‘Psalmen 51: “Reinig mij van mijn zonde”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Psalmen 51: “Reinig mij van mijn zonde”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Psalmen 49–51; 61–66; 69–72; 77–78; 85–86: Les 104
Psalmen 51
‘Reinig mij van mijn zonde’
David schreef een psalm waarin hij zijn verlangen uitte om vergeving van zijn zonden te ontvangen. Hij liet zien dat hij zich oprecht wilde bekeren. Deze les kan de cursisten duidelijk maken dat de Heiland ze rein kan maken als ze zich bekeren.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten zich de volgende situatie inbeelden. Stel je voor dat een vriend(in) zegt dat hij of zij weet dat hij of zij zich moet bekeren, maar zich afvraagt hoe. Wat wil je hem of haar duidelijk maken over bekering en de rol van de Heiland bij het overwinnen van zonde?
Mogelijke leeractiviteiten
Bekering
De volgende activiteit biedt de cursisten de gelegenheid om na te denken over hun begrip van bekering. U kunt de instructies tonen.
Stel je voor dat je in de uitgave van Voor de kracht van de jeugd van deze maand de volgende anonieme vraag van een jongere leest:
‘Ik heb onlangs een aantal heel ernstige zonden begaan waar ik me heel slecht over voel. Ik weet niet goed hoe ik me moet bekeren. Eerlijk gezegd vraag ik me zelfs af of het niet te laat is om me te bekeren. Kan iemand me helpen?’
Bedenk wat je over bekering weet en noteer in je studiedagboek wat je vindt dat hij of zij moet weten of begrijpen.
Bij het lezen van de anonieme vraag en het noteren van hun antwoorden, bedenken de cursisten mogelijk nog andere vragen. Laat ze eventuele andere vragen over bekering opschrijven. Maak ze duidelijk dat ze tijdens de les de kans krijgen om meer over bekering te leren. Getuig dat de Geest ze antwoord kan geven op hun vragen over bekering als ze zowel in de les als daarbuiten onder gebed naar antwoorden zoeken.
Oprechte bekering
Vraag de cursisten wat ze over koning David weten. U kunt ze vragen welke geweldige dingen hij heeft gedaan, maar ook welke zonden hij heeft begaan. Bespreek de volgende context met de cursisten als ze die niet zelf in hun samenvatting noemen.
David maakte zich ‘schuldig aan ernstige overtredingen, maar […] hij [was] wél in staat tot ware boetvaardigheid, waardoor hij vergeving kan krijgen, behalve voor de moord op Uria’. (Gids bij de Schriften, ‘David’; zie ook Leer en Verbonden 42:18.) In Psalmen 51 schreef David een psalm voor God waarin hij zijn gevoelens van berouw over zijn zonde met Bathseba uitte (zie 2 Samuel 11–12). Uit Davids nederigheid, en zijn oprechte verlangen naar Gods genade en aanvaarding, blijkt dat hij zich echt wilde bekeren.
De cursisten kunnen psalm 51 eerst zelfstandig bestuderen en nagaan wat ze over bekering te weten komen. Geef ze vervolgens een gelegenheid om te vertellen wat ze hebben ontdekt en geleerd. Hier volgen enkele instructies die u aan de cursisten kunt tonen. U kunt deze instructies aanpassen om beter aan de behoeften en capaciteiten van uw cursisten tegemoet te komen.
Bestudeer Psalmen 51:1–21 en ga na wat we uit de psalm van David kunnen leren over (1) God of (2) bekering. Markeer je bevindingen.
Zoek drie zinsneden op die je gemarkeerd hebt en doe een van de volgende dingen:
-
Schrijf een lering over God of bekering op die je in de zinsnede vindt.
-
Zoek een verwijzing op die je begrip van de zinsnede bevestigt of verdiept.
-
Zoek een citaat van een kerkleider op dat je begrip kan vergroten.
-
Schrijf een vraag over de zinsnede op.
