‘Mia’s Goede Week’, Vriend, maart 2026, 12–13.
Mia’s Goede Week
Elke dag werden we aan Jezus Christus herinnerd.
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
We begonnen ons een week van tevoren op Pasen voor te bereiden! Papa zei dat de week voor Pasen de Goede Week heet. Mama zei dat er elke dag een verrassing op de keukentafel zou liggen. Elke verrassing zou ons helpen om aan Jezus Christus te denken. Dit heb ik er in mijn dagboek over geschreven.
Op de eerste dag vonden we papieren bladeren.
Mama en papa lazen het verhaal van Palmzondag uit de Schriften voor. Toen Jezus Christus naar Jeruzalem ging, zwaaiden de mensen met palmtakken en riepen ze: ‘Hosanna!’
Mijn zus Lucy hield een plaat van Jezus op een ezel vast. Wij zwaaiden met onze papieren takken. Ik was blij toen ik me voorstelde dat ik Jezus verwelkomde.
Op de tweede dag vonden we een vuilniszak.
Jezus was boos dat mensen in de tempel dingen verkochten, dus gooide Hij ze eruit. We raapten afval uit de bosjes rond de kerk op. Ik ben blij dat we voor Gods huis konden zorgen!
Op de derde dag vonden we klei.
Mama las verhalen voor die Jezus Christus aan de mensen had verteld. We luisterden en knutselden dingen uit de verhalen met de klei. Lucy maakte een schaap omdat Jezus de goede Herder is. Ik maakte een olielampje. Daardoor dacht ik eraan dat ik geloof in mijn hart wilde houden.
Op de vierde dag vonden we kaneel.
Papa vertelde ons dat Maria Jezus Christus een speciale olie voor zijn voeten gaf. De geur vulde het hele huis.
We hadden die speciale olie niet. In plaats daarvan gebruikten we kaneel om iets lekkers te bakken. Mama zei dat we moesten bedenken wat we Jezus konden geven, als we tijdens het bakken de kaneel roken.
Op de vijfde dag vonden we kaarsen.
We staken de kaarsen aan en zongen een lied, net zoals Jezus Christus en zijn discipelen bij het laatste avondmaal een lied zongen. We aten pitabroodjes en dronken druivensap om aan het eerste avondmaal te denken. We hadden ook granaatappels om ons aan het bloed van Jezus te herinneren, en olijven voor de hof van Gethsémané.
Terwijl we aten, hoorden we buiten onweer. Ik voelde me veilig en dankbaar omdat ik wist dat Jezus de donkerste storm al had doorstaan.
Op de zesde dag vonden we een bloempot.
We lazen hoe Jezus Christus voor ons is gestorven. Toen namen we de lege bloempot mee naar de tuin en legden die op zijn kant, als een graftombe. We legden er aarde en stenen omheen, maar lieten de ingang open. Mama gaf ons een poppetje dat het lichaam van Jezus voorstelde. We wikkelden het eerbiedig in een wit doekje en legden het in de bloempot.
Hoewel het maar een bloempot was, voelde ik me toch verdrietig toen ik de ingang met een steen afsloot.
Op de zevende dag vonden we een blad papier met de namen van onze voorouders erop.
Mama zei dat Jezus Christus na zijn dood met zendingswerk in de geestenwereld was begonnen. Op die manier konden mensen die zijn evangelie niet op aarde hadden gekend, toch over Hem leren. In de tempel kunnen we ons laten dopen voor mensen die vóór hun dood niet zijn gedoopt.
Lucy en ik zijn nog niet oud genoeg om de tempel in te gaan, maar we hebben geholpen met het uitknippen van de afgedrukte naamkaartjes. Mama en papa deden om de beurt tempelwerk voor de mensen op de kaartjes en wandelden met ons door de tuin. Zelfs van buiten voelde de tempel een beetje hemels aan.
Met Pasen vonden we een leeg graf.
Op paasochtend was de steen voor de bloempot verdwenen en was het doekje leeg. Er lag een kaartje waarop stond: Hij is opgestaan!
Ik wist al dat Jezus Christus de reden voor Pasen is. Nu ik de Goede Week heb gevierd, heb ik het gevoel dat ik Hem een beetje beter ken.
Illustraties, Melissa Kashiwagi. Kopiëren alleen toegestaan voor kerkelijk gebruik.