Vriend
Paastoneelstukje
Maart 2026


‘Paastoneelstukje’, Vriend, maart 2026, 16–23.

Paastoneelstukje

Je kunt dit toneelstukje als gezin en met vrienden opvoeren om het paasverhaal te vertellen. Je kunt je zelfs kleden zoals de mensen zich tijdens het leven van de Heiland in Jeruzalem kleedden.

Stel je bij de opvoering voor hoe het zou zijn als je daar bij Jezus was. Hoe zou je je voelen? Bespreek na de opvoering wat je geleerd en gevoeld hebt.

Scène 1

Palmzondag

De discipelen staan in een rij om een pad te vormen voor de persoon die de platen laat zien en zwaaien met hun palmbladeren.

Verteller: De zondag voordat Jezus Christus stierf, reed Hij op een ezel Jeruzalem binnen. ‘Toen Hij […] was gekomen, begon de hele menigte van de discipelen zich te verblijden en God met luide stem te loven om alle machtige daden die zij gezien hadden.’

De persoon die de platen laat zien loopt over het pad met plaat 1 (Jezus Christus op de ezel). De discipelen roepen een paar keer ‘Hosanna!’ terwijl ze met hun palmbladeren zwaaien.

Discipel 1: ‘Gezegend is de Koning, Die daar komt in de Naam van de Heere. Vrede in de hemel en heerlijkheid in de hoogste hemelen.’

Verteller: ‘Toen Hij Jeruzalem binnenkwam, raakte heel de stad in opschudding en men zei: Wie is Dat?’

Discipel 2: ‘Dat is Jezus, de Profeet uit Nazareth in Galilea.’

Iedereen zingt de derde strofe van ‘Dierbare Heiland’ (Lofzangen, nr. 58).

Scène 2

Het laatste avondmaal

Verteller: Op donderdag kwam Jezus Christus met zijn discipelen bij elkaar en gaf hun het avondmaal.

De persoon die de platen laat zien laat plaat 2 zien (Jezus tijdens het laatste avondmaal). De discipelen zitten eromheen en kijken naar de plaat van Jezus.

Verteller: ‘En terwijl zij aten, nam Jezus brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het hun en zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam.’

Een van de discipelen houdt eerbiedig het brood omhoog.

Verteller: ‘En Hij nam de drinkbeker en nadat Hij gedankt had, gaf Hij hun die en zij dronken er allen uit. En Hij zei tegen hen: Dit is Mijn bloed, het bloed van het nieuwe verbond, dat voor velen vergoten wordt.’

Een van de discipelen houdt eerbiedig de beker omhoog.

Verteller: Jezus leerde ze ook iets belangrijks. Hij zei: ‘Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb. […] Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt.’

Iedereen zingt ‘Houd van elkander’ (Lofzangen, nr. 199).

Scène 3

De hof van Gethsémané

Verteller: ‘Toen ging Jezus met hen naar een plaats die Gethsémané heette, en zei tegen de discipelen: Ga hier zitten, terwijl Ik daar ga bidden.’

De discipelen zitten samen aan de ene kant van het podium. De persoon die de platen laat zien staat aan de andere kant van het podium en houdt plaat 3 omhoog (Jezus bidt in de hof).

Verteller: ‘En nadat [Jezus] iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.’

De discipelen gaan liggen en doen alsof ze slapen.

Verteller: Toen de Heiland bad, vielen zijn discipelen in slaap. Jezus leed alleen in de hof. Hij voelde al onze pijn en ons verdriet, zodat Hij ons kon begrijpen en helpen. Hij leed om de prijs voor onze zonden te betalen.

Iedereen zingt ‘Gethsémané (Liahona, maart 2018, 74–75).

Scène 4

Het kruis

Verteller: Nadat Jezus had gebeden, namen soldaten Hem mee en bonden Hem vast. Hoewel Hij niets verkeerds had gedaan, veroordeelden de leiders Hem ter dood.

De persoon die de platen laat zien houdt plaat 4 (de Heiland aan het kruis) omhoog. De discipelen knielen neer en kijken omhoog naar de plaat.

Verteller: Toen Hij aan het kruis hing, zei Jezus: ‘Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen.’ Zelfs in zijn grote pijn was Hij het volmaakte voorbeeld van liefde en vergeving.

Iedereen zingt ‘Er is een heuvel ver van hier’ (Lofzangen, nr. 130).

Scène 5

Het graf

Verteller: Na de dood van Jezus Christus lag zijn lichaam drie dagen in een graf. Op de derde dag kwamen Maria Magdalena en andere vrouwen het graf bezoeken. ‘Zij vonden de steen van het graf afgewenteld. […] En toen ze naar binnen gegaan waren, vonden zij het lichaam van de Heere Jezus niet.’

Maria en de andere vrouwen lopen droevig het podium op en kijken verward om zich heen.

Verteller: Er verschenen twee engelen die tot de vrouwen spraken.

Engel 1 en Engel 2 gaan naast Maria op het podium staan.

Engel 1: ‘U hoeft niet bevreesd te zijn, want ik weet dat u Jezus zoekt, Die gekruisigd was.’

Engel 2: ‘Hij is hier niet, want Hij is opgewekt.’

Verteller: ‘En zij gingen haastig van het graf weg, met vrees en grote blijdschap, en zij snelden weg om het Zijn discipelen te berichten.’

Maria en de andere vrouwen rennen blij het podium af om iedereen over het goede nieuws te vertellen.

Maria: Hij is opgewekt! Jezus Christus leeft!

De persoon die de platen laat zien houdt plaat 5 (de herrezen Christus) omhoog. Iedereen gaat terug naar het podium.

Verteller: Onze Heiland is op paasochtend opgewekt. Dankzij Hem is alles veranderd. We kunnen hoop, vrede en geluk hebben. Omdat Hij leeft, is Hij nu en altijd bij ons.

Iedereen zingt ‘Hij is verrezen’ (Kinderliedjes, p. 44).

Pdf met illustratie van kinderen gekleed in Bijbelse kleding die palmtakken vasthouden

Illustraties, Róisín Hahessy. Schilderijen, Dan Burr. Kopiëren alleen toegestaan voor kerkelijk gebruik.

  1. Lukas 19:37

  2. Lukas 19:38

  3. Mattheüs 21:10

  4. Mattheüs 21:11

  5. Markus 14:22

  6. Markus 14:23–24

  7. Johannes 13:34–35

  8. Mattheüs 26:36

  9. Mattheüs 26:39

  10. Lukas 23:34

  11. Lukas 24:2–3

  12. Mattheüs 28:5

  13. Mattheüs 28:6

  14. Mattheüs 28:8