Job, Gary L. Kapp
Job 1–3; 12–14; 19; 21–24; 38–40; 42: Les 97
Job 1–3; 12–13
‘Zou ik niet hopen?’
Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.
Heb je het weleens lastig gevonden om in moeilijke tijden je geloof te behouden? Kijk eens naar Job. Hij had alles: rijkdom, een gezin en een goede gezondheid. Onverwacht verloor hij alles. Ondanks deze beproevingen verloor Job nooit zijn vertrouwen in Jezus Christus. Deze les kan je helpen een sterker verlangen te ontwikkelen om in tijden van beproeving op de Heer te vertrouwen.
Schriftuurlijke boeken. De volgende vijf boeken van het Oude Testament (Job–Hooglied) worden poëzie of wijsheidsliteratuur genoemd. Ze zijn geschreven in poëtische vorm. Net als andere Schriftuur wijzen deze boeken ons op Jezus Christus en helpen ze ons om Hem te volgen. (NB Joseph Smith heeft gezegd dat Hooglied ‘geen geïnspireerde Schriftuur’ is [zie Joseph Smith Translation, note on Song of Solomon].)
De Schriften bestuderen
Hoe kun je een sterker verlangen ontwikkelen om in tijden van beproeving op de Heer te vertrouwen? Bekijk ‘Mountains to Climb’ (5:05). Ga na hoe je in tijden van beproeving meer op de Heer kunt vertrouwen.
Bedenk op een schaal van 1–5 (1 is helemaal niet van toepassing en 5 is zeer van toepassing) in hoeverre de volgende uitspraken op jou van toepassing zijn:
-
Ik ga goed met beproevingen om.
-
Ik vind kracht in mijn hemelse Vader en Jezus Christus als ik beproefd word.
Sta ervoor open om iets over je hemelse Vader en Jezus Christus te voelen of leren waarmee je met meer vertrouwen in Hen je beproevingen kunt doorstaan.
Lees Job 1:1–3. Markeer alles wat je over Job te weten komt. (NB Het woord vroom betekent ‘vol ijver in het geloof’.)
Het is belangrijk om te begrijpen dat Job echt bestond (zie Leer en Verbonden 121:10), maar dat zijn leven hier en daar op een poëtische manier wordt beschreven. Aan het begin van het verhaal van Job hebben de Heer en Satan bijvoorbeeld twee gesprekken. Dit zijn geen echte interacties tussen de Heer en Satan, maar ze illustreren de rol van Satan als onze tegenstander of vijand. Ze kunnen een poëtische manier zijn om de lezer voor te bereiden op het vervolg van Jobs leven: zijn beproevingen, verleidingen en verlies van wereldse bezittingen.
Lees Job 1:6–12. Bedenk welke bewering Satan over Jobs rechtschapenheid deed en wat hij wilde dat er met Job zou gebeuren.
Maak gebruik van de volgende tabel. Markeer wat Job overkwam in een kleur en hoe hij reageerde in een andere kleur.
|
Wat overkwam Job? |
Hoe ging Job daarmee om? |
|---|---|
Wat overkwam Job? Lees Job 1:13–19; 2:7 | Hoe ging Job daarmee om? Lees Job 1:20–22; 2:9–10; 13:15; 23:10 |
Beantwoord de volgende vragen in je notitieblok:
-
Wat valt je op aan Jobs reactie?
-
Wat zou Job over God hebben begrepen waardoor hij er op die manier mee kon omgaan?
We kunnen van Jobs voorbeeld leren dat we ervoor kunnen kiezen om in tijden van beproeving op God te vertrouwen. Maak een notitie naast Job 13:15 en noteer deze waarheid.
Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties.
Optie A
Welke andere personen uit de Schriften leerden om op God te vertrouwen?
Ouderling Dale G. Renlund van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd:
De Heiland heeft de macht om alles goed te maken, en Hij verlangt ernaar om dat te doen. Hij houdt ervan om zelfs gebroken harten blijvend te genezen (zie Psalmen 147:3). De ultieme les van het boek Job is dat ieder van ons ervoor kan kiezen om op God en zijn plan te vertrouwen, wat er ook gebeurt. (‘Vertrouw op God en laat Hem zegevieren’, Liahona, augustus 2022, 7.)
Daniël legt Nebukadnezars droom uit, Grant Romney Clawson
Een manier om een sterker verlangen te ontwikkelen om op God te vertrouwen, is door te leren van voorbeelden in de Schriften. Volg de genoemde stappen om meer te weten te komen over anderen die tijdens een beproeving op God vertrouwden. Als je hulp nodig hebt bij de eerste stap, kun je het volgende voorbeeld gebruiken:
-
Daniël 2:19–23: Daniël krijgt te horen dat koning Nebukadnezar heeft geboden alle wijzen in het koninkrijk (onder wie Daniël) te laten doden als niemand zijn droom kan uitleggen.
-
Zoek een voorbeeld in de Schriften waarin iemand op God vertrouwde om een beproeving te doorstaan.
-
Markeer woorden of zinsneden die verklaren waarom deze persoon op God vertrouwde.
-
Noteer in je notitieblok hoe het voorbeeld en de dingen die je hebt gemarkeerd je vertrouwen in God kunnen vergroten.
Optie B
Hoe kan ik anderen troosten?
Denk aan Jobs vrienden die hem troostten. Hoewel ze Job uiteindelijk van zonde beschuldigden, kwamen zijn vrienden eerst om met Job te treuren en hem te troosten.
Lees Job 2:11–13 en let op zinsneden over Jobs vrienden die indruk op je maken. Tag de zinsneden die je vindt met ‘vriendschap’.
Maak een kruisverwijzing aan tussen deze verzen en Mosiah 18:8–10, en let daarbij op toepasselijke raad in het Boek van Mormon.
Ouderling John A. McCune van de Zeventig heeft gezegd:
Als volgelingen van Christus worden we niet van beproevingen en tegenspoed gevrijwaard. We moeten vaak moeilijke dingen doen die in ons eentje overweldigend en misschien onmogelijk zouden zijn. Als we de uitnodiging van de Heiland om tot Hem te komen [zie Mattheüs 11:28] aanvaarden, dan geeft Hij ons […] de nodige steun, troost en gemoedsrust. […] Zelfs in onze zwaarste beproevingen kunnen we zijn liefde als een warme mantel om ons heen voelen doordat we Hem vertrouwen en zijn wil aanvaarden. We kunnen de vreugde voelen die voor zijn trouwe volgelingen is weggelegd, want Christus is vreugde. [Zie Russell M. Nelson, ‘Vreugde en geestelijk overleven’, Liahona, november 2016, 82.] (‘Kom tot Christus – leef als een heilige der laatste dagen’, Liahona, mei 2020, 36.)
Denk aan iemand die mogelijk je aandacht nodig heeft. Noteer in je notitieblok de naam van deze persoon en wat je kunt doen om hem of haar te helpen of troosten.
Geef je mening
Lesdoel: Je helpen een sterker verlangen te ontwikkelen om in tijden van beproeving op de Heer te vertrouwen.
Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:
-
Het voorbeeld uit de Schriften dat je hebt bestudeerd en hoe dat voorbeeld je kan helpen om op God te vertrouwen
-
Wat je hebt opgeschreven om iemand te helpen of te troosten (houd specifieke personen anoniem)
-
Iets wat je hebt gedaan om het doel van deze les te bereiken
-
Welke vragen deze les bij je heeft opgeroepen. Hoe ga je antwoorden op je vragen vinden?