Seminarie
Oefening kerkleerbeheersing 5: Schriftteksten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen


‘Oefening kerkleerbeheersing 5: Schriftteksten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)

‘Oefening kerkleerbeheersing 5: Schriftteksten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht

1 Samuel 17–18; 24–26; 2 Samuel 5–7: Les 76

Oefening kerkleerbeheersing 5

Schriftteksten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen

Kerkleerbeheersing helpt cursisten om hun fundament op Jezus Christus en zijn evangelie te bouwen. In deze les krijgen de cursisten de kans om de kerngedachten in Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd te leren en de goddelijke beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toe te passen.

Voorbereiding van de cursist: Vraag de cursisten om een Schrifttekst kerkleerbeheersing te kiezen en die uit het hoofd te leren. De app Kerkleerbeheersing kan daarbij nuttig zijn. In het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023) staat een lijst met de Schriftteksten.

Mogelijke leeractiviteiten

Herhaling kerkleerbeheersing: uit het hoofd leren

Maak de cursisten aan het begin van de les duidelijk hoe waardevol het is om Schriftteksten kerkleerbeheersing en kerngedachten uit het hoofd te leren. U kunt dit onder andere doen door de volgende vragen te stellen.

  • Wat is het eerste dat je ooit uit het hoofd hebt geleerd? Ken je het nog steeds?

  • Heb je weleens een Schrifttekst uit het hoofd geleerd? Wat had je eraan om die uit het hoofd te leren?

  • Weet je wanneer de Heiland uit het hoofd geleerde Schriftteksten gebruikte?

Herinner de cursisten er zo nodig aan dat Jezus Christus in verschillende omstandigheden Schriftteksten citeerde, bijvoorbeeld toen Hij door Satan werd verzocht (zie Mattheüs 4:4, 7, 12), toen Hem moeilijke vragen werden gesteld (zie Mattheüs 9:13; 15:4, 7–9; Markus 10:7–8) en toen Hij de Nephieten onderwees (zie 3 Nephi 22; 24–25).

Doe het volgende om de cursisten Schriftteksten kerkleerbeheersing en kerngedachten uit het hoofd te laten leren. U kunt ook een andere activiteit uit ‘Herhalingsactiviteiten kerkleerbeheersing’ in het aanhangsel kiezen.

Toon een lijst met de Schriftteksten kerkleerbeheersing die de cursisten tot nu toe bestudeerd hebben. Vraag de cursisten een tekst uit te kiezen die ze uit het hoofd willen leren. Laat de cursisten dan het volgende doen.

Schrijf de Schrifttekst kerkleerbeheersing en kerngedachte in je dagboek op (bij voorkeur met potlood). Lees die daarna hardop voor. Gum na het lezen een of twee woorden of getallen uit, of streep die door. Lees de tekstverwijzing en kerngedachte nog een keer hardop voor. Blijf dit doen totdat je alle woorden of getallen hebt uitgegumd of doorgestreept. Kijk vervolgens of je ze uit het hoofd kunt opschrijven.

Als er genoeg tijd is, kunnen de cursisten dat ook met een andere tekst doen.

De beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis leren en toepassen

Het kan nuttig zijn als u de cursisten vaak de gelegenheid geeft om de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis door te nemen. Door herhaling kunnen de cursisten zich de beginselen eigen maken, zodat ze die kunnen gebruiken wanneer dat nodig is. U kunt de beginselen herhalen met behulp van een van de herhalingsactiviteiten onder ‘Herhalingsactiviteiten kerkleerbeheersing’ in het aanhangsel. De beginselen worden beschreven in alinea 5–12 van ‘Geestelijke kennis verkrijgen’ in het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023).

Geef de cursisten een scenario waarmee ze vragen kunnen beantwoorden over de waarde van ieder mens als kind van God en hoe belangrijk het is om anderen te zien en te behandelen zoals de Heiland ze ziet en behandelt. De cursisten hebben onlangs geleerd over onze goddelijke identiteit (zie Genesis 1:26–27), hoe de Heer ons ziet (zie 1 Samuel 16:7) en dat het volk van de Heer één moet zijn (zie Mozes 7:18).

