‘23 februari–1 maart. “Zou er iets voor de Heere te wonderlijk zijn?”: Genesis 18–23’, Kom dan en volg Mij – voor thuis en in de kerk: Oude Testament 2026 (2026)
‘23 februari–1 maart. “Zou er iets voor de Heere te wonderlijk zijn?”’, Kom dan en volg Mij: 2026
Sara en Izak, Scott Snow
23 februari–1 maart: ‘Zou er iets voor de Heere te wonderlijk zijn?’
Genesis 18–23
Abrahams en Sara’s leven, dat zowel hartverscheurend als hartverwarmend was, is het bewijs van een beginsel dat Abraham in een visioen zag: dat we hier op aarde zijn om beproefd te worden, ‘om te zien of [wij] alles zullen doen wat de Heer, [onze] God, [ons] ook zal gebieden’ (Abraham 3:25). Bleven Abraham en Sara trouw? Bleven ze vertrouwen op Gods belofte van veel nakomelingen, hoewel ze op hoge leeftijd nog steeds kinderloos waren? En toen Izak geboren was, bleef hun geloof onwankelbaar toen Abraham de opdracht kreeg om de zoon te offeren die God hem als vervulling van dat verbond had geschonken?
Abraham en Sara vertrouwden op God en Hij vertrouwde hen (zie Genesis 15:6; Romeinen 4:3). In Genesis 18–23 vinden we verhalen uit het leven van Abraham, Sara en anderen waardoor wij aangemoedigd worden om ons af te vragen of wij Gods beloften geloven, of wij goddeloosheid ontvluchten en nooit terugkijken, en ongeacht de offers die wij moeten brengen op God blijven vertrouwen. God maakt betere mensen van ons door ons te beproeven.
Studietips voor thuis en in de kerk
Genesis 18:9–14; 21:1–7
De Heer vervult zijn beloften op zijn tijd.
De Heer heeft de getrouwen prachtige beloften gegeven, maar soms kunnen we ons door de omstandigheden afvragen hoe die beloften ooit in vervulling kunnen gaan. Abraham en Sara hebben zich dat misschien ook wel afgevraagd. Wat kunnen wij van hen leren? Het kan nuttig zijn om eerst te lezen wat de Heer in Genesis 17:4, 15–22 beloofde. Hoe reageerden Abraham en Sara? (Zie ook Genesis 17:23, BJS [in het aanhangsel in de tripelcombinatie]; Genesis 18:9–12.) Wat deed de Heer om hun geloof in zijn beloften te versterken? (Zie Genesis 18:14.)
Wat staat er in deze verzen dat je geloof versterkt? Door welke ervaringen – van jezelf of van anderen – is je geloof gesterkt dat de Heer op zijn tijd en wijze zijn beloften zal vervullen? Je kunt er ook over nadenken hoe je je geloof kunt behouden wanneer beloofde zegeningen niet in dit leven worden ontvangen. Welke raad vind je in Hebreeën 11:8–13 en de toespraak van president Russell M. Nelson, ‘Christus is opgestaan – met geloof in Hem kunt u bergen verzetten’ (Liahona, mei 2021, 101–104)?
Zie ook Leer en Verbonden 88:68.
Genesis 19:12–29
De Heer gebiedt mij om goddeloosheid te ontvluchten en niet achterom te kijken.
Wat leren we over het ontvluchten van goddeloosheid als we het verhaal van Lot en zijn familie lezen? Wat valt je bijvoorbeeld op aan wat de engelen zeiden en deden zodat Lot en zijn familie aan de verwoesting konden ontkomen? (Zie Genesis 19:12–17.) Hoe helpt de Heer jou en je familie om de kwade invloeden in de wereld te ontvluchten of je ertegen te beschermen? Denk aan situaties waarin je in de verleiding komt om achter je te kijken (zie vers 26), terwijl je eigenlijk met geloof in de Heiland vooruit zou moeten kijken. Wat leer je nog meer uit Lukas 9:62 hierover?
Zie ook Genesis 19:9–15, BJS (in het aanhangsel in de tripelcombinatie).
