Jesaja 58–66: Les 126
Jesaja 58:1–12
De kracht van vasten en bidden
Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.
Iedereen wil gezien en erkend worden voor zijn inspanningen. De Israëlieten hadden het moeilijk toen hun inspanningen om te vasten schijnbaar onopgemerkt bleven. Bij monde van Jesaja leerde de Heer het volk over vasten en hoe belangrijk onze ingesteldheid is. Deze les kan je een verlangen geven om op de wijze van de Heer te vasten.
De Schriften bestuderen
Het ontbijt op zondag verliep zoals altijd. Terwijl Chari de eerste hap van haar ontbijtgranen nap, riep haar moeder vanuit de andere kamer: ‘Vergeet niet dat het vastenzondag is!’
Chari zuchtte terwijl ze voorover in haar stoel zakte. Gunther keek naar zijn zus en lachte terwijl hij zijn kom terug in de kast zette.
‘Trek het je niet aan, ik was het ook vergeten’, zei hij. ‘Maar ik ben gisteravond vroeg gaan slapen, dus ik denk dat ik al half klaar ben.’
‘Niet te geloven dat ze het pas zei toen ik mijn eerste hap al had genomen’, zei Chari. ‘Denk je dat het nog steeds telt als ik nu gewoon stop met eten, of moet ik helemaal opnieuw beginnen?’
Welke misvattingen hebben Chari en Gunther over vasten?
Bedenk even wat jij van vasten vindt terwijl je de volgende vraag overdenkt:
-
Welke vragen of zorgen heb je over vasten?
Streef bij je studie vandaag naar de leiding van de Heer om je te helpen met eventuele zorgen die je hebt, en om een verlangen te krijgen om te vasten.
De Heer droeg Jesaja op om de zonden van het huis van Israël vrijmoedig te verkondigen. Ze voerden bijvoorbeeld openlijk met de verkeerde bedoelingen godsdienstige praktijken uit, waaronder vasten.
Lees Jesaja 58:3–5. Markeer antwoorden op deze twee vragen:
-
In welke opzichten leek de houding van de Israëlieten op die van Chari en Gunther?
-
Wat hadden de mensen volgens de Heer niet goed gedaan met hun vasten?
NB Met ‘riet’ (vers 5) wordt een lange, dunne grashalm bedoeld. Een ‘rouwgewaad’ (vers 5) is een kledingstuk van ruwe stof dat mensen vroeger droegen als symbool van hun nederigheid of verdriet. Om dezelfde reden strooiden ze ook as over zichzelf uit.
Jesaja 58:6–7 is een Schrifttekst kerkleerbeheersing. Overweeg om Schriftteksten kerkleerbeheersing te taggen met hun onderwerp, zodat je ze later makkelijk kunt terugvinden. Leer de tekstverwijzing en kerngedachte, ‘De zegeningen van vasten op de juiste manier’, uit het hoofd. Schrijf de tekstverwijzing en de kerngedachte vijf keer in je notitieblok. Zeg daarbij de tekstverwijzing en kerngedachte hardop op.
Maak naast Jesaja 58:6 een notitie met de tekst: ‘Als ik vast zoals de Heer dat wil, dan ….’ Lees vervolgens Jesaja 58:6–12. Markeer in deze verzen woorden of zinsneden die de zin afmaken. Op basis van Jesaja 58:6 kun je de zin bijvoorbeeld als volgt afmaken: ‘Als ik vast zoals de Heer dat wil, dan zal Hij mij helpen de boeien van de goddeloosheid los te maken’.
De Heiland onderwees over vasten en leefde het beginsel Zelf ook na. Hij vastte voordat Hij aan zijn aardse zending begon (zie Bijbelvertaling van Joseph Smith, Mattheüs 4:1). Hij zei ook dat sommige slechte invloeden alleen ‘door bidden en vasten’ verdwijnen (Mattheüs 17:19, 21).
Bekijk eventueel ‘Fast Offerings: A Simple Commandment with a Marvelous Promise’ (3.01). Let op waarheden die president Henry B. Eyring van het Eerste Presidium onderwijst terwijl hij vertelt over de vastengaven van een vrouw in Sierra Leone tijdens een oorlog.
Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties.
Optie A
Hoe wil de Heer dat ik vast?
Hoewel de Heer ons gebiedt om te vasten, wil Hij dat we dat anders doen dan de Israëlieten in Jesaja 58 of Chari en Gunther in het verhaal aan het begin van de les. Hij wil dat we met een nederige houding, een doel en een eerlijke bedoeling vasten.
Lees minstens drie passages en ga na wat je van de Heer over vasten leert. Tag elke passage met ‘vasten’.
-
Psalmen 35:13
-
Joël 2:12
-
Jona 3:4–10
-
Mattheüs 6:16–18
Optie B
Hoe kan vasten mij tot zegen zijn?
President Gordon B. Hinckley (1910–2008) heeft gezegd:
Stelt u zich eens voor [dat] de beginselen van de vastendag en de vastengaven overal in de wereld werden toegepast. De hongerigen zouden gevoed worden, de naakten gekleed en de daklozen zouden onderdak krijgen. […] In het hart van alle mensen zou een nieuw gevoel van bezorgdheid voor anderen en onzelfzuchtigheid ontstaan. (‘The State of the Church’, Ensign, mei 1991, 52–53.)
Kies een of twee van de volgende situaties om de zegeningen van vasten beter te begrijpen:
-
Een jongeman heeft stress over zijn schoolwerk en zijn toekomst.
-
Een jongevrouw heeft het gevoel dat ze nooit meer rein kan worden vanwege haar zonden.
-
Een jongeman bidt om te weten of de kerk waar is, maar lijkt niet echt antwoord te krijgen.
-
Een jongeman staat voor een probleem en weet niet of hij daar tegen opgewassen is.
Gebruik een of meer zinsneden uit Jesaja 58:6–12 of uit de citaten om iemand in die situatie aan te sporen om te vasten en God om hulp te vragen. Noteer je antwoord in je notitieblok.
Geef je mening
Lesdoel: Jou een verlangen geven om op de wijze van de Heer te vasten.
Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:
-
Wat je uit je studie hebt geleerd over vasten op de wijze van de Heer.
-
De situatie die je hebt gekozen en hoe de zinsnede uit Jesaja die persoon kan motiveren.
-
Wat je hebt gedaan om het doel van deze les te bereiken.
-
Welke vragen deze les bij je heeft opgeroepen. Hoe ga je antwoorden op je vragen vinden?