‘Justina’s vraag’, Vriend, oktober 2025, 16–18.
Justina’s vraag
Justina’s ouders waren gescheiden. Waren ze nog steeds een eeuwig gezin?
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
‘Zijn we er al?’ vroeg Justina.
‘Bijna’, zei oma. De auto ging de bocht om en toen zag ze hem! De tempel stond op de heuvel. Hij was zo mooi!
Justina en haar familie waren voor de tempelinwijding gekomen. Mama zei dat het een belangrijke dienst was waarbij een apostel in de tempel een speciaal gebed zou uitspreken. Daarna zou de tempel klaar zijn voor de kerkleden om verordeningen te doen. ‘De tempelinwijding wordt uitgezonden, zodat kerkleden er vanuit hun eigen kerkgebouw naar kunnen kijken’, legde mama uit. ‘Maar wij hebben het geluk dat we de inwijding in de tempel kunnen bijwonen.’
Buiten de tempeldeuren kregen ze plastic hoesjes om over hun schoenen te doen. Justina vond dat ze er best gek uitzagen. ‘Waarom moeten we deze aan?’ vroeg ze aan oma.
‘Om de nieuwe tapijten te beschermen’, fluisterde oma. ‘Vergeet niet dat we in de tempel moeten fluisteren, oké? We willen eerbiedig zijn in het huis van de Heer.’
Toen ze door de tempel liepen, keek Justina naar de hoge plafonds. Het was zo stil dat ze op haar tenen wilde lopen en haar adem wilde inhouden. Ze was onder de indruk toen ze een wenteltrap opliepen. Die trap leek eindeloos door te gaan.
Uiteindelijk kwamen ze bij de kamer waar haar familie de inwijding kon volgen. ‘Dit is een verzegelkamer’, zei oma zachtjes. ‘Weet je wat hier gebeurt?’
Justina schudde haar hoofd.
‘Hier worden gezinnen voor eeuwig aan elkaar verzegeld. Dat betekent dat ze na hun dood in de hemel bij elkaar kunnen zijn. Kijk eens naar de spiegels.’ Oma wees naar de spiegels aan beide kanten van de kamer. ‘Zie je wat er gebeurt als je naar je spiegelbeeld kijkt?’
Justina keek in één van de spiegels en zag haar spiegelbeeld vele keren.
‘Wauw’, fluisterde Justina zachtjes. ‘Het gaat eeuwig door.’
Toen de inwijding begon, dacht Justina aan haar familie. Haar ouders waren gescheiden. En ze wist dat ze niet in de tempel verzegeld waren.
Ze keek naar haar moeder, broer en zussen die naast haar zaten. Zou ze samen met hen in de hemel kunnen zijn? Hoe moest het nu als ze niet voor eeuwig bij haar familie kon zijn omdat ze niet verzegeld waren? Door die gedachte werd ze bang en bezorgd.
Justina boog zich naar oma toe en vroeg: ‘Wat gebeurt er als je niet aan je familie verzegeld bent?’
Oma dacht even na. Toen zei ze: ‘Ik weet het niet zo goed, schat. Maar ik weet wel dat God van ons houdt en wil dat we gelukkig zijn.’
Justina dacht daarover na terwijl ze naar de volgende spreker luisterde. De inwijding was bijna voorbij. Tot slot zongen ze ‘Gods Geest brandt in ’t harte’.
Toen Justina opstond en zong, kreeg ze een warm gevoel in haar hart. Ze wist dat de Heilige Geest haar vertelde dat alles goed zou komen. Ze voelde dat haar geloof groeide.
Toen het lied was afgelopen, gaf Justina haar oma een knuffel. Ze had niet alle antwoorden, maar ze geloofde dat God heel veel van haar en haar familie hield. Ze wist dat ze Hem kon vertrouwen.
Illustraties, Jarom Vogel