier een brief van iemand anders waaruit reflectie en genegenheid spreekt, en die duidelijk een volwassen verlangen weerspiegelt. Het is een brief die we allemaal meerdere keren hadden willen schrijven.

‘Lieve papa, Dit is de eerste keer in heel mijn leven dat ik niet thuis ben met Kerstmis. [Ik zit] bij de haard in mijn pension […] te kijken naar de vlammen die in de schoorsteen opstijgen, [samen met] herinneringen aan vroegere kerstdagen. Ik denk aan de ochtenden dat we ons in pyjama naar beneden haastten. [En dan renden we dolenthousiast] weer naar boven […] om al onze cadeautjes te laten zien: appels, sinaasappels en zelfgebakken koekjes. Jij en mama [leken om de een of andere reden erg moe], maar je speelde met ons, kuste ons, en stopte ons weer in bed tot het licht werd. Overdag trok je ons door de straat op onze nieuwe slee [die we nog niet eens hadden gevonden], en we wisten dat je de grootste, sterkste man van de hele wereld was. […] Gisteravond miste ik de opwinding van de komst van de Kerstman. [Hij is] ook vanmorgen niet gekomen. Ik mis je, [papa. Maar met deze nieuwe] afstand tussen ons, begin ik in jouw leven de [ware] geest van Kerstmis te zien. […] Ik bid dat God je zal zegenen, papa, en altijd je plekje in mijn hart zal beschermen. Liefs, Gordon.’ Onze eigen Gordon Bitner Hinckley.

Gelukkig kerstfeest namens onze Vader in de hemel, die nooit verslapt noch versaagt, en van zijn eniggeboren Zoon, zijn Kindje – dat Kindje en onze Broer – die opgroeide om ‘onze ziekten op Zich [te nemen], onze smarten [te dragen, en] om onze ongerechtigheden verbrijzeld [te worden]’. We danken onze Vader in de hemel voor de beloofde Messias, het grootste kerstgeschenk ooit. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Zie ‘Once in Royal David’s City’, Hymns, nr. 205.

  2. Leer en Verbonden 133:50.

  3. Zie Gordon B. Hinckley to Bryant S. Hinckley, 25 Dec 1933, geciteerd in Sheri L. Dew, Go Forward with Faith: The Biography of Gordon B. Hinckley (Salt Lake City: Deseret Book, 1966), 76.

  4. Jesaja 53:4–5.