‘Een vredige plek’, Vriend, oktober 2025, 36–37.
Een vredige plek
Kevin was erg gestrest! Het leek geen goede dag om naar de tempel te gaan.
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
Kevin gaf de bisschop een hand en liep het kantoortje uit. Hij keek naar het kaartje dat hij in zijn handen had. Het was zijn eigen tempelaanbeveling!
Papa wachtte op hem in de gang. ‘Wanneer kunnen we naar de tempel gaan?’ vroeg Kevin hem.
Papa grijnsde. ‘Thuis kunnen we meteen een afspraak maken.’
Kevin en zijn vader maakten een afspraak om te dopen voor de doden. Maar op de dag van de afspraak was Kevin ziek, dus maakten ze een nieuwe afspraak. Maar die moest weer verzet worden omdat zijn vader een onverwachte zakenreis had.
Kevin vroeg zich af of hij ooit naar de tempel zou gaan.
Toen de dag van de derde afspraak aanbrak, was Kevin er klaar voor! Ze zouden direct na het avondeten naar de tempel gaan.
Kevin glimlachte toen hij zich klaarmaakte om naar school te gaan. Maar zijn goede humeur verdween toen zijn wiskundeleraar onverwachts een toets gaf. De toets ging niet goed. En de rest van de schooldag ook niet. Tegen de tijd dat zijn moeder hem ophaalde, had hij hoofdpijn.
‘Weet je nog dat we hebben afgesproken dat jij even thuis oppast, terwijl ik snel een boodschap doe?’ vroeg mama.
Kevin trok een gezicht. Hij was het vergeten.
Zodra zijn moeder weg was, begonnen Kevins broertjes ruzie te maken. Toen Kevin hen probeerde te helpen, werden ze boos op hem. Kon deze dag nog erger worden?
Blijkbaar wel! Op dat moment morste zijn zusje allemaal melk op de keukenvloer. Toen hij het opdweilde, klopte Kevins hart snel en waren zijn spieren gespannen.
Zijn moeder kwam terug terwijl hij de dweil opruimde. ‘Heeft je zusje weer gemorst?’
Kevin knikte en rolde zijn schouders, in een poging zich te ontspannen. ‘Vandaag was een slechte dag.’
‘Wat is er gebeurd?’ vroeg mama.
‘Ik had zoveel stress vandaag. Het lijkt me geen goede dag om naar de tempel te gaan.’
‘We kunnen een andere keer gaan’, zei mama.
Maar Kevin voelde zich nog slechter bij de gedachte dat hij weer een nieuwe afspraak moest maken. ‘Nee’, zei hij. ‘Ik wil graag gaan. Maar ik voel geen vrede.’
‘Onze hemelse Vader zal je in zijn huis verwelkomen, of je nu vrede voelt of niet’, zei mama. ‘Jezus Christus is de Vredevorst. Vaak kun je in de tempel vrede in je hart vinden, ook als je een drukke dag hebt gehad.’
Kevin zuchtte. ‘Ik zal het proberen.’
Tijdens het avondeten en onderweg naar de tempel bleef hij denken aan alle vervelende dingen die die dag gebeurd waren. Hij was nog steeds gespannen toen hij met zijn vader bij de tempel aankwam. Maar zodra Kevin door de deuren liep, ontspande hij zich een beetje.
In de tempel was het schoon en stil. Iedereen droeg witte kleding en sprak zachtjes. Toen hij in de kleedkamer het witte dooppak aandeed, merkte Kevin dat hij langzamer bewoog en ook zachter sprak. Toen hij aan beurt was om gedoopt te worden, voelde hij zich nog beter.
Papa doopte Kevin voor vier overleden mensen. Kevin voelde zich steeds vrediger en gelukkiger. Niet alleen omdat hij op zo’n vredige plek was, maar ook omdat hij mensen had geholpen om verbonden met God te sluiten.
Op weg naar huis besefte Kevin dat hij niet meer gestrest was. En hij kon weer lachen! Hij had wel één vraag voor zijn vader.
‘Wanneer gaan we weer naar de tempel?’
Papa lachte. ‘Snel.’
Illustraties, Alyssa Tallent