Genesis 19:26
Wat deed de vrouw van Lot verkeerd?
Ouderling Jeffrey R. Holland heeft gezegd:
‘Wat de vrouw van Lot verkeerd deed, was kennelijk dat ze niet alleen achter zich keek, maar in haar hart ook graag terug wilde gaan. Het lijkt erop dat ze nog vóór ze de stad had verlaten al miste wat Sodom en Gomorra haar te bieden hadden. […]
‘Mogelijk keek de vrouw van Lot om en nam ze de Heer kwalijk wat ze van Hem allemaal moest achterlaten. […] Ze zag dus niet alleen om; ze zag met verlangen om. Kortom, haar hang naar het verleden was groter dan haar vertrouwen in de toekomst. Dat maakte blijkbaar deel uit van haar zonde. […]
‘Ik [pleit] ervoor om niet stil te blijven staan bij de dagen die achter ons liggen of vruchteloos te verlangen naar gisteren, hoe fijn het toen ook was. We moeten leren van het verleden maar er niet in leven. We kijken terug om de vruchten te plukken van onze ervaringen, en laten de schillen voor wat ze zijn. Nadat we onze lessen hebben geleerd en onze beste ervaringen hebben meegenomen, kijken we vooruit en denken we eraan dat geloof altijd op de toekomst is gericht. […]
‘Blijven hangen in het verleden, inclusief gemaakte fouten, is gewoonweg verkeerd! Dat is niet het evangelie van Jezus Christus. […]
‘Iedereen van welke generatie dan ook roep ik toe: “Denk aan de vrouw van Lot” [Lukas 17:32]. Geloof is op de toekomst gericht. Geloof is gebaseerd op het verleden maar verlangt er nooit naar om daar te blijven. Geloof is het vertrouwen dat God grote dingen voor ons in petto heeft en dat Christus waarlijk “de hogepriester van de toekomstige heilsgoederen” is (Hebreeën 9:11).’ (‘Het beste moet nog komen’, Liahona, januari 2010, 17–18, 20–21.)
Abraham en Izak, Harold Copping
Genesis 22:1–19
Abrahams bereidheid om Izak te offeren is een zinnebeeld van God en zijn Zoon.
We weten niet precies waarom God Abraham gebood om Izak te offeren, maar we weten wel dat het onder andere een test van zijn geloof in God was. We weten ook dat het ‘een zinnebeeld […] van God en zijn eniggeboren Zoon’ was (Jakob 4:5). Let bij het lezen van Genesis 22:1–19 op symbolen of overeenkomsten tussen Abraham die Izak offerde en de Vader die zijn Zoon, Jezus Christus, offerde. Noteer je bevindingen eventueel in een tabel als de volgende:
|
Abraham en Izak |
Onze hemelse Vader en Jezus Christus |
|---|---|
Abraham en Izak Izak was de eniggeboren zoon van Abraham en Sara (Genesis 22:2; zie ook Hebreeën 11:17) | Onze hemelse Vader en Jezus Christus Jezus Christus is de Eniggeborene van de Vader (Johannes 3:16) |
Abraham en Izak Izak moest in plaats van een lam geofferd worden (Genesis 22:7–9) | Onze hemelse Vader en Jezus Christus Jezus Christus is het Lam van God (Johannes 1:29) |
Welke symbolen of overeenkomsten met het zoenoffer van de Heiland hebben de meeste betekenis voor je? Zing of lees eventueel de tekst van een lofzang waaruit de liefde van onze hemelse Vader voor ons blijkt, zoals ‘God had ons lief en zond zijn Zoon’, Lofzangen, nr. 125. Je kunt ook je gevoelens over onze hemelse Vader en Jezus Christus en hun offer voor jou opschrijven.
Als je meer over het offer van onze Heiland wilt weten, kun je de toespraak ‘Zie het Lam van God’ (Liahona, mei 2019, 44–46) van president Jeffrey R. Holland lezen. Waarom is een lam zo’n krachtig symbool van de Zoon van God? Wat heeft president Holland gezegd waardoor je meer ontzag krijgt voor het geschenk van onze hemelse Vader?
