Het Christuskind
Waar richt jij je deze kersttijd op?
Foto, Cristy Powell
Het kerststalletje van presidente Freeman dat door haar 3-jarige zoontje Caleb was herschikt, zodat alle beeldjes Jezus konden zien.
Jaren geleden had ik een baantje waarbij ik een paar middagen werkte om een kerststal te kunnen kopen. Ik kocht een heel goedkope set figuurtjes met een bijbehorend houten stalletje. De beeldjes stelden kinderen voor die als de verschillende personen in het kerstverhaal waren verkleed. Ze waren ongeveer 8 centimeter groot en gemaakt van wit porselein. Ik had dat setje gekozen omdat we twee kleine jongens hadden – Caleb was 3 en Josh was net 1 geworden.
Ik nam de kerststal mee naar huis en zette die voorzichtig op het bijzettafeltje in onze woonkamer. Caleb wilde het meteen zien. Ik legde rustig uit dat de figuurtjes breekbaar waren en dat hij ze niet mocht aanraken. Ik wees hem op Jozef met zijn herdersstaf, en Maria die naast de wieg met het Kindje Jezus knielde. Er waren ook een engeltje, drie wijzen en een herder met twee lammetjes. Ik plaatste elk beeldje voorzichtig op zijn plek. Toen leunden Caleb en ik achterover en bewonderden we trots onze nieuwe decoratie.
De volgende ochtend was Caleb het eerst beneden. Ongeveer een kwartier later kwam ik de trap af en nam ik op weg naar de keuken de tijd om mijn nieuwe schat te bewonderen. Tot mijn grote verbazing zag de kerststal er heel anders uit! Alle beeldjes stonden dicht op elkaar in het stalletje. Ik wist niet waarom ze zo stonden, maar ik wist dat Caleb er iets mee te maken had.
Ik plaatste elk figuurtje voorzichtig terug op zijn plaats en ging Caleb halen. Opnieuw legde ik rustig uit dat het belangrijk was om de figuurtjes niet aan te raken, omdat ze anders stuk konden gaan. Caleb was een brave jongen, dus ik wist dat hij het niet nog eens zou wagen.
Je kunt je wel inbeelden hoe verbaasd ik was toen ik de volgende ochtend de trap af ging en hetzelfde boeltje aantrof als de ochtend ervoor. Deze keer ging ik Caleb meteen halen. Ik zette hem voor de kerststal en vroeg: ‘Ben je aan de kerststal geweest?’ Hij keek me met zijn grote blauwe ogen aan en antwoordde: ‘Ja.’
‘Je weet toch dat je niet aan mama’s kerststal mag komen?’ vroeg ik. Hij antwoordde opnieuw ‘ja’.
‘Waarom heb je het dan gedaan?’ vroeg ik.
‘Omdat ze Jezus niet konden zien’, was zijn eenvoudige antwoord.
Ik keek aandachtig naar de kerststal en besefte dat er misschien toch wat structuur in dat boeltje zat. Zijn onhandige handjes hadden geprobeerd elk figuurtje in een kring rond het belangrijkste beeldje te plaatsen: de baby in de kribbe. Ze zaten allemaal in het stalletje opeengepakt en konden zo de baby goed zien. Iedereen kon Jezus zien.
Die les kwam bij me binnen.
Je begrijpt dat onze kerststal dat jaar, en elk jaar daarna, in die opstelling is blijven staan.
Toen de beeldjes eenmaal in een kring rond de baby stonden, kwam Caleb er opmerkelijk genoeg niet meer aan. Zo stonden ze goed. Iedereen was op het belangrijkste figuurtje gericht.
Waar richt jij je deze kersttijd op?
Kun jij Jezus zien?