Overige hulpbronnen
Bekering


Bekering

De apostel Paulus heeft verklaard: ‘De gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede’ (Romeinen 8:6; zie ook 2 Nephi 9:39). In onze gevallen staat hebben we vaak te kampen met verleiding, en soms geven we toe aan ‘de wil van het vlees en het daarin schuilgaande kwaad’ (2 Nephi 2:29; zie ook ‘Val van Adam’ op pp. 165–168 in dit boek). We moeten de ‘gezindheid van de Geest’ hebben om onze zondige verlangens te overwinnen en de zegen van het eeuwige leven te krijgen. We moeten ons veranderen. Preciezer gezegd: we moeten een verandering ondergaan, ofwel ons bekeren, door de kracht van de verzoening van de Heiland en door de kracht van de Heilige Geest. Dit proces wordt bekering genoemd.

Bekering omvat een gedragsverandering, maar het gaat verder dan gedrag; het is een verandering van ons wezen. Het is zo’n ingrijpende verandering dat de Heer en zijn profeten over een wedergeboorte spreken, een verandering van hart, en een doop met vuur. De Heer heeft gezegd:

‘Verwonder u niet dat het gehele mensdom moet worden wedergeboren, ja, mannen en vrouwen, alle natiën, geslachten, talen en volken; ja, geboren uit God, veranderd van hun vleselijke en gevallen staat in een staat van rechtvaardigheid, waardoor zij, door God verlost, zijn zonen en dochters worden; en aldus worden zij nieuwe schepselen; en tenzij zij dat doen, kunnen zij geenszins het koninkrijk Gods beërven’ (Mosiah 27:25–26).

Het bekeringsproces

Bekering is een proces, niet een gebeurtenis. U komt tot bekering doordat u uw best doet om de Heiland te volgen. Dat houdt in dat u geloof oefent in Jezus Christus, u bekeert van uw zonden, u laat dopen, de gave van de Heilige Geest ontvangt en in geloof tot het einde toe volhardt.

Hoewel bekering wonderbaarlijk en ingrijpend is, komt het geleidelijk tot stand. Een bezoek van een engel en andere spectaculaire voorvallen brengen geen bekering teweeg. Zelfs Alma, die bezoek kreeg van een engel, was pas bekeerd nadat hij ‘vele dagen gevast en gebeden’ had om de waarheid te weten (Alma 5:46). En Paulus, die de herrezen Heiland heeft gezien, verkondigde dat ‘niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest’ (1 Korintiërs 12:3).

Omdat bekering een geleidelijk, constant proces is, kunt u bekeerd zijn zonder dat u dat beseft. Wellicht bent u als de Lamanieten die ‘wegens hun geloof in [Christus] ten tijde van hun bekering werden gedoopt met vuur en met de Heilige Geest; en zij wisten het niet’ (3 Nephi 9:20). Als u uw geloof blijft oefenen en de Heiland blijft volgen, zal uw bekering zich blijven verbreden.

Kenmerken van bekeerden

Het Boek van Mormon beschrijft de mensen die tot de Heer bekeerd zijn:

Zij verlangen het goede te doen. Het volk van koning Benjamin verklaarde dat ‘de Geest van de almachtige Heer (…) een grote verandering in ons, ofwel in ons hart, heeft teweeggebracht, waardoor wij niet meer geneigd zijn om kwaad te doen, maar wél om voortdurend goed te doen’ (Mosiah 5:2). Alma had het over mensen die ‘de zonde niet anders dan met afschuw’ konden aanschouwen (Alma 13:12).

Zij komen niet tegen de Heer in opstand. Mormon schreef over een groep Lamanieten die slecht en bloeddorstig waren geweest, maar die ‘zich tot de Heer bekeerden’ (Alma 23:6). Deze mensen veranderden hun naam in de Anti-Nephi-Lehieten en ‘werden een rechtvaardig volk; zij legden de wapens van hun opstand neer, zodat zij niet meer tegen God streden, noch tegen iemand van hun broeders’ (Alma 23:6–7).

Zij dragen het evangelie uit. Enos, Alma de oude, Alma de jonge, de zoons van Mosiah, Amulek, en Zeëzrom wijdden zich na hun bekering tot de Heer aan de prediking van het evangelie. (Zie Enos 1:26; Mosiah 18:1; 27:32–37; Alma 10:1–12; 15:12.)

Zij zijn vervuld van liefde. Nadat de herrezen Heiland de mensen in Amerika had bezocht, was ‘het gehele volk op het gehele oppervlak van het land tot de Heer […] bekeerd, zowel de Nephieten als de Lamanieten, en er was geen twist of woordenstrijd onder hen, en eenieder behandelde de ander rechtvaardig (…)

‘En het geschiedde dat er geen twist in het land was wegens de liefde voor God die de mensen in hun hart koesterden.

‘En er was geen afgunst, noch strijd, noch opschudding, noch hoererij, noch leugen, noch moord, noch enigerlei wellust; en er kon stellig geen gelukkiger volk zijn onder alle volken die door de hand Gods waren geschapen.

‘Er waren geen rovers of moordenaars; evenmin waren er Lamanieten of wat voor -ieten dan ook; integendeel, zij waren één, kinderen van Christus en erfgenamen van het koninkrijk Gods’ (4 Nephi 1:2, 15–17).

Streven naar een bredere bekering

U bent in hoofdzaak zelf verantwoordelijk voor uw bekering. Niemand kan uw bekering op zich nemen, en niemand kan u tot bekering dwingen. Anderen kunnen u evenwel wel helpen bij uw bekeringsproces. Kijk naar het rechtschapen voorbeeld van gezinsleden, kerkelijke leiders en leerkrachten, en mensen in de Schriften.

U kunt een grote verandering van hart ondergaan. Daarvoor zult u het volmaakte voorbeeld van de Heiland moeten volgen. Bestudeer de Schriften, bid in geloof, onderhoud de geboden, en zoek het gezelschap van de Heilige Geest. Door in het bekeringsproces te volharden, zult u ‘buitengewoon grote vreugde’ ervaren, zoals het volk van koning Benjamin toen de Geest ‘een grote verandering (…) in [hun] hart (…) teweegbracht.’ (Zie Mosiah 5:2, 4.) U krijgt dan de kracht om de raad van koning Benjamin op te volgen: ‘[Wees] standvastig en onveranderlijk […], te allen tijde overvloedig in goede werken, opdat Christus, de Here God, de Almachtige, u als de zijne zal verzegelen, en gij naar de hemel zult worden gevoerd, en gij het eeuwigdurend heil en het eeuwige leven zult hebben’ (Mosiah 5:15).