Zie ook ‘Akedah (The Binding)’ (video), Gospel Library.
Akedah (The Binding)
Gebruik visuele middelen om te onderwijzen. Ter afwisseling kun je bij het bestuderen van de verhalen in Genesis 18–23 een of meer afbeeldingen uit dit lesschema gebruiken. Je kunt bijvoorbeeld met je gezin of klas op details in de afbeeldingen van Abraham en Izak letten. Bespreek waarom deze details belangrijk zijn voor het verhaal en zoek deze details op in de Schriften. In welk opzicht belichten ze de symboliek van het offer van de Zoon van God in het verhaal?
Zie voor meer ideeën de Liahona en Voor de kracht van de jeugd van deze maand.
Ideeën voor onderwijs aan kinderen
Genesis 17:15–21; 18:14; 21:1–7
Ik kan erop vertrouwen dat God Zich aan zijn beloften houdt.
-
Om meer te leren over het vertrouwen dat Abraham en Sara in Gods beloften hadden, kun je de kinderen laten vertellen over een keer dat ze moesten wachten op iets wat ze heel graag wilden. Bekijk dan de afbeelding van Sara en Izak aan het begin van dit lesschema en vertel over de belofte die God aan haar en Abraham deed. (Zie ook ‘Abraham en Sara’, Verhalen uit het Oude Testament, Evangeliebibliotheek.) Laat de kinderen dingen bedenken die God ons heeft beloofd als we getrouw zijn. Moedig ze aan geduldig te zijn en erop te vertrouwen dat God zijn beloften zal nakomen.
2:20Abraham and Sarah
-
Om de kinderen het belangrijke beginsel in Genesis 18:14 bij te brengen, kun je elk woord uit de eerste zin van dat vers op aparte blaadjes schrijven. Doe de vellen door elkaar en laat de kinderen de woorden weer in de juiste volgorde leggen. Lees vervolgens Genesis 17:15–21; 21:1–7 met de kinderen om een voorbeeld te vinden van iets wat de Heer deed wat onmogelijk leek. Vertel de kinderen dat je gelooft dat de Heer zijn beloften zal nakomen, zelfs als het onmogelijk lijkt of lang duurt.
Genesis 19:15–26
Ik kan voor het kwaad vluchten.
-
Vraag je kinderen naar situaties waarin iemand ze vraagt iets te doen waarvan ze weten dat het niet goed is. Hoe kunnen wij voor die situaties ‘vluchten’? Vat Genesis 19:15–26 samen. Leg uit dat Lots familie in een hele slechte stad woonde en dat engelen hen waarschuwden om weg te gaan. Lees samen vers 15–17, 26 en vraag de kinderen wat het nu voor hen zou betekenen om voor het kwade te ‘vluchten’ en niet achterom te kijken (vers 17).
Sodom, Julius Schnorr von Carolsfeld
Genesis 22:1–14
Abraham gehoorzaamde de Heer.
-
Gebruik afbeeldingen van Abraham en Izak en van de kruisiging (zie Evangelieplatenboek, nr. 9, 57) om het verhaal in Genesis 22 met het offer van de Heiland te vergelijken (zie Mattheüs 27:26–37). Wat komen we door het verhaal van Abraham en Izak en het verhaal van de kruisiging over onze hemelse Vader en Jezus Christus te weten? (Zie ook ‘Abraham en Izak’, Verhalen uit het Oude Testament, Evangeliebibliotheek.)
2:0Abraham and Isaac
-
Bedenk een eenvoudig spelletje waarbij de kinderen aanwijzingen moeten opvolgen. De aanwijzingen leiden naar een verstopte afbeelding van de Heiland. Het spel kan een gesprek op gang brengen over dingen die onze hemelse Vader ons heeft geboden te doen zodat we weer bij Hem en Jezus Christus kunnen wonen. Zing een liedje, zoals ‘Wees gehoorzaam aan de geboden’ (Kinderliedjes, p. 68–69). De doe-pagina van deze week kan daarbij nuttig zijn.
Zie voor meer ideeën de Vriend van deze maand.