Seminarie
Les 55: Test je kennis 3: Exodus en Leviticus


‘Exodus 35–40; Leviticus 1; 4; 16; 19: Les 55: Test je kennis 3: Exodus en Leviticus’, Oude Testament – materiaal voor de seminariecursist (2026)

nadenkende jongeman

Exodus 35–40; Leviticus 1; 4; 16; 19: Les 55

Test je kennis 3

Exodus en Leviticus

Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.

Door je geestelijke studie te overdenken en te testen, kun je dichter tot de Heiland naderen. In deze les kun je nadenken over de doelen die je hebt gesteld en de groei die je dankzij je studie van het Oude Testament hebt doorgemaakt.

Terugkijken op de Schriftteksten

omtrektekening vergelijkingspoppetjes

Teken op een lijn in je notitieblok drie mensen of poppetjes, zoals in de afbeelding hierboven. De figuurtjes stellen drie verschillende versies van jezelf voor. De tijdlijn stelt je leven voor. Schrijf onder de poppetjes: verleden, heden en toekomst.

Ouderling J. Devn Cornish van de Zeventig heeft een vergelijking beschreven waarmee we onze geestelijke groei kunnen vaststellen:

Ouderling J. Devn Cornish

Als we dan toch moeten vergelijken, laten we ons dan vergelijken met wie we in het verleden waren – en zelfs met wie we willen worden. (‘Ben ik goed genoeg? Ga ik het halen?’, Liahona, november 2016, 33.)

notitieblok (pictogram)Bedenk hoe je door je studie van het Oude Testament je band met God hebt versterkt en kunt blijven versterken. Beantwoord daarvoor in je notitieblok de volgende vragen:

  • Wat ben je door je studie van het Oude Testament over onze hemelse Vader en Jezus Christus te weten gekomen dat je band met Hen heeft versterkt?

  • Wat kun je doen om je band met je hemelse Vader en Jezus Christus te versterken bij je verdere studie van het Oude Testament?

notitieblok (pictogram)Bedenk in welke opzichten je nu anders bent dan vroeger. Schrijf onder het poppetje verleden woorden die beschrijven hoe je vroeger was. Schrijf onder het poppetje heden woorden die beschrijven hoe je nu bent. Bedenk vervolgens wat je hoopt te worden als je het Oude Testament hebt bestudeerd. Schrijf onder het poppetje toekomst woorden die beschrijven hoe je wilt zijn. Waarom helpt het om over groei na te denken of ernaar te streven?

Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties.

Optie A

Welke rol spelen profeten van de Heer?

Henoch, Noach en Mozes

notitieblok (pictogram)Bestudeer (enkele van) de volgende Schriftteksten om de verschillende rollen van de profeten van de Heer door te nemen. Maak in je notitieblok een lijst van de rollen of taken die de Heer zijn profeten geeft. Bedenk bij je studie waarom het belangrijk is om die rollen te begrijpen.

notitieblok (pictogram)Oefen het uitleggen van de verschillende rollen van profeten en de manieren waarop ze ons met onze hemelse Vader en Jezus Christus verbinden. Kies een van de vijf onderstaande activiteiten om in je notitieblok te doen:

  1. Leg de rol van de profeten van de Heer uit aan een jeugdwerkklas van 7-jarigen.

  2. Leg de rol van de profeten van de Heer uit aan een leeftijdsgenoot die niet weet wat een profeet is.

  3. Schrijf iets over profeten voor opname in de Gids bij de Schriften.

  4. Schrijf een functieomschrijving voor een profeet.

  5. Maak een mindmap. Teken in het midden van een pagina een cirkel en schrijf er Profeten in. Teken om die cirkel heen andere cirkels en noteer in elke cirkel een rol van profeten of een reden dat profeten belangrijk zijn. Trek lijnen van de hoofdcirkel naar elk van deze cirkels.

Optie B

Hoe kan ik voor hulp en leiding op de Heer vertrouwen?

Brood

Bedenk wat je geleerd hebt over op de Heer vertrouwen voor kracht en bevrijding. Wat weet je nog van het manna dat de Heer aan de Israëlieten schonk? Neem de volgende quiz met waar of niet waar door (uit ‘Les 47: Exodus 16’) om je geheugen op te frissen.

Lees de volgende uitspraken over manna. Neem Exodus 16:14–31, 35 door en stel vast of deze beweringen waar of niet waar zijn. Controleer je antwoorden in de verzen naast elke uitspraak. Bedenk wat je uit deze details over vertrouwen op Jezus Christus kunt leren.

  1. Er was genoeg manna voor iedereen (zie vers 16–18).

  2. De Israëlieten mochten zoveel manna bewaren als ze wilden (zie vers 19–20).

  3. Als het manna niet vroeg genoeg op de dag werd verzameld, liet de zon het smelten (zie vers 21).

  4. Er kwam elke dag van de week manna (zie vers 25–27).

  5. Manna smaakte als honingkoek (zie vers 31).

  6. De Heer gaf de Israëlieten vijftig jaar lang manna te eten (zie vers 35).

notitieblok (pictogram)Beantwoord de volgende vragen in je notitieblok:

  • Hoe zou jij je huidige verlangen om dagelijks op de Heer te vertrouwen vergelijken met hoe je je een paar weken geleden voelde?

  • Als het is verbeterd, wat zou dan aan die verandering hebben bijgedragen?

  • Als er geen verbetering is, wat zou je dan anders kunnen doen?

Vertel wat je geleerd hebt

Lesdoel: Je laten nadenken over de doelen die je hebt gesteld en de groei die je bij je studie van het Oude Testament hebt doorgemaakt.

delen (pictogram)Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:

  • De activiteit die je hebt gedaan om de rol van de profeten van de Heer uit te leggen.

  • De vooruitgang die je hebt gemaakt door voor kracht en bevrijding op de Heer te vertrouwen.