‘4–10 mei. “Kom tegen de Heere niet in opstand, en […] wees niet bevreesd”: Numeri 11–14; 20–24; 27’, Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 (2026)
‘4–10 mei. “Kom tegen de Heere niet in opstand, en […] wees niet bevreesd”’, Kom dan en volg Mij: Oude Testament 2026
Woestijn bij het schiereiland Sinaï
4–10 mei: ‘Kom tegen de Heere niet in opstand, en […] wees niet bevreesd’
Numeri 11–14; 20–24; 27
Zelfs te voet duurt het normaal geen veertig jaar om van de Sinaïwoestijn naar het beloofde land, Kanaän, te reizen. Maar de kinderen van Israël hadden die tijd nodig. Niet om de geografische afstand te overbruggen, maar om de geestelijke afstand te overbruggen tussen hun oorspronkelijke positie en wat zij als Gods verbondsvolk konden worden.
In het boek Numeri wordt een en ander beschreven dat in die veertig jaar is gebeurd, inclusief de lessen die de kinderen van Israël moesten leren voordat ze het beloofde land in mochten. Ze leerden om de dienstknechten van de Heer trouw te zijn (zie Numeri 12). Ze leerden op de macht van de Heer te vertrouwen, zelfs als de toekomst hopeloos leek (zie Numeri 13–14). En ze leerden dat een gebrek aan geloof geestelijke schade oplevert, maar dat ze zich konden bekeren en voor hun genezing naar de Heiland opzien (zie Numeri 21:4–9).
In diverse opzichten zijn we allemaal net als de Israëlieten. We weten allemaal wat het is om ons in een geestelijke woestijn te bevinden, en de lessen die zij leerden, kunnen ons ook helpen bij onze voorbereiding om ons beloofde land in te gaan: het eeuwig leven bij onze hemelse Vader.
Studietips voor thuis en in de kerk
Numeri 11:11–17, 24–29; 12
Openbaring staat iedereen ter beschikking, maar God leidt zijn kerk door middel van zijn profeet.
Let in Numeri 11:11–17, 24–29 op het probleem dat Mozes had, en de oplossing die God voorlegde. Wat zou Mozes bedoeld hebben toen hij zei dat hij wilde dat ‘allen van het volk van de Heere profeten’ waren? (Vers 29.) Denk over deze vraag na en zoek naar mogelijke antwoorden in president Russell M. Nelsons toespraak ‘Openbaring voor de kerk, openbaring voor onszelf’ (Liahona, mei 2018, 93–96).
Zeggen dat we allemaal openbaring kunnen ontvangen, betekent echter niet dat we allemaal Gods volk kunnen leiden zoals Mozes dat deed. Dit blijkt uit het voorval in Numeri 12. Welke waarschuwingen vind je in dit hoofdstuk? Wat wil de Heer volgens jou dat je aangaande persoonlijke openbaring en het volgen van de profeet begrijpt?
Zie ook 1 Nephi 10:17; Leer en Verbonden 28:1–7; Dallin H. Oaks, ‘Twee communicatielijnen’, Liahona, november 2010, 83–86.
Concentreer je op het belangrijkste. Sommige mensen raken overweldigd door de wekelijkse leessuggesties in Kom dan en volg Mij. Volg de Geest terwijl je de lesschema’s doorneemt. Denk na over je eigen behoeften en die van de mensen die je onderwijst. Eén beginsel per week begrijpen en volledig toepassen kan nuttiger zijn dan een aantal hoofdstukken oppervlakkig lezen.
Numeri 12:3
‘Mozes was zeer zachtmoedig.’
Het verbaast sommige mensen dat Mozes, de machtige leider die voor de farao stond en met de macht van de Heer verbluffende wonderen verrichtte, ook ‘zeer zachtmoedig’ was (Numeri 12:3). Wat betekent het om zachtmoedig te zijn? Bestudeer eventueel de uitleg die ouderling David A. Bednar heeft gegeven in ‘Zachtmoedig en nederig van hart’ (Liahona, mei 2018, 30–33) of ‘Zachtmoedig, Zachtmoedigheid’ in de Gids bij de Schriften (Evangeliebibliotheek).
Wat leer je van Mozes’ voorbeeld van zachtmoedigheid in Exodus 18:13–25; Numeri 11:26–29; Numeri 12; Hebreeën 11:24–27 en Mozes 1:10–11? Bedenk ook hoe de Heiland zachtmoedigheid toonde (zie Mattheüs 11:29; 27:11–14; Lukas 22:41–42; Johannes 13:4–5). Wat leer je van deze voorbeelden?
Numeri 13–14
Met geloof in de Heer kan ik hoop op de toekomst hebben.
Probeer je bij het lezen van Numeri 13–14 in te denken dat je in de schoenen van de Israëlieten staat. Waarom zouden ze ‘naar Egypte terug [hebben willen] keren’? (Numeri 14:3.) Hoe zou je de andere ‘geest’ van Kaleb omschrijven? (Numeri 14:24.) In welk opzicht ben je onder de indruk van het geloof van Kaleb en Jozua, en hoe kun je in jouw omstandigheden hun voorbeeld volgen?
Tien Israëlitische verkenners waren bevreesd; Jozua en Kaleb hadden geloof. Jozua en Kaleb: gehoorzame verkenners, Douglas Klauba. © Lifeway Collection/licentie van goodsalt.com
Numeri 21:4–9
Als ik in geloof naar Jezus Christus opzie, kan Hij mij geestelijk genezen.
