‘Zacharia 1–8: “Keer terug naar Mij”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘Zacharia 1–8: “Keer terug naar Mij”’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
Haggaï 1–2; Zacharia 1–8; 10–14: Les 156
Zacharia 1–8
‘Keer terug naar Mij’
Na vijftig jaar gevangenschap in Babylon en Perzië was een overblijfsel van het huis van Israël fysiek naar hun heilige land teruggekeerd, maar geestelijk waren ze nog ver van de Heer verwijderd. Bij monde van de profeet Zacharia hernieuwde de Heiland zijn uitnodiging: ‘Keer terug naar Mij’ (Zacharia 1:3), met de belofte dat Hij ‘in [het] midden [van zijn volk zou] wonen’ (Zacharia 2:10). Deze les kan de cursisten duidelijk maken hoe ze zich tot de Heer kunnen wenden.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten zich afvragen wat ze zouden zeggen tegen een vriend(in) die de liefde van de Heer niet voelt. De cursisten kunnen zich voorbereiden om hun advies aan de klas te vertellen. De cursisten kunnen een vertrouwde vriend(in) of ouder vragen welke raad zij in deze situatie zouden geven.
Mogelijke leeractiviteiten
Waarom keren sommige mensen zich van Jezus Christus af?
Toon aan het begin van de les eventueel een afbeelding van de Heiland naast een poppetje met een pijl die van Hem af wijst.
Wat zijn enkele redenen waarom tieners zich van de Heer afkeren?
Herinner de cursisten eraan dat profeten door het hele Oude Testament heen de uitnodiging van de Heiland verkondigden om zich tot Hem te wenden of tot Hem terug te keren, ongeacht de reden waarom ze zich van hem hadden afgekeerd (zie Deuteronomium 4:30–31; Nehemia 1:9). Soms keren we ons van Hem af zonder te beseffen dat we afdwalen.
Laat de cursisten zich afvragen of zij of hun dierbaren zich van de Heer afkeren. U kunt ze de volgende zelfbeoordeling laten doen.
Welke van de volgende uitspraken is op jou van toepassing?
Ik wil mensen om wie ik geef helpen als zij zich van de Heer afkeren.
Ik heb er niet echt bij stilgestaan hoe dicht ik bij de Heer sta.
Ik voel de verleiding om me van de Heer af te keren.
Ik doe mijn best om dicht bij de Heer te blijven en hoop dat ik sterk kan blijven.
Zoek bij je studie van Zacharia naar inspiratie van de Heilige Geest om je in je persoonlijke omstandigheden te helpen.
Ons tot de Heer wenden
Na vijftig jaar gevangenschap keerden veel Israëlieten eindelijk terug naar Jeruzalem en het omringende gebied. Ze herbouwden de stad en begonnen met de herbouw van de tempel van de Heer (zie Ezra 5:1–2; 6:14). Maar hoewel ze fysiek naar Jeruzalem waren teruggekeerd, waren veel mensen geestelijk nog ver van de Heer verwijderd. Hij stuurde de profeet Zacharia om het volk te helpen zich tot Hem te wenden, zodat Hij ‘in [hun] midden [kon] wonen’ (Zacharia 2:10).
Lees Zacharia 1:1–3 en ga na wat de Heer aan zijn volk vroeg.
Maak vier kolommen op het bord. Schrijf de volgende onvolledige waarheid boven de kolommen op het bord, of laat die door een cursist opschrijven: We wenden ons tot de Heer door …
U kunt de volgende tekstverwijzingen in de kolommen op het bord zetten. Deel de klas op in groepjes van vier en laat elk groepslid een van de passages bestuderen. De cursisten kunnen de leerstelling dan aan de hand van hun tekst aanvullen.
Zacharia 1:4
Zacharia 3:7 (met ‘zal Ik u omgang geven met hen die hier staan’ kan bedoeld worden dat we ons rein en waardig voelen in de tegenwoordigheid van hemelse boodschappers)
Zacharia 7:9–10
Zacharia 8:16–17 (let op de zinsnede ‘een oordeel dat de vrede dient’)
De cursisten kunnen verschillende bewoordingen gebruiken, maar help ze de vetgedrukte waarheid aan te vullen met uitspraken als:
… ons van het kwaad af te keren (Zacharia 1:4).
… in de wegen van de Heer te wandelen (Zacharia 3:7).
… barmhartig te zijn en mededogen voor anderen te hebben (Zacharia 7:9–10).
… vredestichters te zijn (Zacharia 8:16–17).
Zet elke zinsnede eventueel in de juiste kolom op het bord.
De volgende activiteit kan de cursisten meer begrip geven van de waarheden die ze in Zacharia hebben gevonden. Geef elk groepje een kopie van de hand-out ‘We kunnen ons tot de Heer wenden door …’ Laat de cursisten met een klasgenoot of in groepjes aan de opdracht werken. U kunt ook verschillende scenario’s aan verschillende duo’s toewijzen en ze zich laten voorbereiden om erover te praten met duo’s die aan een ander scenario hebben gewerkt.
Anderen vertellen wat je hebt geleerd
Vraag de groepjes wat ze hebben geleerd. U kunt dit bijvoorbeeld doen door elk groepje hun antwoord op de tweede of derde opdracht voor een van de scenario’s in de desbetreffende kolom op het bord te laten zetten.
Als de cursisten dat hebben gedaan, laat u ze overdenken wat ze hebben geleerd door ze het volgende te laten doen.
Noteer in je studiedagboek een of twee dingen die je kunnen helpen om je tot de Heer te wenden. Nodig je hemelse Vader in gebed uit om je daarbij te helpen.
U kunt tot slot getuigen van de liefde van onze hemelse Vader en Jezus Christus voor ons, en van hun voortdurende liefdevolle uitnodiging om ons tot Hen te wenden.