‘Ik zal Celeste terugzien’, Vriend, april 2025, 30–31.
Ik zal Celeste terugzien
‘Deze bloemen doen me denken aan de opstanding’, zegt mama.
Een waargebeurd verhaal uit de VS.
Ik leun achterover op mijn hielen en kijk naar de tuin. Er ligt een strook donkere aarde tegen de zijkant van het huis van de familie Johnson, waar mama en ik net bloembollen hebben geplant. Ik druk de grond aan en zucht.
‘Bedankt voor je hulp bij het planten’, zegt mama.
Ik kijk naar mijn handen die bedekt zijn met vuil en zeg niets. Ik denk aan Celeste Johnson. Celeste, die vroeger in dit huis woonde. Celeste, die bijna precies even oud was als ik. Celeste, die met me mee naar het jeugdwerk ging. We speelden samen en gingen naar elkaars verjaardagsfeestjes. Soms zetten we een tent op in haar achtertuin en deden we alsof we kampeerden. Ze was mijn beste vriendin.
Celeste is er nu niet meer. Ze stierf een paar maanden geleden bij een auto-ongeluk. Bij ons thuis huilden we veel. Celeste was onze vriendin en we wisten dat we haar zouden missen. We huilden omdat Celestes vader in het auto-ongeluk gewond was geraakt. We huilden omdat de familie van Celeste verdrietig was.
Ik wilde Celestes familie heel graag helpen. Ik heb een knuffeldier gegeven aan Ella, het zusje van Celeste. Ik heb ook een paar mensen van de wijk geholpen met het maken van cadeautjes voor het gezin van Celeste. Ik wilde dat ze zich geliefd voelden.
Toen ik naar Celestes begrafenis ging, zat ik dicht bij vrienden van de kerk. We zongen ‘Geloof’, het favoriete jeugdwerkliedje van Celeste, dat aangeeft hoe we weer bij God kunnen wonen. Het herinnerde me eraan dat ik Celeste weer zou zien. Op de begraafplaats legde ik een bloem op de kist. Iedereen die Celeste kende, was nog steeds verdrietig. We misten haar. Maar toen ik bad en vastte, voelde ik me minder verdrietig. In de Schriften lezen en praten met vrienden van de kerk hielp ook.
Vandaag zijn we bij de familie Johnson op bezoek om ze te helpen bloembollen in hun tuin te planten. De bolletjes zijn nu nog klein en bruin. Ik weet niet precies hoe ze er in het voorjaar uit zullen zien, maar ze zullen vast mooi zijn.
Mama kijkt naar me en zegt: ‘Weet je wat ik mooi vind aan bloembollen?’
Ik schud mijn hoofd. De zon schijnt fel en ik moet mijn ogen dichtknijpen om naar haar te kijken. ‘Wat?’
‘De bloemen van deze bollen sterven af in de winter, maar ze komen altijd terug in het voorjaar’, zegt ze. ‘Ze doen me denken aan de opstanding. Je kunt de bloemen niet zien nadat ze zijn gestorven, maar dat betekent niet dat ze weg zijn. Net als Celeste en wij allemaal als we sterven. Door Jezus Christus zullen wij allemaal opstaan en weer leven.’
Ik kijk naar de hopen aarde. De bollen zullen groeien en groeien, en de aarde opzij duwen. Ik weet dat het in de lente prachtige bloemen zullen zijn, en ik weet dat ik Celeste weer zal zien.
Ik leun op de grond waar de bollen geplant zijn en blaas er een kus naartoe. ‘Tot in het voorjaar!’ fluister ik.
Illustraties, Shawna J.C. Tenney