Profeten in het Boek van Mormon kenden het verhaal uit Numeri 21:4–9 en begrepen het geestelijke belang ervan. Lees hun leringen over dit verhaal in 1 Nephi 17:40–41; Alma 33:18–22 en Helaman 8:13–15. Je kunt daarbij de volgende vragen overpeinzen:
-
Wat zou de koperen slang kunnen voorstellen?
-
Wat zouden de slangenbeten voorstellen?
-
De Israëlieten moesten ‘naar de koperen slang’ kijken (Numeri 21:9) om in leven te blijven. Waarom denk je dat sommige mensen niet wilden kijken? Overkomt jou zoiets ook weleens?
-
Waartoe voel je je geïnspireerd waardoor je meer ‘naar de Zoon van God [zult] op[kijken]’ en wordt genezen? (Helaman 8:15.)
Deze passages doen je misschien denken aan andere momenten in de Schriften waarop mensen zich op Christus moesten richten. Vergelijk bijvoorbeeld de boodschap uit Numeri 21:4–9 met Mattheüs 14:25–31 en 1 Nephi 8:24–28 (zie ook de afbeeldingen aan het eind van het lesschema van deze week). Wat leidt ons van Christus weg? Hoe zegent Hij mensen die zich op Hem richten?
Zie ook ‘Jezus, als ’k zelfs maar denk aan u’ (Lofzangen, nr. 97).
Numeri 22–24
Ik kan Gods wil doen, zelfs als anderen me proberen over te halen om dat niet te doen.
Toen Balak, koning van Moab, vernam dat de Israëlieten in aantocht waren, ontbood hij Bileam, een man die bekend stond om de zegeningen en vervloekingen die hij uitsprak. Balak wilde dat hij de Israëlieten zou vervloeken. Let op de manier waarop Balak Bileam probeerde te overhalen (zie Numeri 22:5–7, 15–17), en bedenk hoe jij verleid wordt om Gods wil te weerstaan. Waarvan ben je in Bileams antwoorden onder de indruk? Zie Numeri 22:18, 38; 23:8, 12, 26; 24:13. Helaas bezweek Bileam uiteindelijk onder de druk en verraadde hij Israël (zie Numeri 31:16; Judas 1:11). Overweeg eens hoe je de Heer ondanks de druk van anderen toch trouw kunt blijven.
Ideeën voor onderwijs aan kinderen
Numeri 11:4–10
Ik kan dankbaar zijn voor wat God me gegeven heeft.
-
Vraag of de kinderen zich enkele wonderen herinneren die de Heer verrichtte om de Israëlieten te helpen. (Zie ‘De plagen van Egypte’ en ‘Het Pascha’, Verhalen uit het Oude Testament, Evangeliebibliotheek.) Vat vervolgens Numeri 11:4–10 voor ze samen en beklemtoon dat de Israëlieten hun zegeningen waren vergeten en aan het klagen waren. Welke zegeningen vergeten wij soms?
-
Laat de kinderen terwijl jullie een liedje over dankbaarheid zingen of beluisteren, zoals ‘Tel uw zegeningen’ (Lofzangen, nr. 163), tekeningen maken van de zegeningen die de Heer ze heeft gegeven.
Numeri 12
De Heer wil dat ik zijn profeet volg.
-
Ter inleiding van Numeri 12 kun je de kinderen vertellen dat de Heer niet blij was met Aäron en Mirjam, de broer en zus van Mozes. Laat ze in Numeri 12:1–8 opzoeken waarom. Laat de kinderen in het Evangelieplatenboek voorbeelden opzoeken van mensen in de Schriften die de profeet van de Heer respecteerden en gezegend werden. Hoe worden we gezegend als we de profeet van de Heer volgen?
Numeri 21:6–9
Ik kan naar Jezus Christus opkijken.
-
Gebruik ‘Mozes en de koperen slang’ in Verhalen uit het Oude Testament in de Evangeliebibliotheek om de kinderen duidelijk te maken wat er in Numeri 21:6–9 gebeurde. In welke opzichten lijkt de koperen slang op Jezus Christus? (Zie Johannes 3:14–15.) De kinderen vinden het misschien leuk om een papieren slang te maken en daarop een aantal eenvoudige dingen op te schrijven die ze kunnen doen om ‘met geloof’ op te kijken ‘naar de Zoon van God’ (Helaman 8:15).
1:2Moses and the Brass Serpent
-
Laat oudere kinderen een van de volgende Schriftteksten kiezen en vertellen wat die aan ons begrip van het verhaal toevoegt: 1 Nephi 17:41; Alma 33:18–20; Helaman 8:13–15; Leer en Verbonden 6:36.
Koperen slang, Brent Evans
Numeri 22–24
Ik kan Gods wil doen, zelfs als anderen me proberen over te halen om dat niet te doen.
-
Vat Numeri 22:1–18 voor de kinderen samen. Beklemtoon dat Bileam weigerde om een vloek over Gods volk uit te spreken, ook al stelde Balak, de koning van Moab, hem eer en rijkdom in het vooruitzicht. Help de kinderen in de volgende verzen zinsneden te vinden die naar hun idee aantonen dat Bileam God wilde volgen: Numeri 22:18; 23:26; 24:13. Laat de kinderen één zinsnede kiezen die ze aanspreekt en die op een kaartje schrijven. Dat herinnert ze eraan om de Heer te gehoorzamen.
Zie voor meer ideeën de Vriend van deze maand.