Kerstdevotionals
’t Is voor u dat Hij Hem zond


9:55

’t Is voor u dat Hij Hem zond

Kerstdevotional met het Eerste Presidium 2024

Zondag 8 december 2024

Wat hebben wij een geluk dat we naar deze prachtige muziek mogen luisteren! Ik wil het koor, het orkest en de dirigenten hartelijk bedanken. Ik zie u niet achter deze bomen, maar ik weet dat u er bent.

‘Infant Holy, Infant Lowly’ is een van mijn favoriete kerstliedjes.

Kudden sliepen, herders riepen

Waakzaam tot de morgenstond;

Glans van ere, hoor de Here

En zijn eeuwige verbond.

Juichend zingen, zonder zorgen,

Hem aanbidden, groet de morgen,

’t Is voor u dat Hij Hem zond.

’t Is voor u dat Hij Hem zond!

Toen ik nog een klein meisje was, noemden mijn ouders me hun ‘lammetje’. Als een herder en zijn lammetjes in de Schriften werden besproken, had ik dus altijd het gevoel dat het over mij ging.

Dat was vooral zo met het kerstverhaal en de engelen die aan de herders verschenen. De herders waakten ’s nachts over hun kudden, hun lammetjes. Ik kon me voorstellen dat ik erbij was en dat ik op het Kindje in de kribbe afliep. Ik stel me dat elk jaar nog steeds graag voor als ik over zijn geboorte nadenk.

Ik vind de vergelijking in een verhaal van ouderling John R. Lasater ook erg mooi.

Jaren geleden bezocht ouderling Lasater als lid van een officiële overheidsdelegatie een land in Afrika.

Op een dag reisden ze in een stoet zwarte limousines door de woestijn en kregen ze een ongeluk. Zijn auto kwam bovenop de heuvel aan en hij zag dat de voorste auto in de berm stond. Hij zei: ‘Wat ik zag, is me nog jaren bijgebleven.’

Een oude herder in een lange mantel, net als uit de tijd van de Heiland, stond bij de limousine met de chauffeur te praten. In de buurt stond een kleine kudde van ongeveer vijftien schapen.

De chauffeur van ouderling Lasater vertelde dat de voorste auto een lam had aangereden en verwond. En omdat het een auto van de koning was, had de herder nu recht op honderd maal de waarde van een volgroeid schaap. Maar volgens diezelfde wet moest het lammetje worden gedood en het vlees onder het volk worden verdeeld.

Toen zei de chauffeur: ‘Maar let op: de oude herder zal het geld niet accepteren, dat doen ze nooit.’ Hij legde uit waarom: ‘Vanwege de liefde die hij voor elk van zijn schapen heeft.’

Ze zagen de oude herder bukken, het gewonde lammetje in zijn armen nemen en zijn mantel eromheen slaan. Hij bleef het lammetje aaien, en herhaalde telkens hetzelfde woord. Toen ouderling Lasater vroeg wat het woord betekende, werd hem verteld: ‘O, hij noemt het bij naam. Al zijn schapen hebben een naam, want hij is hun herder, en de goede herders kennen al hun schapen bij hun naam.’

In Jesaja staat de belofte: ‘Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen.’

Als we deze kersttijd ergens aan denken of iets voelen, moet het zijn dat we van Hem zijn. Denk aan de woorden van Christus aan Petrus: ‘Weid mijn lammeren […] mijn schapen.’

‘Heden [is] voor u in de stad van David de Zaligmaker geboren; Hij is Christus, de Heere.’

‘Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven.’

Hij werd geboren om ieder van ons te verheffen. En als Hij er voor iemand is, is Hij er zeker voor u. ’t Is voor u dat Hij Hem zond.

Maar Jesaja waarschuwt ons ook: ‘Wij dwaalden allen als schapen.’ Misschien hebben wij ons allemaal weleens als een dwalend lammetje of verloren schaap gevoeld. Vanavond zeg ik dat wij allemaal gewonde lammetjes zijn die de goede Herder nodig hebben, en dat Hij ons in de armen van zijn liefde zal sluiten. Want in dit aardse leven zijn er dingen waarin we ons gebroken voelen, die we moeten herstellen.

En ik weet niet of er tijdens de week een moment is waarop ik de noodzaak van een Heiland sterker voel dan tijdens het avondmaal op zondag. Ik breng mijn gebroken hart en denk in deze ‘tijd van geestelijke hernieuwing’ na over de woorden en zinnebeelden. Maar soms bereik ik een dieptepunt waarop ik over de afgelopen week nadenk en besef dat ik over dezelfde zonden, dezelfde zwakheden als afgelopen zondag nadenk. En dan voel ik me oprecht verslagen of gebroken.

Kent u dat gevoel?

Ik vraag u vandaag iets nieuws te proberen. Als u zich in die heiligste minuten van uw week gebroken voelt, stel u dan voor dat Hij uw naam roept en ga naar Hem toe. Zie uw Heiland in uw gedachten, met zijn heldere gelaat en zijn armen naar u uitgestrekt, zeggend: ‘Ik wist dat je je zo zou voelen! Daarom ben ik naar de aarde gekomen en heb ik ervoor geleden.’ U hebt nú toegang tot zijn hulp en genade, niet aan het eind van de rit als u denkt dat u alles perfect voor elkaar hebt. Want wie denkt dat? Ik ken niemand die dat denkt.

