Elia slaat de Jordaan, Robert T. Barrett
2 Koningen 2–7: Les 83
2 Koningen 2–4
De Heer geeft Elisa macht en gezag
Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.
Heb je ooit een roeping gekregen? Als we een roeping aanvaarden, ontvangen we van de Heer het gezag om te dienen. Als we ernaar streven om ijverig te dienen en meer op Hem te gaan lijken, zal Hij ons met zijn macht zegenen. Het verhaal waarin de Heer na de hemelvaart van Elia macht en gezag aan de profeet Elisa verleende, illustreert dit prachtig. In deze les leer je dat de Heer de mensen die Hij in zijn dienst roept, macht en bevoegdheid geeft.
De Schriften bestuderen
Kijk naar de foto’s van een dokter en van president Russell M. Nelson. Denk na over de volgende vragen:
-
Wat zijn enkele taken van deze persoon?
-
Wie gaf de persoon het gezag om zijn of haar rol te vervullen?
-
Waarom vertrouw je hem of haar?
Denk na over de volgende vragen. Luister ondertussen naar ingevingen van de Heilige Geest over iets wat de Heer je duidelijk wil maken over dienen in roepingen met macht en gezag van de Heer.
-
Wat begrijp ik over macht en gezag van de Heer om in een roeping te dienen?
-
Hoe kan dit begrip mijn reactie beïnvloeden als ik of iemand anders een roeping van de Heer ontvangt?
Elisa maakte iets mee waardoor hij leerde dat de Heer macht en gezag geeft aan mensen die Hij roept. Zoek bij je studie naar bewijzen hiervan.
Je kunt uitleggen dat de Heer aan Elia openbaarde dat Elisa profeet zou worden (zie 1 Koningen 19:16, 19). Elisa wist dat de Heer Elia spoedig zou wegnemen (zie 2 Koningen 2:1–3). Op Elia’s laatste dag volgde Elisa hem van stad tot stad tot ze bij de Jordaan aankwamen.
Lees 2 Koningen 2:8–15. Maak drie of vier eenvoudige tekeningen van wat er in de verzen gebeurde. De tekening die je van vers 8–9 maakt, kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
Context. Een mantel is een kledingstuk. De mantel van Elia en Elisa gaf hun geen macht en gezag, het was een symbool voor Gods macht en gezag. Tegenwoordig noemen we in de kerk iemands roeping of gezag soms zijn of haar ‘mantel’. Als we bijvoorbeeld een nieuwe profeet ondersteunen als president van de kerk, ontvangt hij de mantel van gezag.
Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties. Doe daarna ‘Wat nu?’ aan het eind van de les.
Optie A
Wat houdt het in om met Gods gezag te dienen?
Op aanwijzing van Christus werd het priesterschapsgezag door middel van de profeet Joseph Smith hersteld. Als je in een roeping bent aangesteld, werk je met priesterschapsgezag. Naast gezag is geestelijke kracht essentieel om je roeping te vervullen. ‘Gods […] macht vloeit alle leden van de kerk toe – mannen en vrouwen – als ze de verbonden nakomen die ze met Hem hebben gesloten.’ (Algemeen handboek: dienen in De Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen, 3.5, Evangeliebibliotheek.) Ze wordt verleend als je ernaar streeft zijn geboden te onderhouden en de verbonden die je hebt gesloten na te leven.
Zuster Jean B. Bingham, destijds algemeen ZHV-presidente, heeft gezegd:
Hoewel vrouwen niet tot een ambt in het priesterschap geordend worden, worden ze wel […] met priesterschapsmacht gezegend als ze hun verbonden nakomen. En ze werken met priesterschapsgezag als ze voor een roeping aangesteld zijn. (‘Verenigd in Gods werk’, Liahona, mei 2020, 61.)
Bekijk eventueel de video ‘Jesus Calls Twelve Apostles to Preach and Bless Others’ (1:38). Bedenk hoe onze hemelse Vader en Jezus Christus hun liefde tonen door hun gezag en macht aan hun dienstknechten op aarde te geven.
Beantwoord in je notitieblok de volgende vragen:
-
Overweeg: De Heer geeft gezag en macht aan mensen die Hij roept. Waarom is het nuttig om dit in gedachten te houden als je een roeping krijgt?
-
Waarom kan het nuttig zijn om dat in gedachten te houden als je anderen in hun roeping steunt?
Optie B
Hoe kan ik geloof in de profeet van de Heer hebben?
De Heer geeft zijn gekozen profeten macht en gezag om zijn doeleinden te vervullen. Als je geloof oefent door de profeten van de Heer te volgen, kun je een getuigenis van hun roeping krijgen.
In 2 Koningen 4:1–7 staat een voorbeeld van een weduwe die geloof oefende, en er wordt verteld hoe de profeet Elisa haar gezin redde.
Lees 2 Koningen 4:1–7. Markeer in één kleur wat Elisa’s instructies waren. Markeer in een andere kleur hoe de weduwe in geloof handelde. Bedenk wat je van de zegening voor de vrouw over de Heer kunt leren.
President Russell M. Nelson heeft gezegd:
Je begrijpt misschien niet altijd alles wat een levende profeet zegt. Maar als je weet dat een profeet een profeet is, kun je de Heer nederig en gelovig om een eigen getuigenis vragen aangaande datgene wat zijn profeet verkondigd heeft. (‘Pal staan als ware millennials’, Liahona, oktober 2016, 53.)
Wat nu?
Kies een van de volgende situaties. Schrijf in het kort op wat Elisa deze persoon zou willen laten weten. Vermeld in je antwoord Schriftteksten, uitspraken van kerkleiders of inzichten die je door de Geest hebt gekregen bij het bestuderen van het verhaal van Elisa’s roeping.
-
Een jongeman of jongevrouw wordt als quorumpresident of klaspresidente geroepen. Hij of zij meent niet genoeg kennis te hebben om die roeping goed te kunnen vervullen.
-
Een zendeling wordt geroepen in een land waar de mensen een andere taal spreken. Hij of zij maakt zich zorgen over zijn of haar vermogen om het evangelie effectief te kunnen delen.
Geef je mening
Lesdoel: Je laten begrijpen dat de Heer macht en bevoegdheid verleent aan wie Hij roept.
Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:
-
De tekening uit je studie van de verzen.
-
Het briefje dat je schreef voor Wat nu?
-
Wat je hebt gedaan om het doel van deze les te bereiken.
-
Welke vragen deze les bij je heeft opgeroepen. Hoe ga je antwoorden op je vragen vinden?