Seminarie
Oefening kerkleerbeheersing 5: Kerngedachten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen


een tienermeisje wandelt door een veld met wilde bloemen

1 Samuel 17–18; 24–26; 2 Samuel 5–7: Les 76

Oefening kerkleerbeheersing 5

Kerngedachten uit het hoofd leren en beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toepassen

Ga naar ‘De Schriften bestuderen’ om je geestelijk op je studie voor te bereiden.

Kerkleerbeheersing kan je helpen om je fundament op Jezus Christus en zijn evangelie leren bouwen. In deze les krijg je de kans om de kerngedachten in Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd te leren. Je leert ook de goddelijke beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toe te passen.

Uit het hoofd leren

jongere leest in de Schriften

Denk aan de eerste keer dat je iets uit het hoofd leerde. Weet je nog wat het was? Soms kunnen we dingen makkelijk uit ons hoofd leren, zoals liedjesteksten, maar soms is het ook weleens moeilijker. Heb je weleens een Schrifttekst uit het hoofd geleerd? Wat had je daar aan?

tagpictogramNeem de Schriftteksten kerkleerbeheersing die je tot nu toe hebt bestudeerd nog eens door. Kijk of ze in je Schriften getagd zijn.

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Kerngedachte

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Mozes 1:39

Kerngedachte

‘Dit is mijn werk en mijn heerlijkheid: de onsterfelijkheid en het eeuwige leven van de mens tot stand te brengen.’

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Mozes 7:18

Kerngedachte

‘De Heer noemde zijn volk Zion, omdat zij één van hart en één van zin waren.’

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Abraham 2:9–11

Kerngedachte

De Heer beloofde Abraham dat zijn zaad ‘deze bediening en dit priesterschap’ tot ‘alle natiën’ zou brengen.

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Abraham 3:22–23

Kerngedachte

We waren als geesten ‘georganiseerd eer de wereld was’.

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Genesis 1:26–27

Kerngedachte

‘God schiep de mens naar Zijn beeld.’

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Genesis 2:24

Kerngedachte

‘Een man [zal] zich aan zijn vrouw hechten; en zij zullen tot één vlees zijn.’

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Genesis 39:9

Kerngedachte

‘Hoe zou ik dan dit grote kwaad doen en zondigen tegen God?’

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Exodus 20:3–17

Kerngedachte

De tien geboden

Schrifttekst kerkleerbeheersing

Jozua 24:15

Kerngedachte

‘Kies voor u heden wie u zult dienen.’

notitieblokpictogramKies een van de bovenstaande passages. Doe dan deze stappen:

  1. Schrijf de Schrifttekst kerkleerbeheersing en kerngedachte in je notitieboek (liefst met potlood).

  2. Lees ze daarna hardop voor.

  3. Gum na het lezen een of twee woorden of getallen uit, of streep die door.

  4. Lees de tekstverwijzing en kerngedachte nog een keer hardop voor.

  5. Blijf dit doen totdat je alle woorden of getallen hebt uitgegumd of doorstreept.

  6. Probeer de verwijzing en kerngedachte uit het hoofd op te schrijven.

Leren en toepassen

Lees het volgende scenario of bekijk de video ‘Een levend getuigenis’ van tijdcode 0:00 tot 6:50. Denk na over de waarde van ieder mens als kind van God en hoe belangrijk het is om anderen te zien en te behandelen zoals de Heiland dat doet.

10:14

Jan en zijn vrienden zijn op school en op sociale media vaak gemeen voor anderen. Ze denken dat het gewoon grappig en leuk is. Op een dag ziet Jan dat zijn zusje wordt gepest. Hij ziet hoeveel verdriet dat haar doet. Hij maakt zich zorgen over het pestgedrag en wat het effect op haar zal zijn. Nu hij ziet dat zijn zusje wordt gepest, beseft Jan iets wat hij eerder niet besefte. Hij ziet in hoe zijn vrienden en hij anderen zich laten voelen. Hij is er verdrietig om en vraagt zich af wat hij nu moet doen.

notitieblokpictogramNeem de tijd om de beginselen in Geestelijke kennis verkrijgen in het Basisdocument kerkleerbeheersing (2023) door te nemen. Beantwoord daarna de volgende vragen in je notitieblok:

  • Wat kan Jan overwegen te veranderen aan de manier waarop hij anderen behandelt?

  • Waarom zou het moeilijk kunnen zijn om dat te veranderen?

Neem de volgende studie-opties door. Kies een of meer opties. Doe daarna ‘Wat nu?’ aan het eind van de les.

Optie A

Hoe kan ik in geloof handelen?

notitieblokpictogramOm te laten zien wat Jan kan doen, maak je een stripverhaal met drie tot zes plaatjes waaruit blijkt hoe hij met geloof in Jezus Christus kan handelen. Bedenk bij het maken van je stripverhaal hoe Jan zijn kennis van Jezus Christus kan gebruiken.

Optie B

Hoe onderzoek ik ideeën en vragen vanuit een eeuwig perspectief?

notitieblokpictogramMaak een lijstje van alles wat onze hemelse Vader zou willen dat Jan weet. Denk aan leringen in de Schriften, zoals Genesis 1:26–27 en 1 Samuel 16:7, waardoor hij op een betere manier naar zichzelf en anderen kan kijken.

Optie C

Hoe kan ik naar meer inzicht streven met behulp van bronnen die God heeft aangewezen?

notebook iconMaak een lijst met Schriftteksten of conferentietoespraken die Jan kan bestuderen om zich te bekeren en te veranderen.

Ga bijvoorbeeld naar Algemene conferentie in de Evangeliebibliotheek. Ga naar ‘Onderwerpen’ en kies een onderwerp dat op Jan van toepassing is, zoals naastenliefde, medeleven, voorbeeld of bekering. Zoek in een toespraak naar een citaat waaruit Jan kracht kan putten of iets kan leren.

Als je hulp nodig hebt bij het vinden van een Schrifttekst, kun je de Schriftteksten kerkleerbeheersing doornemen.

Wat nu?

jongeren in een klaslokaal

Maak het verhaal af: Wat gaat Jan doen, nu hij de manier verandert waarop hij mensen behandelt? Bedenk de volgende twee delen van het verhaal:

  1. Wat Jan zegt tegen de mensen voor wie hij eerst onvriendelijk was

  2. Hoe Jan voortaan met zijn vrienden omgaat

Geef je mening

Lesdoel: Je helpen om de kerngedachten in Schriftteksten kerkleerbeheersing uit het hoofd te leren en de goddelijke beginselen voor het verkrijgen van geestelijke kennis toe te passen.

Bespreek een of meer van de volgende dingen met je leerkracht of klas:

  • Wat je hebt opgeschreven voor optie A, B of C.

  • Het vervolg van Jans verhaal.

  • Wat je hebt gedaan om het doel van deze les te bereiken.

  • Welke vragen deze les bij je heeft opgeroepen. Hoe ga je antwoorden op je vragen vinden?