Kerstdevotionals
Neem het geschenk aan


10:30

Neem het geschenk aan

Kerstdevotional met het Eerste Presidium 2025

Zondag 7 december 2025

Met Kerstmis denken we automatisch aan ons thuis – ons aardse thuis en ons hemelse thuis. Maar een van mijn gedenkwaardigste kerstfeesten was de eerste keer dat ik Kerstmis weg van huis doorbracht.

Ik was een relatief nieuwe voltijdzendeling in Brazilië en moest nog wennen aan een onbekende cultuur en taal. Toen mijn collega en ik op een dag door een eenvoudige favela liepen, hoorden we iemand ons toeroepen: ‘Vertellen jullie mensen over Jezus?’

We keken om en zagen een vrouw die ons uitnodigde in haar huisje met een aarden vloer. We maakten kennis met haar bejaarde moeder en haar zeven kinderen, die op de een of andere manier allemaal samen in die kleine ruimte woonden. We begonnen ze in het herstelde evangelie van Jezus Christus te onderwijzen, en ze wilden er graag meer over leren.

Toen de kersttijd naderde, nodigde het gezin ons uit om met Kerstmis bij ze te komen eten. Ik geef toe dat ik niet enthousiast was over hun uitnodiging. Ik kon me niet voorstellen wat voor kerstdiner dit arme gezin ons zou kunnen bieden. Ze hadden niet eens een tafel om aan te zitten! Wat onvolwassen dacht ik aan de meer welgestelde gezinnen in de wijk en vroeg ik me af of we op een beter aanbod van een van hen moesten wachten.

Gelukkig was mijn senior collega wijzer dan ik, en hij nam de uitnodiging snel aan. Op kerstdag werden we verwelkomd in het nederige huisje van dit gezin.

Wat ik toen zag, was een grote verrassing.

In het midden van de kamer stond een tafel vol met borden rijst, bonen, vlees en aardappelen, en een grote fles frisdrank. En er waren maar twee stoelen – een voor mij en een voor mijn collega.

Ik was sprakeloos en overmand door emotie. Ze hadden dit kerstdiner speciaal voor ons bereid. Het moet een groot offer voor ze zijn geweest. En toch, toen ik aan tafel zat en naar de kinderen keek, die tegen de muur zaten en ons zagen eten, zag ik een glimlach op hun gezicht. Ze hadden oprechte vreugde omdat ze een offer brachten voor ons, vreemdelingen uit een ander land. Ze hadden ons een prachtig geschenk gegeven en ik had eerst geaarzeld om het aan te nemen.

Die Kerstmis veranderde mijn leven voorgoed. Al zijn er veel jaren voorbijgegaan, ik denk er nog vaak aan. De herinnering aan het vreugdevolle offer van dat gezin doet mij denken aan het offer van Jezus Christus, zijn heilige geschenk van verlossing en genezing. Zijn geschenk is tenslotte de reden dat we Kerstmis vieren.

Ik denk aan de vraag van onze hemelse Vader: ‘Wie zal Ik zenden?’ en het moedige antwoord van de Zoon: ‘Hier ben Ik, zend Mij.’

Ik denk aan Jezus’ nederige geboorte en nederige leven – zijn bereidheid om ‘uit de hemel [neer te] dalen onder de mensenkinderen en in een tabernakel van leem [te] wonen’.

Ik denk aan zijn lijden in Gethsémané, waar Hij ‘onze ziekten [op Zich] heeft genomen, onze smarten heeft […] gedragen’ en onze zonden op Zich heeft genomen.

Ik ‘denk aan zijn wonden voor onze strafwaardigheid’.

Ik denk aan zijn opstanding, zijn heerlijke overwinning op de dood.

En dan vraag ik me af: neem ik het geschenk aan dat Hij ons zo vreugdevol aanbiedt? Ik heb sinds dat kerstdiner in Brazilië vaak over die vraag nagedacht.

Jaren later was ik terug in Brazilië, ditmaal om met mijn vrouw het zendingsgebied te leiden. Ik heb heel veel geleerd van elke zendeling met wie wij hebben samengewerkt. Ik bewonder hun vurige en ijverige verlangen om de Heer een aannemelijk offer te brengen.

