Esther: Les 96
Test je kennis 6
1 Koningen 17–Esther
Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.
Als je je geestelijke leercurve overdenkt en toetst, kun je dichter tot je hemelse Vader en Jezus Christus komen. In deze les kun je nadenken over de doelen die je hebt gesteld en de groei die je bij je studie van 1 Koningen 17–Esther hebt doorgemaakt.
Terugkijken op de Schriftteksten
Bedenk hoe groot je nu bent in vergelijking met toen je een klein kind was. Een verandering in lengte wordt niet dagelijks waargenomen, maar in de loop van de tijd. Zo merk je ook je geestelijke groei meestal als je je leven na verloop van tijd evalueert. Je kunt bijvoorbeeld een sterker verlangen hebben om goed te doen (zie Mosiah 5:2) of anderen liefdevoller te behandelen. Misschien wil je ook consequenter worden in je gebeden en Schriftstudie.
Overdenk wat je de afgelopen weken hebt geleerd en eventuele geestelijke ingevingen die je hebt ontvangen. Neem je notitieblok en de Schriftteksten door die je hebt gelezen of van een notitie hebt voorzien.
Beantwoord de volgende vragen in je notitieblok:
-
Wat heb je tijdens je studie van het Oude Testament geleerd of gevoeld?
-
Hoe hebben de waarheden die je hebt geleerd en toegepast je geholpen om Jezus Christus te volgen?
Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties.
Optie A
Wat gaf Esther moed?
Neem de volgende uitspraken door. Het zijn voorbeelden van zegeningen die de Heer uitstortte op mensen die voor kracht en bevrijding op Hem vertrouwden.
-
David: ‘U komt naar mij toe met een zwaard, met een speer en met een werpspies, maar ik kom naar u toe in de Naam van de Heere van de legermachten, de God van de gelederen van Israël’ (1 Samuel 17:45).
-
Elisa: ‘Wees niet bevreesd, want die bij ons zijn, zijn méér dan die bij hen zijn’ (2 Koningen 6:16).
-
Hizkia: ‘Wees sterk en moedig […] want met ons is er meer dan met hem. Met hem is een vleselijke arm, maar met ons is de Heere, onze God, om ons te helpen en onze oorlogen te voeren’ (2 Kronieken 32:7–8).
-
Esther: ‘Ook ikzelf zal zo vasten, samen met mijn dienaressen, en dan zal ik naar de koning gaan, wat niet overeenkomstig de wet is. Als ik dan omkom, dan kom ik om’ (Esther 4:16).
Beantwoord de volgende vragen in je notitieblok:
-
Hoe ben je geïnspireerd door de manier waarop de Heer een of meer van deze personen heeft gezegend?
-
Wat heb je onlangs meegemaakt waardoor je een groter verlangen hebt gekregen om voor kracht en bevrijding op onze hemelse Vader en Jezus Christus te vertrouwen?
Optie B
Hoe kan ik steeds meer een discipel van Jezus Christus worden?
Je hebt de afgelopen lessen kansen gehad om je discipelschap van Jezus Christus en zijn evangelie te verdiepen. Dit is een lijst met lessen waarin je mogelijk doelen hebt gesteld om je discipelschap te verdiepen:
-
Les 81 (1 Koningen 17) – met meer geloof in Jezus Christus handelen door de woorden van zijn profeten te volgen
-
Les 84 (2 Koningen 5) – de kleine en eenvoudige dingen doen die de Heer van ons vraagt
-
Les 87 (2 Koningen 21–23) – je door persoonlijke Schriftstudie tot de Heer wenden
-
Les 90 (2 Kronieken 14–16) – een plan opstellen om de Heer te zoeken
-
Les 93 (Nehemia) – je blijven concentreren op het werk dat je hemelse Vader je heeft gegeven
-
Les 95 (Esther) – moedig de wil van de Heer doen
Denk na over de ingevingen die de Heilige Geest je de afgelopen weken heeft gegeven. Die ingevingen kun je onder verschillende omstandigheden hebben gekregen, zoals thuis, in de kerk of in het seminarie. Bekijk wat je in je notitieblok hebt genoteerd voor de vermelde lessen. Let op ingevingen die je hebt ontvangen om iets te doen. Kies een of twee ingevingen en bedenk waar jij je in het volgende schema bevindt.
Besluit wat je concreet kunt doen om je ingeving om te handelen naar de volgende stap in het schema door te zetten. Deel je plan met iemand die je vertrouwt als het niet te persoonlijk is.
Vertel wat je geleerd hebt
Lesdoel: Je laten nadenken over de doelen die je hebt gesteld, en de groei die je bij je studie van 1 Koningen 17–Esther hebt doorgemaakt.
Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:
-
Je antwoorden bij optie A
-
Je plan bij optie B