Seminarie
Mozes 1:1–11: ‘Ik heb een werk voor u, […] mijn zoon’


‘Mozes 1:1–11: “Ik heb een werk voor u, […] mijn zoon”’, Oude Testament – materiaal voor de seminariecursist (2026)

Mozes

Mozes 1; Abraham 3: Les 4

Mozes 1:1–11

‘Ik heb een werk voor u, […] mijn zoon’

Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.

Mozes ‘zag God van aangezicht tot aangezicht en hij sprak met Hem’ (Mozes 1:2). God zei tegen Mozes: ‘U bent mijn zoon’ (Mozes 1:4) en: ‘Ik heb een werk voor u’ (Mozes 1:6). Het doel van deze les is je het gevoel te geven dat je een kind van God bent en dat Hij een werk voor je te doen heeft.

De Schriften bestuderen

Wat vinden mensen van jouw leeftijd van de volgende uitspraken? Waarom?

  • Ik weet wie ik ben en dat geeft me zelfvertrouwen.

  • Ik weet wat het doel van mijn leven is.

Wat vind jij van deze uitspraken?

God heeft in de Schriften verslagen bewaard van enkele mensen die geen zelfvertrouwen of leiding in hun leven hadden. Het boek Mozes maakt deel uit van openbaringen die de profeet Joseph Smith kreeg toen hij aan een geïnspireerde revisie of vertaling van de Bijbel werkte. Het bevat enkele waardevolle inzichten in Gods interacties met Mozes.

Mozes had periodes waarin zijn doel niet erg duidelijk was. Lang voordat de Heer Mozes hielp om zijn volk uit slavernij te leiden, werd hij als Israëliet (lid van Gods verbondsvolk) geboren. Maar als baby werd hij geadopteerd door een koninklijke Egyptische familie.

Uiteindelijk vluchtte hij voor zijn leven uit Egypte naar een ander land. Daarbij liet hij de enige familie die hij had gekend achter.

  • Wat zou jij in Mozes’ situatie als doel van je leven beschouwen?

Enige tijd nadat Mozes Egypte was ontvlucht, verscheen de Heiland ‘van aangezicht tot aangezicht’ aan Mozes (Mozes 1:2).

Omdat Jezus Christus één in doel is met onze hemelse Vader, kunnen wij de Vader ook beter begrijpen als Hij spreekt (zie Johannes 10:25, 30; 3 Nephi 11:27).

notitieblok (pictogram)Teken de volgende tabel in je notitieblok om je Schriftstudie makkelijker te maken. Je kunt ook verschillende kleuren of stijlen gebruiken om in de Schriften te markeren wat je over onze hemelse Vader, Jezus Christus en Mozes te weten komt.

Onze hemelse Vader en Jezus Christus

Mozes

Onze hemelse Vader en Jezus Christus

Mozes

Lees Mozes 1:1–11 of bekijk de volgende video. Stel je voor hoe het zou zijn om dit mee te maken. Zet in de tabel wat de verzen ons over onze hemelse Vader, Jezus Christus en Mozes zeggen.

6:30

notitie (pictogram)Neem nog eens door wat je hebt gevonden. Zijn er woorden of zinsneden waardoor je een sterkere band met je hemelse Vader en Jezus Christus voelt? Maak een notitie naast de verzen die je meer inzicht geven in je relatie met Hen.

notitieblok (pictogram)Teken twee poppetjes. Kies twee van de volgende personen om iets over te weten te komen. Let erop wat voor werk God voor ieder te doen had. Noteer dan de antwoorden op de volgende vragen naast elk poppetje.

  • Wat deed de persoon om anderen te helpen en ze tot Jezus Christus te brengen?

  • Waarom zou een liefhebbende God willen dat hij of zij dit werk doet?

  • Hoe bereidde God hem of haar voor om te helpen?

Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties. Vul dan Wat nu? aan het eind van de les in.

Optie A

Mozes

Mozes splijt de Rode Zee

Kijk onder ‘Mozes’ in de Gids bij de Schriften.

Optie B

Girish

Girish is een man die in Nepal is geboren en opgegroeid, het evangelie heeft gevonden en uiteindelijk naar Utah is verhuisd. Lees het volgende of bekijk ‘Ik heb een werk voor u’ (10:25) van 0:18 tot 1:12.

10:25
Ouderling John C. Pingree jr.

Jaren later werden er ruim 1500 vluchtelingen uit kampen in Nepal naar Utah gebracht. Girish voelde zich geïnspireerd om te helpen. Hij trad met zijn kennis van de taal en cultuur als tolk, leraar en mentor op. […] Er werd een Nepaleestalige gemeente gesticht. Girish werd daar later gemeentepresident. Hij speelde ook een cruciale rol bij de vertaling van het Boek van Mormon in het Nepalees. (John C. Pingree jr., ‘Ik heb een werk voor u’, Liahona, november 2017, 32.)

Optie C

Een ontmoedigde zuster.

biddende zuster

Ouderling John C. Pingree jr. van de Zeventig heeft verteld:

Ouderling John C. Pingree jr.

Op een dag smeekte een ontmoedigde zuster: ‘Heer, wat verwacht U van mij?’ Hij antwoordde: ‘Zie naar anderen om.’ […] Sindsdien vindt ze het fijn om naar anderen om te zien die vaak vergeten worden. God heeft via haar veel mensen gezegend. (‘Ik heb een werk voor u’, Liahona, november 2017, 33–34.)

Wat nu?

notitieblok (pictogram)Teken nog een poppetje en schrijf jouw naam eronder.

Ouderling John C. Pingree jr. van de Zeventig heeft getuigd:

Ouderling John C. Pingree jr.

God zei tegen Mozes: ‘Ik heb een werk voor u’ (Mozes 1:6). Vraagt u zich weleens af of onze hemelse Vader een werk voor u heeft? Zijn er belangrijke dingen die Hij ú met de nodige voorbereiding tot stand wil laten brengen? Ik getuig dat het antwoord ja is! (‘Ik heb een werk voor u’, Liahona, november 2017, 32.)

notitie (pictogram)Neem even de tijd om te bidden. Vraag je hemelse Vader om je te laten inzien welk werk Hij voor je heeft. Noteer je ingevingen eventueel in je Schriften (naast vers 6). Je geestelijke indrukken opschrijven, kan je nu en in de toekomst helpen om zijn hand in je leven te herkennen. De volgende vragen kunnen je aan het denken zetten over zijn werk voor jou.

  • Wat doe ik al dat in dit leven deel van Gods werk voor mij uitmaakt?

  • Hoe zou God willen dat ik zijn werk bij ons thuis doe? En in mijn wijk of gemeente?

Geef je mening

Lesdoel: Beseffen dat je een kind van God bent en dat Hij een werk voor je te doen heeft.

delen (pictogram)Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:

  • Wat het voor jou betekent om een kind van God te zijn dat een werk te doen heeft. Vermeld ook Schriftteksten die je dat gevoel geven.

  • Wat je over Gods werk voor zijn kinderen op aarde hebt geleerd. Wat je al doet om deel te nemen aan zijn werk.

  • Iets wat je hebt gedaan om het doel van deze les te bereiken.

  • Welke vragen deze les bij je heeft opgeroepen. Hoe ga je antwoorden op je vragen vinden?