Bedenk dat we naar de kerk gaan en van het avondmaal nemen om genezen te worden, maar ook om ons rein te voelen.

Toen ik jaren geleden in het jeugdwerk diende, vertelde ik een verhaal over iemand die pasgedoopt was. Ik wees erop dat deze vriend misschien wel een van de reinste kerkleden was. Toen ging op de voorste rij een hand omhoog en zei een oudere jongen: ‘Ik kan net zo rein zijn als hij, want ik ben gedoopt en ik neem van het avondmaal.’ Ik zei ongemakkelijk: ‘Ja, dat is wat ik bedoelde – wat hij zei.’

Beste vrienden, onthouden en aanvaarden we deze geweldige leerstelling oprecht? Als we ons best hebben gedaan om ons aan onze verbonden met God te houden – voortdurend terugkeren, verslag uitbrengen en ons bekeren – dan kunnen we dagelijks gereinigd worden. En door de avondmaalsverordening kunnen we ons net zo rein voelen als op de dag van onze doop.

Daardoor is de sabbatdag voor mij een rustdag. Het gaat niet alleen om lichamelijke rust, maar om rust van schuld en angst, van mijn tekortkomingen en zwakheden. Ten minste voor één dag!

Een van de tederste verhalen in de Schriften laat ons een glimp van deze rust zien. Toen de herrezen Heiland in het Boek van Mormon zijn ‘andere schapen’ op het Amerikaanse vasteland bezocht, en begreep wat de mensen nodig hadden zonder dat ze daarom hoefden te vragen, vroeg Hij iedereen die lichamelijk gebroken was – die lam, blind, doof of ‘op enigerlei wijze lijdende’ was – naar voren te komen.

Ik stel me in die rij mensen met overduidelijke lichamelijke kwalen voor. Maar ik zie in gedachten ook mensen als ikzelf en mijn dierbaren aanschuiven, die lijden op wijzen die misschien niet zichtbaar zijn. Hij vroeg de mensen die op enigerlei wijze lijdende waren naar voren te komen, ‘en Hij genas hen, ja, ieder van hen’.

Het is opvallend dat er niet staat dat Hij hun kwaal wegnam. Ik vind het verschil tussen genezen en het wegnemen van kwalen mooi. Als een kwaal wordt weggenomen, worden we teruggebracht naar een eerdere gezonde staat. En daar verlangen we toch naar? Maar genezing is iets anders. Als we genezen worden, behouden we de oude wond en komen we er anders uit.

Zelfs de Heiland van de wereld behield als herrezen persoon de wonden in zijn handen, voeten en zij – het bewijs dat Hij ons nooit vergeet en dat wij met zijn striemen worden genezen. En misschien hield de Heiland hen ook vast toen Hij ze genas, en gaf Hij ze een liefdevolle omhelzing.

Misschien voelt u zich vanavond gebroken en weet u niet zeker of u zo genezen zult worden. Maar klopt dat wel? Elke zondag tijdens het avondmaal verheft Hij u, slaat Hij zijn mantel om u heen en houdt Hij u in zijn armen vast.

Op die heilige kerstnacht verkondigde een engel het goede nieuws en grote blijdschap. ‘Hij die de grootste was, heeft Zichzelf tot de minste gemaakt – de hemelse Herder die het Lam is geworden.’ ‘Hij kwam om ons te zuiv’ren van de zonde en door zijn liefde heeft Hij ons bewaard.’ Ik denk dat de engel bedoelde: ‘Uw vriend, uw beste vriend is aangekomen. En als u wist hoezeer Hij op u heeft gelet, en hoezeer u naar Hem opkeek toen u eerder bij Hem woonde, als u begreep wat Hij voor u zal offeren en hoeveel Hij bereid is daarna te doen om u terug naar huis te brengen, zou u zich haasten om Hem in de kribbe te groeten.’

Ik getuig dat het Kindje in de kribbe, dat wij aanbidden en misschien zelfs in onze gedachten durven vast te houden, hiernaartoe kwam om dát allemaal te doen.

Ja, ’t Is voor u dat Hij Hem zond!

In de naam van Jezus Christus. Amen.

Noten

  1. ‘Infant Holy, Infant Lowly’, Gospel Library.

  2. Zie John R. Lasater, ‘Shepherds of Israel’, Ensign, mei 1988, 74.

  3. Jesaja 40:11.

  4. Johannes 21:15–17; cursivering toegevoegd.

  5. Lukas 2:11; cursivering toegevoegd.

  6. Jesaja 9:5; cursivering toegevoegd.

  7. Jesaja 53:6.

  8. Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 29.2.1.1, Evangeliebibliotheek; zie ook Patrick Kearon, ‘Welkom in de kerk van vreugde’, Liahona, november 2024, 37.

  9. 3 Nephi 15:17; zie ook Johannes 10:16.

  10. 3 Nephi 17:9.

  11. 3 Nephi 17:9.

  12. Bruce D. Porter, ‘O, laten wij aanbidden’, Liahona, december 2013, 18.

  13. ‘O Holy Night’, Recreational Songs (1949), 143.