‘De Zoramieten’, Verhalen uit het Boek van Mormon (2023)
De Zoramieten
Hun geloof in Jezus Christus vergroten
Een groep Nephieten, die de Zoramieten werden genoemd, onderhielden Gods geboden niet. Dat maakte de profeet Alma verdrietig. Hij wist dat hij hen het beste kon helpen door het woord van God te onderwijzen. Hij onderwees hen samen met Amulek en anderen.
De Zoramieten kenden God, maar zij hadden zijn leringen veranderd. Ze aanbaden afgoden. Ze vonden dat zij beter waren dan andere mensen. Ze waren ook gemeen tegen mensen die geen geld hadden.
Alma 31:1, 8–12, 24–25; 32:2–3
De Zoramieten hadden in het midden van hun kerken een hoog platform gebouwd. Ze gingen er één voor één op staan om te bidden. Ze baden steeds met dezelfde woorden. In het gebed zeiden ze dat God geen lichaam had en dat Jezus Christus niet bestond. Ze zeiden dat zij de enige mensen waren die God zou redden.
Alma hield van de Zoramieten en wilde dat zij God en Jezus volgden. Hij bad en vroeg aan God om hem en de anderen die met hem mee waren gekomen, te helpen om de Zoramieten te onderwijzen. Alma en degenen die bij hem waren, werden allen vervuld van de Heilige Geest. Zij onderwezen met de macht van God.
Sommige Zoramieten waren verdrietig. Ze mochten de kerken niet in, omdat ze geen mooie kleren hadden. Ze wilden God aanbidden, maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen als ze niet in de kerk mochten komen. Zij vroegen aan Alma wat ze moesten doen. Alma legde uit dat God hun gebeden hoort, waar ze ook zijn.
Alma zei dat God wilde dat mensen geloof hadden. Hij vergeleek Gods leringen met een zaadje. Als mensen Gods leringen in hun hart zouden zaaien, zou dat zaadje groeien en dan zouden ze weten dat de leringen van God waar zijn. Hij zei dat ze alleen een verlangen om te geloven nodig hadden om hun geloof te oefenen.
Amulek onderwees het volk daarna over Gods plan voor zijn kinderen. Hij vertelde dat ze door Jezus allemaal vergeving van hun zonden konden krijgen. Hij leerde ze ook om tot God te bidden en zei dat God hen zou helpen en beschermen.
Veel arme Zoramieten geloofden wat Alma en Amulek onderwezen. Maar de leiders van de Zoramieten waren boos. Ze jaagden alle gelovigen de stad uit.
De gelovigen gingen bij de Anti-Nephi-Lehieten wonen. De Anti-Nephi-Lehieten dienden hen, of hielpen hen, door ze eten, kleren en land te geven.