U kunt het volgende scenario geven zonder het aan te passen, of het aanpassen om het beter bij de behoeften van uw cursisten te laten aansluiten. U kunt ook de video ‘Bullying – Stop It’ (10:22) op ChurchofJesusChrist.org gebruiken. Vertoon de video vanaf tijdcode 0:00 tot 6:50. Zet de video dan stil en ga verder met de lesactiviteiten.

10:14

Denk na over de volgende situatie:

Jan en zijn vrienden zijn op school en op sociale media vaak gemeen tegen anderen. Ze denken dat dat grappig en leuk is. Op een dag ziet Jan dat zijn zusje wordt gepest. Hij ziet hoeveel pijn dat haar doet. Hij maakt zich zorgen over het pestgedrag en wat het met haar zal doen. Nu hij ziet dat zijn zusje wordt gepest, beseft Jan iets wat hij eerder niet besefte. Hij ziet in hoe hij en zijn vrienden anderen laten voelen. Hij is ontmoedigd en vraagt zich af wat hij nu moet doen.

  • Welke moeilijke beslissingen zou Jan kunnen nemen over zijn omgang met anderen? Waarom zou het moeilijk zijn om dat te veranderen?

Help de cursisten de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis op het scenario toe te passen door ze het volgende te laten doen.

Kies een van de drie beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis waar Jan volgens jou iets aan heeft. Doe de onderstaande activiteit die bij het gekozen beginsel past.

Ideeën en vragen vanuit een eeuwig perspectief onderzoeken

Maak een lijstje van alles wat onze hemelse Vader zou willen dat Jan weet. Denk aan leringen in de Schriften, zoals Genesis 1:26–27 en 1 Samuel 16:7, waardoor hij op een betere manier naar zichzelf en anderen kan kijken.

Naar meer inzicht streven met behulp van bronnen die God heeft aangewezen

Maak een lijst met Schriftteksten of conferentietoespraken die Jan kan bestuderen om zich te bekeren en te veranderen.

Ga bijvoorbeeld naar Algemene conferentie in de Evangeliebibliotheek. Ga naar ‘Onderwerpen’ en kies een onderwerp dat op Jan van toepassing is, zoals naastenliefde, medeleven, voorbeeld of bekering. Zoek in een toespraak naar een citaat waaruit Jan kracht kan putten of iets kan leren.

Als je hulp nodig hebt bij het vinden van een Schrifttekst, kun je de Schriftteksten kerkleerbeheersing doornemen.

In geloof handelen

Om te laten zien wat Jan kan doen, maak je een stripverhaal met drie tot zes afbeeldingen waaruit blijkt hoe hij met geloof in Jezus Christus kan handelen. Bedenk in je stripverhaal hoe Jan zijn kennis van Jezus Christus kan gebruiken.

Vraag enkele cursisten wat ze hebben bestudeerd. Vraag de cursisten naar gedachten die in hen opkomen terwijl ze naar hun leeftijdgenoten luisteren.

Als u de video hebt laten zien, kunt u de rest van de video vanaf tijdcode 6:51 tot 10:23 vertonen. Vraag de cursisten wat de jongeman aan de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis had of hoe hij die toepaste.

10:14

Als u het scenario hebt gebruikt, kunt u de cursisten vragen om het verhaal in groepjes af te maken. Laat de groepjes de volgende twee delen van het verhaal bedenken:

  • Hoe Jan daarna omging met de mensen tegen wie hij eerst onvriendelijk was

  • Hoe Jan daarna met zijn vrienden omging

Geef de cursisten voldoende tijd om het scenario af te maken. Moedig de cursisten daarna eventueel aan om vandaag iets te doen om een of meer van de beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toe te passen op een situatie waarmee ze nu te maken hebben of nog te maken zullen krijgen.

Getuig tot slot dat onze hemelse Vader en Jezus Christus de cursisten met hun persoonlijke moeilijkheden zullen helpen als ze Hen om leiding vragen.