Ik herinner me vooral een gesprek dat ik met een lieve zuster had aan het eind van haar zending. Ze vertrouwde me toe dat ze bang was om naar huis te gaan. Ze was bang dat ze met spijt op haar zending zou terugkijken, dat ze zou bedenken hoe ze beter had kunnen dienen, dat ze meer had kunnen doen. Terwijl ik deze geweldige zendelinge probeerde gerust te stellen, bespraken we een andere manier om naar haar zending – en haar leven – te kijken. Onze toewijding aan Jezus Christus is geen schoolproject dat we inleveren in de hoop een goed cijfer te halen. Jezus Christus is de enige volmaakte persoon en zijn leven is het enige volmaakte leven. In ons streven om ons te verbeteren, wenden we ons tot Hem, niet met de instelling ‘ik heb het zelf gedaan’, ‘ik verdien het’ of ‘ik heb het bereikt’, maar meer ‘ik neem het aan’.

Natuurlijk willen we leven op een manier die voor de Heer aannemelijk is. We hopen natuurlijk dat Hij ons offer aanneemt. Maar net zo belangrijk – of misschien nog wel belangrijker – is de vraag: neem ik zijn offer aan?

Ik denk niet dat we het geschenk van de Heiland passief of nonchalant kunnen aannemen. Voor mij impliceert het woord aannemen een bewuste keuze en bewuste handeling. Net zoals zijn offer voor ons vrijwillig was, wil Hij dat wij het vrijwillig aannemen. Zoals elke goede schenker voelt de Heer niet alleen onze behoeften aan, maar ook onze verlangens. Alma heeft gezegd dat ‘Hij de mensen geeft naar hun verlangen’.

Toen Jezus naar het bad van Bethesda ging en een man zag die al 38 jaar niet kon lopen, vroeg Hij de man of hij genezen wilde worden. Het lijkt een voor de hand liggende vraag, maar de Genezer geneest ons niet als wij dat niet willen. Het wonder kwam pas nadat de man zijn verlangen had uitgesproken.

Wat zijn jouw verlangens? Wat wil jij echt in dit leven ervaren en bereiken – vandaag, morgen en in de eeuwigheid? Zoek je troost? Verlichting? Hoop je weer gemoedsrust te vinden? Kracht van de Heer? Wil je genezen worden? Vergeven? Verlost? Wil je echt steeds meer als Jezus Christus worden – voor eeuwig bij Hem en onze hemelse Ouders wonen?

Als je dat wilt, neem dan het geschenk aan dat Jezus Christus je aanbiedt.

‘Want wat baat het een mens indien hem een geschenk wordt gegeven en hij het geschenk niet aanneemt? […] Hij verheugt zich niet in hetgeen hem wordt gegeven, evenmin verheugt hij zich in hem die de gever is van het geschenk.’

God zal Zich niet aan ons opdringen of ons zijn geschenk opleggen. In plaats daarvan laat Hij ons kiezen of we het aannemen. ‘[Wend u] tot Mij’, zegt Hij, en dan ontdek je dat Hij Zich niet alleen al tot jou heeft gewend, maar dat zijn armen van barmhartigheid altijd zijn uitgestrekt.

Om uit te leggen wat het betekent om je tot de Heer te wenden, wil ik graag iets vertellen wat ik van mijn kleindochter Blakely heb geleerd toen ze nog maar 2 jaar was.

Elk jaar met Kerstmis komen Blakely en de rest van de kleinkinderen bij ons thuis om een van onze favoriete kersttradities te vieren: van prachtige kerststallen genieten. Mijn vrouw en ik hebben een collectie kerststallen van over de hele wereld, en met kerst zetten we ze altijd overal in huis neer zodat de kleinkinderen ze kunnen zoeken.

President en zuster Farnes met hun kleinkinderen

Dit is een foto van een van onze kerststallen. Zoals je kunt zien, ligt het Kindje Jezus in het midden, en de andere figuren – Maria, Jozef, de herders, de wijzen enzovoort – staan naast elkaar, zodat ze allemaal te zien zijn. Dat lijkt een doorsnee manier om een kerststal neer te zetten.

houten kerststal

Eén jaar merkte ik iets vreemds op aan onze kerststallen. Iemand was door het hele huis gegaan en had ze anders ingedeeld. In elke kerststal stonden de figuren in een cirkel naar het Kindje Jezus te kijken. Later ontdekte ik dat Blakely deze briljante wijziging in onze kerstversiering had aangebracht.

