Digitaal thema-artikel: jongvolwassenen
Toen ik het moeilijk had, vond ik troost in het seminarie en instituut
Sinds ik lid van de kerk ben geworden, volg ik het seminarie en instituut om mijn geloof te voeden en te versterken.
Ik leerde het herstelde evangelie kennen toen ik 11 was.
Mijn oudere broers waren op jongere leeftijd lid van de kerk geworden, maar gingen niet meer naar de kerk. Op een dag bezochten de zendelingen mijn oudere broer en nodigden hem uit om terug te komen. Dat deed hij, en daardoor kwam ik uiteindelijk ook naar de kerk, nam het evangelie aan en liet me dopen.
De daaropvolgende jaren waren om verschillende redenen moeilijk. Ik kwam in aanraking met vele paden die in strijd waren met de leringen van het evangelie. Hoewel mijn ouders ons steunden in ons kerkbezoek, waren ze geen lid van de kerk en hadden ze niet dezelfde normen. Ik had thuis dus geen fundament voor geestelijke groei.
In die tijd hebben het seminarie en de contacten met mijn jeugdleiders me echt geholpen om door moeilijke tijden heen te komen en toegewijd aan het evangelie te blijven. Ik ben geestelijk gegroeid dankzij de inspanningen van leerkrachten en andere leden van de kerk die mij liefhadden en zich om mijn groei bekommerden.
Uiteindelijk ging ik op zending, aangemoedigd door mijn jongemannenpresident en andere leiders. Die twee jaar waren een enorme zegen voor mij en mijn getuigenis. Ik bracht alles wat ik in het seminarie had geleerd in praktijk en vertelde veel mensen over het evangelie.
Maar toen ik weer thuis was, kreeg ik met zware beproevingen te maken.
Thuiskomen en leren vertrouwen
Het kan moeilijk zijn om na een zending je geloof, getuigenis en spiritualiteit te behouden. Maar wat mij heeft geholpen om na mijn zending standvastig te blijven, was het instituut.
Ik stelde een doel om elke week het instituut bij te wonen, en die beslissing was enorm belangrijk.
Ik was ook op zoek naar een baan, maar niets lukte. De angst om werkloos te zijn vrat aan me, en op een gegeven moment nodigde een vriend mij uit om bij hem te komen werken. Die baan hield in dat ik met de alcoholinventaris en op zaterdagavond moest werken – dezelfde avond als het instituut. Ik aarzelde om die baan aan te nemen.
Ik wees het aanbod af, maar mijn vriend bleef me vragen om bij hem te komen werken. Ik had bijna geen geld meer en zijn aanbod was het enige dat ik had. Dus overwoog ik om de baan aan te nemen.
Ik besloot mijn hemelse Vader te vragen wat ik moest doen. Ik voelde de Geest tot me getuigen dat mijn getuigenis waarschijnlijk zou verzwakken als ik niet naar het instituut ging. Ik voelde de bevestiging van de Geest dat ik de baan niet moest aannemen en sloeg het aanbod van mijn vriend opnieuw af.
Ik wist niet wat ik zou doen als ik niet snel een baan zou vinden, maar ik vertrouwde op het pad dat ik van mijn hemelse Vader moest volgen.
De week daarop hoorde ik in het instituut over een vacature als zelfredzaamheidscoördinator. Ik solliciteerde en kreeg de baan. Ik weet dat de Heer die kans op mijn pad heeft gebracht.
Waar ik troost en kracht heb gevonden
De ervaringen die ik tijdens het seminarie en instituut heb gehad, hebben mijn geloof in Jezus Christus versterkt en mijn leven veranderd, net zoals president Russell M. Nelson de jongeren en jongvolwassenen van de kerk heeft beloofd: ‘Wat zal je dan helpen om zo’n toegewijde discipel van Jezus Christus te worden? Eén antwoord is het seminarie en instituut – niet alleen door lessen bij te wonen, maar er actief aan deel te nemen, en trouw alle opdrachten uit te voeren.’
Het leven is nog steeds niet makkelijk nu ik een baan heb gevonden. Maar ik zorg ervoor dat de Heer mijn prioriteit is en dat ik naar de kerk ga, me vasthoud aan het Boek van Mormon, mijn roeping grootmaak, aan het avondmaal deelneem en het instituut bijwoon. Daardoor vind ik troost, zelfs als mijn leven ingewikkeld is. Ik ben zo dankbaar voor alle hulpmiddelen die het evangelie van Jezus Christus ons biedt!
Ik hoop dat jij door het instituut ook troost en hoop in de Heiland kunt vinden.