Overige hulpbronnen
Aanbidding


Aanbidding

God te aanbidden houdt in Hem uw liefde, eerbied, diensten en toewijding te bewijzen. De Heer gebood Mozes: ‘Aanbid God, want Hem alleen zult gij dienen’ (Mozes 1:15). In deze bedeling heeft Hij geboden: ‘Gij zult de Heer, uw God, liefhebben met geheel uw hart, met geheel uw macht, verstand en kracht; en gij zult Hem dienen in de naam van Jezus Christus’ (LV 59:5). Als u iemand of iets boven de liefde voor God stelt, doet u aan valse verering, of wel afgoderij. (Zie Exodus 20:3–6.)

Bidden is een manier om de Vader te aanbidden. Alma gaf zijn zoon Helaman dit advies mee: ‘Roep God aan voor al uw onderhoud; ja, laten al uw handelingen tot de Heer zijn, en waarheen gij ook gaat, laat het in de Heer zijn; ja, laten al uw gedachten tot de Heer uitgaan; ja, laten de gevoelens van uw hart voor eeuwig op de Heer zijn gericht’ (Alma 37:36).

U behoort de kerkdiensten in een geest van aanbidding bij te wonen. De Heer heeft ons dit gebod gegeven: ‘opdat gij uzelf beter onbesmet van de wereld zult kunnen bewaren, zult gij naar het huis des gebeds gaan en uw offeranden offeren op mijn heilige dag; want voorwaar, dat is de dag die voor u is ingesteld om van uw arbeid uit te rusten en om de Allerhoogste uw toewijding te betonen’ (LV 59:9–10).

Deelname aan priesterschapsverordeningen maakt ook deel uit van uw aanbidding. Door eerbiedig deel te nemen aan het avondmaal en de tempel te bezoeken, denkt u aan en aanbidt u uw hemelse Vader en uit u uw dankbaarheid voor zijn Zoon, Jezus Christus.

Behalve uw uiterlijke expressies van aanbidding, dient uw houding er een van aanbidding te zijn, waar u ook bent en wat u ook doet. Alma leerde dit beginsel aan een groep mensen die uit hun kerken waren gegooid. Hij maakte hun duidelijk dat ware aanbidding zich niet beperkt tot één dag in de week. (Zie Alma 32:11.) Alma’s metgezel, Amulek, moedigde dezelfde groep aan om ‘God in geest en in waarheid [te aanbidden], waar gij u ook bevindt’ (Alma 34:38).