‘Les 56: Numeri 11–14: Geloof boven angst verkiezen’, Oude Testament – materiaal voor de seminariecursist (2026)
Numeri 11–14; 20–24; 27: Les 56
Numeri 11–14
Geloof boven angst verkiezen
Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.
Soms is het moeilijk om voorwaarts te gaan met geloof in plaats van angst. De Israëlieten stonden voor die uitdaging. Nadat ze door de woestijn waren getrokken, leidde de Heer de Israëlieten naar de grens van het beloofde land. De Heer droeg Mozes op om twaalf mannen het land in te sturen en verslag van het land en zijn bewoners uit te brengen. Tien van de twaalf waren bang om het beloofde land te veroveren, maar Kaleb en Jozua geloofden dat de Heer ze zou helpen. In deze les leer je hoe je jouw moeilijkheden met meer geloof in Jezus Christus tegemoet kunt zien.
De Schriften bestuderen
Hoe voel jij je als je aan de volgende dingen denkt?
-
Een belangrijke toets of opdracht op school
-
Bekering
-
De toekomst
-
Het evangelie delen
Is er een manier om met geloof naar situaties te kijken, zelfs als ze eng lijken? Hoe zou jij dat doen?
Blijf deze vragen bij je studie van vandaag overdenken. Nodig de Heilige Geest uit bij je leerproces en bedenk hoe je met meer geloof in Jezus Christus met je moeilijkheden kunt omgaan.
Nadat de Israëlieten door de woestijn waren getrokken, bracht de Heer hen naar de grens van het beloofde land. Dat was het land Kanaän. De Heer zei dat ze het land moesten veroveren. De Heer droeg Mozes op om uit elk van de twaalf stammen één lid te kiezen. Deze mannen kregen het gebod om het land te onderzoeken en verslag uit te brengen van hun bevindingen. Toen ze het land hadden onderzocht, keerden de twaalf mannen terug. Ze brachten verslag uit en lieten de vruchten van het land zien (zie Numeri 13:1–25). Hoewel deze mannen soortgelijke dingen zagen, hadden ze verschillende meningen over alles wat ze zagen.
Lees Numeri 13:25–32; 14:1–9. Markeer op twee verschillende manieren uitingen van angst en geloof van de mensen in het verhaal. (NB In de tijd van het Oude Testament scheurden rouwende mensen hun kleren.)
Waar concentreerden deze verschillende mensen zich op? Wat voor invloed had dat op hun geloof of angst? Wat voor ervaringen hadden de Israëlieten gehad waarbij ze ervoor hadden gekozen om op de Heer te vertrouwen?
Ouderling Kevin R. Duncan van de Zeventig heeft uitgelegd wat we uit de ervaring van de Israëlieten in Numeri 13–14 kunnen leren:
Net als de kinderen van Israël hebben we met ernstige moeilijkheden te maken. […] Het is niet verkeerd om die moeilijkheden in te zien. Maar het is belangrijk ze met geloof tegemoet te treden. […]
Iedere uitdaging waar we mee te maken krijgen, is een kans om, net als Jozua en Kaleb, op de Heer te vertrouwen. ‘Kom tegen de Heere niet in opstand, en […] wees niet bevreesd’ (Numeri 14:9) was een goede raad voor de kinderen van Israël en is nog steeds een goede raad voor ons allemaal. (‘Kom niet in opstand, en wees niet bevreesd’, Liahona, april 2022, 47.)
Beantwoord een of meer van de volgende vragen in je notitieblok.
-
Wat betekent het om in moeilijke tijden met geloof in onze hemelse Vader en Jezus Christus te handelen?
-
Hoe weerhouden opstandigheid en angst ons ervan om vooruitgang te maken?
Ondanks de vele wonderen die de Heer had verricht en het getuigenis van Kaleb en Jozua, bleven de Israëlieten morren. Daarom verklaarde de Heer dat het overgrote deel van de volwassen Israëlieten wegens hun gemor en twijfel het beloofde land niet zou ingaan (zie Numeri 14:26–39). Vanwege hun geloof in Jezus Christus kregen Jozua en Kaleb te horen dat ze op een dag het beloofde land zouden binnengaan.
Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties.
Optie A
Wat weet ik over God waardoor ik moeilijkheden met geloof het hoofd kan bieden?
De kennis die Jozua en Kaleb van de Heer hadden, moet hun geloof hebben versterkt dat alles wat Hij van hen verlangde, mogelijk zou zijn.
Lees minstens twee van de volgende passages. Tag elke passage met ‘geloof’. Let op hoe God jou wil helpen.
-
Mattheüs 19:26
-
Filippenzen 4:13
Noteer in je notitieblok dingen die je over je hemelse Vader en Jezus Christus weet die je het vertrouwen geven dat Ze je door moeilijke omstandigheden heen zullen helpen.
Schrijf eventueel op een apart vel papier een Schrifttekst op die je hebt gelezen. Of stel een verklaring op die vertrouwen in de Heer wekt. Leg het blaadje ergens waar je het vaak ziet.
Optie B
Hoe kan Jezus Christus mij helpen mijn angsten en zorgen met geloof onder ogen te zien?
Net als de kinderen van Israël zul jij met obstakels te maken krijgen die je angst inboezemen. Dit overkomt iedereen. Maar je kunt ervoor kiezen om geloof in de Heer te oefenen. Neem een paar minuten de tijd om te oefenen hoe je tegen moeilijke situaties aankijkt en een op angst gebaseerde uitspraak door een op geloof gebaseerde uitspraak vervangt.
Hier is een voorbeeld:
-
Moeilijkheid: Tanner is bang om in het openbaar te spreken.
-
Uitspraak uit angst: ‘Ik kan niet spreken voor anderen omdat ik altijd zenuwachtig word en over mijn woorden struikel.’
-
Uitspraak uit geloof: ‘Ik vind het moeilijk om in het openbaar te spreken, maar ik geloof dat de Heer me daarvoor de moed en kracht kan geven.’
Let erop hoe de Heer erbij betrekken tot geloof kan inspireren.
Noteer in je notitieblokje twee of drie moeilijkheden waar jij mee te maken hebt. Schrijf voor elke moeilijkheid een op angst gebaseerde uitspraak en een op geloof gebaseerde uitspraak. Vermeld de Heer in de op geloof gebaseerde uitspraak.
Geef je mening
Lesdoel: Je helpen om met geloof in Jezus Christus tegen je moeilijkheden aan te kijken.
Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:
-
Jouw lijst met weetjes over je hemelse Vader en Jezus Christus die je vertrouwen in Hen geven.
-
Een paar van de moeilijkheden die je hebt geïdentificeerd en de op angst en geloof gebaseerde uitspraken die je hebt opgeschreven.
-
Iets wat je hebt gedaan om het doel van deze les te bereiken.
-
Welke vragen deze les bij je heeft opgeroepen. Hoe ga je antwoorden op je vragen vinden?