Kerststal met figuren die allemaal naar Jezus Christus kijken
Kerststal met figuren die allemaal naar Jezus Christus kijken
Kerststal met figuren die allemaal naar Jezus Christus kijken

Met deze eenvoudige daad leerde Blakely me een diepzinnige les: het is niet genoeg om alleen maar in de buurt van de Heiland te zijn. Het is niet genoeg om een beetje zijn kant op te draaien, of naast iemand te staan die dicht bij Hem is. Om het geschenk van Christus helemaal aan te nemen, moeten we ons volledig tot Hem wenden.

Hoe doen we dat? Wat houdt het in om je volledig tot de Heiland te wenden? Hoe laten we zien dat we zijn geschenk van verlossing en genezing aannemen?

Ik denk dat het antwoord in deze raad van president Russell M. Nelson te vinden is: ‘Ontdek de vreugde van dagelijkse bekering.’

Zo eenvoudig is het. We nemen het geschenk van de Heiland aan door ons te bekeren, door ons tot Hem te wenden. Hij heeft zijn leven geofferd zodat wij kunnen veranderen, ons verbeteren, genezen en verlost worden. Daarom nemen we dat offer aan door te veranderen, ons te verbeteren en zijn genezende kracht aan te nemen.

En dat doen we niet maar één keer. We doen het elke dag, omdat we het elke dag nodig hebben. Het geschenk van de Heiland aannemen, is een levenslang proces. Zijn geschenk is werkelijk zonder einde, zolang we het blijven aannemen door ons tot Hem te wenden.

Soms zeggen we dat we de kerstgeest het hele jaar bij ons moeten houden. Ik ken kinderen die vaak wensen dat het elke dag Kerstmis is. In feite kunnen – en moeten – we elke dag Kerstmis vieren door ons tot de Heiland te wenden en zijn geschenk dankbaar aan te nemen. Als we de vreugde van dagelijkse bekering omarmen, zullen we ontdekken dat de zegeningen van Kerstmis en het wonder van zijn geschenk ons voortdurend kunnen toevloeien.

Geliefde broeders en zusters, ik getuig dat Jezus Christus, de Zoon van God, gewillig, liefdevol en vreugdevol zijn leven als kostbaar geschenk heeft gegeven zodat jij en ik genezen, verlost en verhoogd kunnen worden. Ik bid dat we ons allemaal volledig tot Jezus Christus zullen wenden en zijn geschenk aannemen – nu met Kerstmis en elke dag van ons leven. In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. Abraham 3:27.

  2. Mosiah 3:5.

  3. Jesaja 53:4.

  4. ‘’k Sta spraak’loos’, Lofzangen, nr. 129.

  5. ‘Om het eeuwige leven te ontvangen, moeten we “tot Christus komen” (Moroni 10:32).’ (Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 1.1, Evangeliebibliotheek.)

  6. Alma 29:4.

  7. Zie Johannes 5:5–6.

  8. Leer en Verbonden 88:33.

  9. Nehemia 1:9; Helaman 13:11; zie ook Joël 2:13; Mosiah 7:33; Dallin H. Oaks, ‘Wat heeft onze Heiland voor ons gedaan?’, Liahona, mei 2021, 75–77; Patrick Kearon, ‘God wil u naar huis leiden’, Liahona, mei 2024, 87–89.

  10. Zie 2 Nephi 28:32; 3 Nephi 9:14.

  11. Russell M. Nelson, ‘De kracht van geestelijk momentum’, Liahona, mei 2022, 98; cursivering in het origineel.

  12. ‘Mensen die […] vergeving van zonden hebben ontvangen – en vervolgens geregeld hun reiniging hernieuwen door zich dagelijks te bekeren en te leven naar de verbonden die ze tijdens de verordening van het avondmaal sluiten – komen in aanmerking voor de belofte dat ze de Heilige Geest, de Geest van de Heer, “altijd bij zich mogen hebben” [Leer en Verbonden 20:77].’ (Dallin H. Oaks, ‘Goddelijke hulp in het sterfelijk leven’, Liahona, mei 2025, 105.)