‘Exodus 5–6: De wil van de Heer doen, ongeacht de uitkomst’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Exodus 5–6: De wil van de Heer doen, ongeacht de uitkomst’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Exodus 1–6: Les 40
Exodus 5–6
De wil van de Heer doen, ongeacht de uitkomst
Toen de Heer Mozes had geroepen om Israël uit Egyptische gevangenschap te bevrijden, vroeg hij de farao om het volk van de Heer te laten gaan. De farao weigerde en legde de Israëlieten in plaats daarvan een nog zwaardere last op. Ondanks de reactie van de farao bleef Mozes doen wat de Heer van hem verwachtte. Deze les kan de cursisten duidelijk maken dat de beloften van de Heer ze kunnen motiveren om zijn wil te doen, ongeacht de onmiddellijke gevolgen.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten zich voorbereiden om tijdens de les de volgende vraag te beantwoorden: Maakt Jezus Christus volgen je leven makkelijker of moeilijker?
Mogelijke leeractiviteiten
Jezus Christus volgen
Laat de cursisten bedenken hoe ze zouden reageren als iemand ze de volgende vraag stelde.
-
Maakt Jezus Christus volgen je leven makkelijker of moeilijker?
Om deze vraag te bespreken, zet u de kopjes Makkelijker en Moeilijker op het bord. De redenen die de cursisten noemen, zet u dan onder het betreffende kopje. Laat enkele cursisten hun antwoorden toelichten.
Mozes vraagt de farao de Israëlieten vrij te laten
U kunt erop wijzen dat Mozes en de Israëlieten zich in Exodus 5–7 wellicht afvroegen of de Heiland volgen het leven makkelijker of moeilijker maakt. Help de cursisten de context van Exodus 5–7 goed te begrijpen door ze te vragen wat ze zich uit les 39: ‘Exodus 2–4’ nog over Mozes en de Israëlieten herinneren. Laat zo nodig een cursist de volgende samenvatting voorlezen.
De Israëlieten waren al vele generaties lang in Egyptische slavernij. De Heer hoorde het geroep van zijn volk en riep Mozes om hen uit slavernij te bevrijden (zie Exodus 3:9–10).
Lees Exodus 5:1–2 en ga na wat Mozes en Aäron namens de Heer tegen de farao zeiden.
-
Wat was de reactie van de farao?
Zet eventueel de reactie van de farao op het bord: ‘Wie is de Heere?’ Vraag de cursisten waarom het belangrijk is om die vraag voor onszelf te beantwoorden. Het volgende deel van de les gaat op deze vraag in.
De farao maakte het leven van de Israëlieten in zijn boosheid nog moeilijker door hun dagelijkse werklast te verzwaren (zie Exodus 5:6–9, 15–19). De Israëlieten klaagden bij Mozes en Aäron over hun zware lasten (zie Exodus 5:20–21).
-
Hoe zou jij je voelen als je Mozes was?
Lees Exodus 5:22–23 en bedenk hoe je kunt samenvatten wat Mozes tegen de Heer zegt.
-
Hoe kunnen we ons in Exodus 5:22–23 in Mozes inleven?
De cursisten vertellen misschien hoe ze zich voelen als ze na gehoorzaamheid aan de Heer geen onmiddellijke zegeningen zien. Erken hun antwoorden en gevoelens.
Toon de volgende zelfbeoordeling en laat de cursisten over hun antwoorden nadenken.
Vul de volgende zin zo aan dat die je gevoelens het beste weergeeft. Je mag meerdere antwoorden selecteren:
Als ik na gehoorzaamheid aan mijn hemelse Vader en Jezus Christus geen onmiddellijke zegeningen zie, ben ik …
Als de cursisten er baat bij hebben, kunt u de volgende woorden op het bord zetten: gefrustreerd, verward, boos, teleurgesteld, vastberaden, hoopvol, zelfverzekerd, rustig. Ze kunnen ook toevoegen wat ze in die situatie zouden doen.
Let bij je verdere studie vandaag op waarheden over Jezus Christus die je kunnen helpen om Hem te volgen, ook als dat moeilijk is en de zegeningen zich niet meteen manifesteren. Let op ingevingen van de Heilige Geest die in jouw omstandigheden nuttig kunnen zijn.
De beloften van de Heer
Laat de cursisten bij het lezen van de volgende passages desgewenst alle zinsneden markeren waarin de Heer naar Zichzelf verwijst (zinsneden die beginnen met Ik, Ik ben, Ik zal en Ik heb). Als de cursisten Schriftteksten markeren, kunnen ze belangrijke inzichten en waarheden beter opmerken en onthouden.
Lees Exodus 5:24–6:7; 7:1–2, 5 en ga na wat de Heer Mozes over Zichzelf bijbrengt.
Als de cursisten voldoende tijd hebben gehad om te lezen en te markeren, laat u ze de volgende vraag met een medecursist bespreken.
