‘2 Koningen 2–4: De Heer geeft Elisa macht en gezag’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht (2026)
‘2 Koningen 2–4: De Heer geeft Elisa macht en gezag’, Oude Testament – boek voor de seminarieleerkracht
2 Koningen 2–7: Les 83
2 Koningen 2–4
De Heer geeft Elisa macht en gezag
Als we een roeping in de kerk van de Heer aanvaarden, ontvangen we zijn gezag om te dienen. Als we ernaar streven om ijverig te dienen en meer op Hem te lijken, zal Hij ons met zijn macht zegenen. Dat blijkt uit het verhaal waarin de Heer de profeet Elisa met macht en gezag zegende nadat Hij Elia in de hemel had opgenomen. Deze les kan de cursisten duidelijk maken dat de Heer gezag geeft aan de mensen die Hij roept, en macht aan hen die rechtschapen dienen.
Voorbereiding van de cursist: Laat de cursisten denken aan een eigen kerkroeping of die van iemand die ze kennen. Laat de cursisten nadenken over de vraag: Wanneer heb ik de macht en het gezag van de Heer bij het vervullen van een kerkroeping gezien?
Mogelijke leeractiviteiten
De bron van macht en gezag
Bespreek aan het begin van de les eventueel waar het gezag om bepaalde dingen te doen vandaan komt. U kunt daartoe een afbeelding tonen van een arts in een doktersjas of in een medische omgeving (of een andere beroepsbeoefenaar met gezag om zijn of haar functie uit te oefenen) en de volgende vragen stellen.
-
Wat zijn enkele taken van deze persoon?
-
Wie gaf de persoon het gezag om zijn of haar rol te vervullen?
-
Waarom vertrouw je hem of haar?
Toon eventueel een afbeelding van de huidige profeet en stel de voorgaande vragen nogmaals over hem.
Laat de cursisten het volgende doen om vast te stellen wat zij begrijpen van dienen in roepingen met macht en gezag van de Heer.
Beantwoord in je studiedagboek of in een notitie in de Evangeliebibliotheek de volgende vragen. Luister ondertussen naar ingevingen van de Heilige Geest over wat de Heer je duidelijk wil maken over dienen in roepingen met macht en gezag van de Heer.
-
Wat begrijp ik over macht en gezag van de Heer om in een roeping te dienen?
-
Hoe kan dit begrip van invloed zijn op mijn reactie als ik of iemand anders een roeping van de Heer ontvangt?
Elisa ontvangt Gods macht en gezag
U kunt uitleggen dat de Heer aan Elia openbaarde dat Elisa profeet zou worden (zie 1 Koningen 19:16, 19).
-
Welke zorgen zou Elisa hebben gehad bij zijn voorbereiding op zijn roeping van de Heer?
Elisa wist dat de Heer Elia spoedig zou wegnemen (2 Koningen 2:1–3). Op Elia’s laatste dag volgde Elisa hem van stad tot stad tot ze bij de Jordaan aankwamen.
Om de cursisten te laten ontdekken wat er bij de Jordaan gebeurde, kunt u de klas in groepjes verdelen. Teken de vier onderstaande afbeeldingen op het bord of vat ze in willekeurige volgorde in enkele woorden samen. Laat elk groepje 2 Koningen 2:8–15 lezen en de afbeeldingen of samenvatting van de gebeurtenissen in chronologische volgorde zetten.
-
Hoe liet de Heer aan Elisa en anderen zien dat Hij hem macht en gezag voor zijn roeping had gegeven?
U kunt uitleggen dat de mantel van Elia en Elisa hen geen macht en gezag gaf, maar een symbool voor de macht en het gezag van God was. Tegenwoordig noemen we in de kerk iemands roeping of gezag soms zijn of haar ‘mantel’. Als we bijvoorbeeld een nieuwe profeet ondersteunen als president van de kerk, ontvangt hij de mantel van gezag.
Wijs er eventueel op dat het gezag om in een roeping te dienen van de Heer afkomstig is door middel van de mannen met priesterschapssleutels.
-
Wat kunnen we uit de ervaring van Elisa leren over wat de Heer doet voor mensen die Hij roept om Hem te dienen?
Wijs de cursisten er eventueel op dat de Heer gezag en macht geeft aan mensen die Hij roept.