U kunt de cursisten voorbereiden om iets te vertellen door 3–21 op het bord te zetten. Laat de cursisten hun naam naast de versnummers schrijven zodat ze een kruisverwijzing, citaat of vraag over een zinsnede in dat vers kunnen delen. Als ze dat gedaan hebben, kunt u de cursisten vragen om iets te delen. U kunt de leringen die de cursisten noemen eventueel op het bord zetten.
Hieronder vindt u content die u in de bespreking kunt opnemen. De Schriftteksten en citaten zijn gerangschikt op versgroepen en vetgedrukte waarheden. Probeer gehoor te geven aan de ingevingen van de Geest over wat je moet vertellen of vragen.
Psalmen 51:3–4, 9, 11: God heeft de macht om mij van mijn zonden te reinigen.
Jesaja 1:18
President Jeffrey R. Holland van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft gezegd:
Hoeveel fouten u ook denkt gemaakt te hebben, […] of hoever u ook denkt weg te zijn van huis, familie en God, ik getuig tot u dat u niet buiten het bereik van de goddelijke liefde bent. Het is voor u niet mogelijk om verder in de duisternis weg te kruipen dan het oneindige licht van Christus’ verzoening kan schijnen. (‘De arbeiders in de wijngaard’ Liahona, mei 2012, 33.)
Psalmen 51:5–6: Onze zonde voor God erkennen is noodzakelijk voor onze bekering.
In het Algemeen handboek staat:
Bekering vergt dat zonden aan de Heer worden beleden. […]
Een kerklid dat een ernstige zonde begaat, belijdt die als onderdeel van zijn bekering ook aan zijn bisschop of ringpresident. Daarna kan die zijn sleutels van het evangelie van bekering voor dat lid aanwenden (zie Leer en Verbonden 13:1; 84:26–27; 107:18, 20). Daardoor zal het lid, dankzij de kracht van Jezus’ verzoening, genezen en op het verbondspad terugkeren. […]
Een vrijwillige zondebelijdenis laat zien dat iemand zich verlangt te bekeren. (Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 32.4.1, Evangeliebibliotheek.)
Psalmen 51:12–14: Als we ons bekeren, kan God ons helpen veranderen, vreugde voelen en de Heilige Geest bij ons hebben.
President Russell M. Nelson heeft gezegd:
Als we ons willen bekeren, moeten we veranderen! We staan de Heiland toe om ons in de beste versie van onszelf te veranderen. We kiezen voor geestelijke groei en vreugde – de vreugde van verlossing in Hem. Besluiten we om ons te bekeren, dan besluiten we om meer zoals Jezus Christus te worden! (‘We kunnen meer doen om een beter mens te worden’, Liahona, mei 2019, 67.)
Psalmen 51:18–19: Ik moet een gebroken en verslagen hart en geest hebben om me oprecht voor God te bekeren.
Ouderling Neil L. Andersen van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft uitgelegd:
Een gebroken hart hebben, betekent nederig, berouwvol en zachtmoedig zijn, ontvankelijk voor de wil van God. Een verslagen geest legt zijn of haar eigenbelang in de handen van God, in de overtuiging dat wij door zijn wil, en niet de onze, zullen worden wie we moeten worden. (The Divine Gift of Forgiveness [2019], 153.)
Bekering uitleggen
Laat de cursisten stilstaan bij wat ze vandaag in de les hebben geleerd, zodat ze kunnen laten zien dat ze begrijpen wat oprechte bekering en de rol van de Heiland daarin inhoudt.
Kijk nog eens naar wat je aan het begin van de les over de vraag in het tijdschrift Voor de kracht van de jeugd hebt opgeschreven. Voeg naar aanleiding van wat je vandaag over oprechte bekering hebt geleerd twee of drie zinnen aan dat antwoord toe.
U kunt enkele bereidwillige cursisten vragen hoe ze die vraag zouden beantwoorden. Moedig de cursisten aan om hun boodschap met een vriend(in) of familielid te delen als dat hen tot zegen zou zijn.
U kunt de les afsluiten door de cursisten aan te sporen zich door bekering tot de Heiland te wenden en te getuigen van zijn macht om ons rein te maken als we ons bekeren.