Vragen waardoor de cursisten kunnen peilen wat ze leren, geven de leerkracht een idee wanneer ze klaar zijn om de les te vervolgen. U kunt bijvoorbeeld vragen stellen over hetgeen de cursisten in de Schriften hebben gelezen, zoals die hieronder. Zie voor meer instructie over vragen stellen om kennis te peilen ‘Wees altijd bereid om op ingevingen over de behoeften van de cursisten te reageren’ in Verbetering van onderwijsvaardigheden.
-
Wat kom je door zijn beloften aan Mozes over de Heer te weten?
Laat de cursisten hun antwoorden eventueel onder ‘Wie is de Heere?’ op het bord schrijven. Mogelijke antwoorden:
Hij is God de Almachtige (6:1–2).
Hij is zijn beloften indachtig en komt die na (6:2–4).
Hij beloofde de Israëlieten uit slavernij te bevrijden (6:5; 7:5), ze het land Kanaän te geven (6:3, 7) en hun God te zijn (6:6)
De wil van de Heer blijven doen
Bedenk hoe Mozes zich eerst voelde. Lees Exodus 7:6 en markeer wat Mozes en Aäron deden nadat ze van de Heer hadden geleerd en zijn beloften hadden gehoord.
-
Als jij Mozes was, welke beloften van de Heer zouden je dan geholpen hebben om naar de farao terug te gaan? Waarom?
-
Wat kunnen we van Mozes’ ervaring leren?
De strekking van de antwoorden van de cursisten kan de volgende waarheid omvatten: Als we de Heer en zijn beloften geloven, kunnen we Hem vertrouwen en volgen, ook als we de directe gevolgen niet zien.
Maak de cursisten aan de hand van het volgende citaat duidelijk hoe ze dit kunnen toepassen. Bereidwillige cursisten kunnen elke alinea aan de klas voorlezen.
Ouderling D. Todd Christofferson van het Quorum der Twaalf Apostelen heeft belangrijke raad gegeven als we op de beloofde zegeningen van de Heer wachten:
Sommige leden denken ten onrechte dat Gods beloften inhouden dat onze gehoorzaamheid aan God automatisch tot specifieke zegeningen volgens een vastomlijnd plan leidt. Misschien denken ze: ‘Als ik op zending hard werk, zal God me zegenen met een gelukkig huwelijk en kinderen.’ Of: ‘Als ik op de sabbat geen huiswerk maak, zal God mij met goede cijfers zegenen.’ Of: ‘Als ik tiende betaal, zal God me zegenen met de baan die ik wil.’ […] We moeten niet denken dat Gods plan als een soort kosmische verkoopautomaat werkt, waarbij we (1) een verlangde zegening kiezen, (2) de vereiste som aan goede werken inwerpen, en (3) de bestelling direct krijgen.
God zal zijn verbonden en beloften aan ieder van ons nakomen. Daar hoeven we ons geen zorgen over te maken. De verzoenende macht van Jezus Christus […] garandeert dat God Zich aan zijn beloften kan en zal houden. Het is van wezenlijk belang dat we zijn wetten eren en gehoorzamen, maar niet elke zegening die op gehoorzaamheid aan de wet is gegrond, is naar onze verwachtingen gevormd, samengesteld en getimed. Wij moeten ons best doen, maar de distributie van zowel stoffelijke als geestelijke zegeningen aan Hem overlaten. (‘Onze band met God’, Liahona, mei 2022, 78.)
-
Welke woorden uit dit citaat spreken je aan?
Herinner de cursisten eraan wat we over de Heer hebben geleerd dat Hij zijn beloften indachtig is en nakomt (zie Exodus 6:2–4).
Leg uit dat de Heer zijn beloften aan Mozes vervulde (zie Exodus 20:2; Deuteronomium 7:6; 14:2; Jozua 24:5–7, 13). Als u voldoende tijd hebt, kunt u deze tekstverwijzingen op het bord zetten en de cursisten de vervulling aan de belofte laten koppelen.
Net zoals de Heer Mozes meer over Zichzelf onthulde door zijn beloften te herhalen, kunnen wij de Heer ook beter leren kennen door beloften te herkennen die Hij ons heeft gedaan. Als we deze beloften doornemen, kunnen we Hem beter gehoorzamen, ook als we niet direct resultaten zien.
Noem drie beloften die de Heer je in de Schriften of in recente leringen van zijn gekozen dienstknechten heeft gedaan. Je vindt misschien beloften in:
-
Schriftteksten kerkleerbeheersing of andere Schriftteksten;
-
Voor de kracht van de jeugd: een leidraad voor het maken van keuzes;
-
recente conferentietoespraken.
Geef ze voldoende tijd en vraag bereidwillige cursisten daarna wat ze hebben geleerd of gevoeld naar aanleiding van sommige beloften. Moedig de cursisten aan om op de Heer te blijven vertrouwen, ongeacht de directe uitkomst.