Met macht en gezag van God dienen
Om de cursisten duidelijk te maken wat het betekent om met macht en gezag van de Heer in een roeping te dienen, kunt u Priesterschapsgezag en Priesterschapsmacht op het bord zetten. Lees de volgende uitspraak uit Predik mijn evangelie: gids om het evangelie van Jezus Christus te delen voor. Hoewel dit citaat rechtstreeks op zendelingen van toepassing is, herinnert u de cursisten eraan dat de Heer gezag geeft aan iedereen die Hij roept, en macht aan wie Hem rechtschapen dienen.
Op aanwijzing van Christus is het gezag om het evangelie te prediken door de profeet Joseph Smith hersteld. Je ontving dat gezag toen je als zendeling werd aangesteld. Daarbij hoort het recht, het voorrecht en de verantwoordelijkheid om de Heer te vertegenwoordigen en in zijn evangelie te onderwijzen. […]
Naast gezag heb je ook geestelijke macht nodig om je roeping te vervullen. God zal je geestelijke macht geven als je voortdurend je getuigenis versterkt van Hem, Jezus Christus en de evangeliewaarheden waarin je onderwijst. Hij schenkt je geestelijke macht als je bidt, de Schriften bestudeert en je doel als zendeling probeert te verwezenlijken. Hij verleent je geestelijke macht als je ernaar streeft zijn geboden en de verbonden na te leven die met de heilsverordeningen gepaard gaan (zie Leer en Verbonden 35:24). (Predik mijn evangelie: gids om het evangelie van Jezus Christus te delen [2023], 3.)
-
Wat kom je uit deze uitspraken over macht en gezag van de Heer te weten?
-
Waarom is het nuttig om daaraan te denken als je door je hemelse Vader en Jezus Christus wordt geroepen?
-
Waarom is het nuttig om dat in gedachten te houden als je anderen met een roeping steunt?
Terwijl de cursisten bespreken wat ze over priesterschapsgezag en -macht hebben geleerd, kunt u hun antwoorden onder elk kopje op het bord noteren. Als onderdeel van deze bespreking kunt u erop wijzen dat God iemand priesterschapsgezag geeft als hij of zij in een roeping wordt aangesteld. Iemand krijgt priesterschapsmacht van God als hij of zij ernaar streeft de geboden te onderhouden en volgens rechtvaardige beginselen te handelen (zie Leer en Verbonden 121:34–46).
Vertoon eventueel de video ‘Jesus Calls Twelve Apostles to Preach and Bless Others’ (1:38) op ChurchofJesusChrist.org. Laat de cursisten tijdens het bekijken van de video bedenken hoe onze hemelse Vader en Jezus Christus hun liefde tonen door hun gezag en macht aan hun dienstknechten op aarde te geven.
Vraag na de video enkele gewillige cursisten naar hun gedachten.
Laten zien wat je hebt geleerd
Om de cursisten te laten samenvatten wat ze hebben geleerd, kunt u de klas voor de volgende activiteit in koppels verdelen.
Kies een of meer van de volgende situaties en bespreek wat je vandaag hebt geleerd dat deze persoon met zijn of haar twijfels over een roeping kan helpen. Vermeld in elk antwoord Schriftteksten, uitspraken van kerkleiders of inzichten die je van de Geest hebt ontvangen bij het bestuderen van het verhaal van Elisa’s roeping.
-
Er wordt een nieuwe bisschop geroepen en gesteund. Zijn zoon weet dat hij niet volmaakt is.
-
Er wordt een nieuwe jongevrouwenpresidente geroepen. Een van de jongevrouwen had een goede band met de vorige presidente en kent de nieuwe helemaal niet.
-
Een jongeman of jongevrouw wordt als quorumpresident of klaspresidente geroepen. Hij of zij vindt dat hij of zij niet genoeg kennis heeft om deze roeping goed te kunnen vervullen.
-
Een zendeling wordt geroepen in een land waar de mensen een andere taal spreken. Hij of zij maakt zich zorgen over zijn of haar vermogen om het evangelie effectief te kunnen delen.
Bedenk een manier om de cursisten hun antwoorden met elkaar te laten delen. U kunt elk koppel bijvoorbeeld met een ander koppel laten spreken. Als iedereen aan de beurt is geweest, vraagt u de cursisten wat ze mooi vonden aan het antwoord van het andere koppel.
Tot slot kunt u zelf getuigen van de beginselen die u vandaag hebt behandeld.